Lombok-expeditie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Geplaatst:
17-08-2014

Genomineerd   Deze pagina is genomineerd voor verwijdering

Ten minste een van de mensen die meewerken aan Wikipedia, vindt dat deze pagina in deze vorm niet binnen de Wikipedia-encyclopedie past. De pagina is daarom aangedragen op de beoordelingslijst.

De reden die hiervoor is opgegeven, luidt: grote delen zijn letterlijk overgeschreven zonder dat vermelden uit bijvoorbeeld dit verslag van de expeditie naar Lombok

Na plaatsing op de beoordelingslijst blijft dit artikel twee weken staan, zodat eventuele bezwaren ingebracht kunnen worden. Als je het artikel zodanig kunt verbeteren dat daarmee de redenen voor verwijdering komen te vervallen, aarzel dan vooral niet en verbeter het! Vergeet niet om dit op de genoemde lijst te vermelden.

Pas als het artikel dusdanig is verbeterd en aangepast dat het wel binnen Wikipedia past, kan deze melding verwijderd worden. Geef dit aan op de lijst door het toevoegen van de reden. (/)

De Lombok-expeditie
Verovering van Tjakra-Negara
Verovering van Tjakra-Negara
Datum 1894
Locatie Lombok
Resultaat Overwinning van Nederland
Casus belli Opstanden tegen het Nederlandse gouvernement en strijd tussen de Balinezen en Sasaks
Strijdende partijen
Flag of the Netherlands.svg Nederland Lombok
Commandanten
Flag of the Netherlands.svg (Nederland) generaal-majoor J.A. Vetter. Sultan van Bali
Portaal  Portaalicoon   KNIL

De Lombok-expeditie, ook wel het verraad van Lombok genoemd, was de benaming voor de gebeurtenissen die plaatsvonden in de tweede helft van 1894 te Lombok.

Lombok-expeditie[bewerken]

Lombok maakt deel uit van de Kleine Soenda-eilanden. Een klein deel van de bevolking bestond in 1894 uit Balinezen (die Balinees (taal) spraken en Hindoe waren). Een veel groter deel was Sasak die vooral moslim waren en de Bali-Sasaktalen spraken. De totale bevolking werd geschat op ongeveer 660.000 mensen, waarvan slechts 50.000 tot de Balinezen behoorden, die echter de Sasaks overheersten. De zetel van de regering bevond zich te Mataram, ongeveer 45 minuten gaans van Ampenan, dat aan de zuidkust gelegen was en waardoor het middels een brede weg verbonden was. Tjakra Negara was de hoofdresidentie en evenals Mataram door hoge muren omgeven.

Aanloop tot de expeditie[bewerken]

Vanaf 7 juni 1843 maakte Lombok deel uit van het Nederlands Indisch gouvernement. Op het eiland voelden de Sasaks zich niet goed behandeld door de Balinezen, waarop in 1891 een opstand volgde. Aangezien zij de strijd van de Balinezen niet konden winnen, vroegen zij de Nederlanders oom steun. Het schip de Java werd gestuurd en hierop vroeg Liefrinck opheldering aan de radja. De uitleg beviel Liefrinck niet, waarop een memorie van negen punten werd opgesteld. Dit was op het moment dat gouverneur-generaal Van der Wijck aantrad.

De eerste expeditie[bewerken]

Generaal Vetter en de Generale Staf te Lombok. Onder van links naar rechts: kroonprins Ketoet, generaal Van Ham, Vetter, Dannenborg en Goesti Djelantik; staand van links naar rechts: H.P. Willemstijn, A.J. Hamerster, ambtenaar Liefrinck, Boerema en H. Kotting.
Overzichtskaart van de Lombok-expeditie met de plaatsen Ampenan Mataram en Tjakra Negara

Begin 1894 volgde wederom een brief van de Sasaks, waarin melding werd gemaakt van hongersnood. Liefrinck kon niet anders dan de situatie bevestigen en werd er vanuit het gouvernement een brief naar het vorstenbestuur gestuurd met de eis om de situatie te verbeteren. Aan deze eis werd een ultimatum gesteld, met daarbij als dreigement gewapend ingrijpen. Hierop werd niet gereageerd en vanuit Batavia werd een expeditie naar Lombok gestuurd. Terwijl de schepen voor de kust lagen, werd er wederom een ultimatum gesteld. Hierbij werd eveneens de eis gesteld dat de vorst Ratoe Agoeng Agoeng Gedé Ngoerah Karang-Asem diende af te treden ten gunste van Ratoe Agoeng Agoeng Ketoet Karang-Asem. Wederom werd niet op de eisen ingegaan.

