Logos

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het Griekse woord λόγος of logos is een woord met verschillende betekenis, maar wordt meestal als "woord" vertaald; andere betekenissen zijn onder meer 'gedachte', 'taal', 'rede', 'principe', 'leerstelling' of 'logica'. Binnen de filosofie, analytische filosofie en religie spelen nog speciale betekenissen en connotaties een rol.

Het al genoemde logica is van dit woord afgeleid, alsook het suffix –logie (en het afgeleide –logisch) waarmee vele wetenschappen aangeduid worden en het verwante –loog voor de beoefenaars hiervan. Ook de woorden analogie en logaritme zijn met logos verwant.

Gebruik in de antieke filosofie[bewerken]

Logos werd door Heraclitus, een van de bekendere Presocratici gebruikt om de menselijke kennis en inherente orde van het universum te kenschetsen, een wetmatigheid die in het gehele universum aanwezig, of door de goden ingesteld, is. Dit ziet hij achter de veranderlijke dagelijkse werkelijkheid, die hij met zijn πάντα ῥεῖ (panta rhei; vert.: alles stroomt) verwoordt.

Voor Socrates, Plato en Aristoteles betekende logos feitelijk het vermogen van de menselijke rede en de kennis die de mensen van de wereld en elkaar bezitten. Voor Aristoteles met name, die zich ook het eerst met logica bezighoudt, wordt logos het concept van de menselijke rationaliteit, datgene wat de mensen van de dieren onderscheidt.

De stoïcijnen verstonden onder logos de levenskracht van het universum. De logos vormt de oorsprong van het universum, een soort oerfenomeen, waar alle werkingskracht uit voorkomt. Logos symboliseert hiermee bijvoorbeeld het principe van oorzakelijkheden voornamelijk van de 'causa finalis', de finale of doel-oorzaak, die de natuur als het ware bestuurt. Het is een principe dat van binnenuit werkt, het staat niet tegenover de materie; maar is er transcendent aan. Deze betekenis heeft in de psychologie van de twintigste eeuw een belangrijke rol gespeeld.[bron?]

Volgens de interpretatie door de theosofen[1] wordt met het woord "logos" oorspronkelijk in de oudheid de goddelijke essentie van iedere eenheid aangeduid. Of dit nu de essentie van een subatomair deeltje of de essentie van het zonnestelsel is.

Gebruik in het christendom[bewerken]

Joh. 1:1 en het begin van Joh. 1:14

Het Johannesevangelie opent met “In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God.”. In het Grieks wordt hier driemaal 'λόγος' gebruikt. Dit gebruik sluit aan bij het gebruik van de Stoa, hier wordt logos direct met God, als het principe dat aan de oorsprong van het universum ligt, verbonden. Het Johannesevangelie vervolgt dan (Joh. 1:14) “Het Woord is mens geworden...”. Dit heeft voor de vroege kerk de basis gevormd van een Christologie die zich met de vraag van de drie-eenheid heeft bezighouden, waarbij in deze zin de incarnatie werd gelezen.

Door bijbelwetenschappers wordt deze uitspraak wel als bewust dubbelzinnig gezien, omdat dit woord een eigen betekenis had, zowel voor de joden die bekend waren met de mystiek van het Judaïsme, als voor de Hellenistische Joden. Elk van deze groepen kon zijn eigen betekenis in dit logos lezen. Met name de volgelingen van Philo kenden het woord logos als zeer belangrijk begrip, het was bij hen niet identiek met God, maar werd door Philo wel “de zoon van God” genoemd, en neemt na God de tweede plaats in als boodschapper tussen God en de mensen.

Andere godsdiensten[bewerken]

Oosterse godsdiensten hebben uiteraard niet het Grieks als hun oorspronkelijke taal, en gebruiken derhalve ook het woord logos niet, maar ze kennen wel concepten die vergelijkbaar zijn, zoals Tao (道) en dharma. In sommige Chinese bijbelvertalingen wordt het woord logos ook met Tao vertaald, alhoewel dit wel provocatief is. Een vergelijkbaar concept in het hindoeïsme is “Om” (ॐ).

Trivia[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Kleine Weltgeschichte der Philosophie
    H.J. Störig,
    Fischer Verlag, 1995,
    ISBN 3-596-11142-0

Noten