Lodewijk van Bourbon

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Louis de Bourbon (Liège).jpg

Lodewijk van Bourbon (1438 - 30 augustus 1482) was prins-bisschop van Luik en proost van Sint-Donaas in Brugge

Levensloop[bewerken]

Lodewijk was een kleinzoon van Jan zonder Vrees, een zoon van Karel I van Bourbon en Agnes van Bourgondië, een neef van Filips de Goede, hertog van Bourgondië en een schoonbroer van Karel de Stoute.

Hij werd voor de geestelijke stand bestemd en was amper dertien toen hij in 1451 proost van het Sint-Donaaskapittel in Brugge werd, in opvolging van David van Bourgondië. Hij behield die functie tot in 1456.

In dat jaar, hij was toen achttien, werd hij prins-bisschop van Luik. Paus Calixtus III gaf hem de toestemming dat hij pas wanneer hij vijfentwintig was de wijdingen zou ontvangen. Ondertussen ging hij nog enkele jaren studeren aan de universiteit van Leuven, terwijl Filips de Goede waakzaam toekeek naar de gang van zaken in het prinsbisdom, dat in de volgende jaren in het midden zou komen te staan van de rivaliteiten tussen de Franse koningen en de Bourgondische hertogen.

Pas had hij zijn functies in Luik opgenomen of Lodewijk werd in 1465 door de Luikse Staten afgezet. Tijdens de Eerste Luikse Oorlog trok Filips de Goede op tegen het Luiks leger, onder commando van Raes van Heers, en versloeg de Luikenaars in Slag bij Montenaken op 20 oktober 1465. De verslagenen moesten de Vrede van Sint-Truiden ondertekenen waarbij Filips de Goede hun landvoogd werd en Lodewijk opnieuw werd aangesteld als prins-bisschop (19 september 1466).

De Luikse voorman Raes van Heers en met hem de Luikse Staten bleven zich niettemin verzetten. Tijdens de Tweede Luikse Oorlog verjoegen ze opnieuw Lodewijk die naar Hoei vluchtte waar de Luikenaars hem kwamen belegeren. Ze werden op 28 oktober 1467 tijdens de slag bij Brustem opnieuw verslagen, deze keer door troepen van Karel de Stoute.

Op 20 augustus 1468 overlegde in Brussel een afgevaardigde van paus Paulus II met Karel de Stoute en Lodewijk van Bourbon, waarna Lodewijk zich met de Luikenaars verzoende. Er brak echter onmiddellijk weer revolte uit en weer trok de Bourgondische hertog ten strijde. Luik werd op 30 oktober 1468 grondig verwoest en het stedelijk symbool, het 'Perron' werd naar Brugge gevoerd. Ten koste van deze hoge prijs heroverde Lodewijk zijn zetel.

In 1477 zag het er, nadat Karel de Stoute was gesneuveld, weer niet gunstig uit voor Lodewijk. Hij slaagde er nochtans in zich te handhaven en de ondersteuning te verkrijgen van Maria van Bourgondië en Maximiliaan van Oostenrijk. De nieuwe voorman van de oppositie werd Willem van der Marck, 'le sanglier des Ardennes', die er in 1482 in slaagde Luik in te nemen, de bisschop te vermoorden en zijn eigen zoon Jan van der Marck kortstondig op de bisschopstroon te plaatsen.

Prins-bisschop Lodewijk van Bourbon had drie bastaardkinderen, onder wie Pierre, 'de grote bastaard van Luik', baron de Busset (1464-1530), die de tak Bourbon-Busset stichtte.

Zie ook[bewerken]

Voorganger:
Jan van Heinsberg
Prins-bisschop van Luik
1456-1482
Opvolger:
Johan IX van Horne
Voorganger:
David van Bourgondië
Proost van Sint-Donaas in Brugge
1451-1456
Opvolger:
Gijsbrecht van Brederode