Lodewijk de Kelheimer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Lodewijk de Kelheimer
Hertog van Beieren
Regeerperiode 1183 - 1231
Voorganger Otto I
Opvolger Otto II
Paltsgraaf aan de Rijn
Regeerperiode 1214 - 1228
Voorganger Hendrik de Jongere
Opvolger Otto II van Beieren
Huis Wittelsbach
Vader Otto I van Beieren
Moeder Agnes van Loon
Geboren 23 december 1173
Kelheim
Gestorven 15 september 1231
Kelheim
Begraven Klooster van Scheyern
Echtgenote Ludmilla van Bohemen
Religie Rooms-katholiek

Lodewijk I van Beieren (Kelheim, 23 december 1173 - Kelheim, 15 september 1231) was een zoon van paltsgraaf Otto I van Beieren en Agnes van Loon. Op 10-jarige leeftijd volgde hij zijn vader op als hertog van Beieren. Zijn moeder, Agnes van Loon, en zijn oom namen de regering waar tot bij zijn meerderjarigheid.

Door een verstandig beleid en uitgekiende huwelijken wist hij de macht van de Wittelsbacher uit te breiden. Zijn zoon Otto huwde met Agnes, de erfgename van de Rijnpalts, en hij kreeg in 1214 de Palts in leen, toen Hendrik VI van Brunswijk overleed. Belangrijk is ook de stichting van de steden Landshut, Straubing en Landau an der Isar. Van tegenkoning Otto IV bekwam hij de erfelijkheid van het hertogdom Beieren, waardoor Lodewijk de grondslag legde voor 700 jaar bewind van Wittelsbach over Beieren. In 1221 nam hij deel aan de Vijfde Kruistocht tegen Egypte, maar viel in handen van sultan al-Kamil en werd pas na betaling van losgeld weer een vrij man. Nadien werd hij ook nog tot voogd over de toekomstige keizer Hendrik VII aangesteld.

Hij was gehuwd met Ludmilla van Bohemen, weduwe van graaf Adelbert III van Boden, en werd vader van Otto II van Beieren.