Hierop besloot de Nederlandse leiding om met een gedeelte van het expeditieleger op te trekken naar Mataram en Tandjong-Karang. Op 10 juli werd aan opperbevelhebber J.A. Vetter gemeld dat de radja akkoord ging met de eisen van het gouvernement, behalve aan de uitlevering van Anak-Agoeng Madeh. Vetter bleef hierop met zijn troepen naar de kampongs trekken. De dag erna volgde het bericht dat Anak-Agoeng Madeh zelfmoord gepleegd zou hebben. Mataram en Tjakra-Negara werden desondanks ingenomen door de Nederlandse troepen. Op 16 juli werd vervolgens de kroonprins, Anak Agoeng Ketoet, met ceremonieel ingewijd. Hij beloofde aan alle Nederlandse voorwaarden te voldoen.

Het verraad[bewerken]

Eerste aanval in het bivak[bewerken]

Terugtocht van generaal Vetter te Tjakra Negara

De rust leek hersteld en er werd besloten het Nederlandse expeditieleger samen met veel artellerie, munitie en dwangarbeiders terug te sturen naar Java. In de avond van 25 augustus vielen de Balinezen het Nederlandse leger echter alsnog aan, waarop enkele bataljons in benarde situaties kwamen en velen doden onder de Nederlanders vielen. Generaal Van Ham en kapitein Manders werden in hun buik geraakt. Andere officieren raakten eveneens gewond.

Terugtrekking op Mataram[bewerken]

Colonne Segov in Tjakra Negara.

De volgende morgen werden Nederlandse versterkingen uit Mataram naar Tjakra Negara gestuurd. Zij kamen bij aankomst direct onder vuur te liggen. De Balinezen wisten de Nederlanders zo goed als te omsingelen, waarop zij besloten zich enkele honderden meters terug te trekken en vervolgens geheel tot Mataram. Tijdens deze terugtocht bleven de Balinezen aanvallen en konden zij grote verliezen toebrengen aan de Nederlanders. Van Ham werd getroffen en overleed kort na aankomst in Mataram. De luitenants H. Kotting en P.A. Alting von Geusau werden eveneens gedood. Van de 53 man waarmee men was vertrokken, bereikten slechts acht man uiteindelijk een dewatempel.

Colonne van Lawick van Pabst en Bijlevelt[bewerken]

Negende bataljon onder Van Lawick van Pabst.

De troepen onder leiding van Van Lawick van Pabst en Van Bijlevelt waren enkele uren van Tjakra Negara gelegerd. Deze troepen bestonden uit infanterie, bergartillerie en genietroepen. Zij ontvingen van Vetter de brief dat zij zich konden terugtrekken. De brief was nog ten tijde van rust op Lombok. Vetter had echter wel berichten er achteraan gestuurd dat de situatie was veranderd, maar deze zijn nooit aangekomen.

De troepen van Bijlevelt bereikten op 26 augustus een mesigit, waaruit zij plotseling beschoten werden. Kapitein Creutz Lechleitner nam het commando op zich van een peloton dat de mesigit aanviel. Hierbij sneuvelde luitenant L.G. Musquetier. Vervolgens werd de rivier de Barat overgestoken en trokken de troepen naar Tjakra Negara. De Balinezen namen daar de Nederlanders onder schot. Twee uur later bereikten ze het bivak in Mataram. De volgende dag ging de troepen door naar Ampenan. Dit gebeurde onder leiding van majoor M.B. Rost van Tonningen.

De troepen van luitenant kolonel Van Lawick van Papst trokken op 27 augustus naar Tjakra-Negara. Zij liepen aldaar in een hinderlaag van de Balinezen. Van Lawick van Pabst en tientallen anderen werden gedood. Bij een poging tot uitbraak sneuvelde de eerste luitenant der infanterie E. de Graaff. Kapitein Lindgreen was gedwongen zich over te geven aan de Balinezen. Hij zond een brief naar de kroonprins Anak Agoeng Ketoet dat in ruil voor een vrijgeleide alle wapens zouden worden ingeleverd. De kroonprins meldde dat de aanval op een misverstand berustte en liet uiteindelijk de krijgsgevangenen vrij.

De tweede expeditie[bewerken]

De verovering van Tjakra Negara, 1894

Generaal Vetter had bij gouverneur-generaal Van Wijk per telegram om hulp had gevraagd, waarop generaal-majoor M. Segov werd gestuurd als vervanger van generaal Van Ham. In september 1894 werden de eerste verkenningen uitgevoerd en moesten de Balinezen enkele posten aan de Nederlanders afstaan. Rondom Mataram en Tjakra Negera werden stellingen opgericht, zodat deze plaatsen onder vuur genomen konden worden. Op 29 september werd Mataram aangevallen en veroverd.

Op 17 november volgde de opdracht om Tjakra Negara te veroveren. Generaal Segov viel Tjakra Negara vanuit het noorden aan, terwijl kolonel L. Swart met luitenant-kolonel A.H.W. Scheuer de aanval op het centrum hadden gericht (ieder met een bataljon).[1] Na de volledige verovering van de vorstelijke poeri kwamen Goesti Madé Getas van Narmada te Tjakra Negara om zich te onderwerpen. De Balinezen hadden bij hun verdediging gebruik gemaakt Perang Poepoetan, een rituele Hindoeïstische zelfdoding, waarbij eerst de vrouwen en kinderen werden vermoord om vervolgens in het wit gekleed zich op de vijand te werpen. Bij deze en andere verdedigende acties werden diverse Nederlandse officieren gedood, waaronder Kapitein W.N. Scheib, tweede luitenant J.W. Schiff en tweede luitenant H.A.C. van der Heijden. De vorst, zijn zoon en kleinzoon werden gevangengenomen en naar Batavia vervoerd. aldaar overleed de vorst aan een hartaanval. Op 24 november kwamen de belangrijkste hoofden in onderwerping en werden er nog verkenningen gedaan maar overal was het rustig. Per gouvernementsbesluit van 24 december 1894 nr. 12 werd de expeditie ontbonden en verlieten alle troepen, die niet voor de bezetting nodig waren, Lombok.

Deelnemende Nederlandse officieren[bewerken]

Twaalf Nederlanders ontvingen na de pacificatie het ridderkruis van de Militaire Willems-Orde en generaal-majoor J.A. Vetter werd benoemd tot commandeur in deze orde. Er werd ook een Lombokkruis ingesteld voor iedereen die had deelgenomen aan de expeditie. In 1910 werd als eerbetoon aan de gevallen militairen de "Lombok-expeditie-marsch" gecomponeerd door ritmeester Hendrik Karels, kapelmeester van het eerste regiment huzaren.

Deelnemende Marineofficieren[bewerken]

De zeemacht bestond uit het fregat Koningin Emma der Nederlanden, het fregat Tromp, het pantserschip Prins Hendrik der Nederlanden, het flottieljevaartuig Borneo en het flottieljevaartuig Bali. Officieren van de expeditionaire zeemacht die deelnamen aan de Lombok-expeditie waren onder meer:

Gesneuvelde officieren[bewerken]

In totaal sneuvelden tijdens de Lombok-expeditie 20 officieren en 116 minderen (en werden daarnaast 3 minderen voorgoed vermist).[2] Officieren die sneuvelden waren:

Afbeeldingen[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Inname van Tjakra Negara. Rotterdams Nieuwsblad. (18-12-1894)
  2. 1896. W. Cool met illustraties van G.B. Hooijer. De Lombok Expeditie. Uitgifte G. Kolff & Co Batavia - 's-Gravenhage.
  3. Geboren in 1865, volgde de hoofdcursus voor de infanterie te 's-Hertogenbosch, werd in november 1889 bevorderd tot tweede luitenant en in juni 1894 bevorderd tot eerste luitenant. Abeleven kreeg tijdens de Lombok-expeditie gedurende de verdediging van het bivak bij Mataram een kogel in de keel en overleed zeer spoedig daarop.
  4. Geboren op 2 november 1868 te Zutphen. Benoemd tot cadet aan de Koninklijke Militaire Academie voor het wapen der genie in Indië op 30 augustus 1886. Overgeplaatst bij het wapen der infanterie in Indië op 15 oktober 1890. Benoemd tot cadet-korporaal op 14 juli 1891 en tot cadet-sergeant op 6 augustus 1891. Benoemd tot tweede luitenant der infanterie in Oost-Indië op 21 juli 1892. Gesneuveld op 26 augustus 1894 te Mataram. Musquetier was de aanstaande schoonzoon van generaal van Ham. G. van Steijn. Gedenkboek Koninklijke Militaire Academie.
  5. Geboren in 1870. Volgde de militaire school te Meester Cornelis en werd op 31 juli 1893 benoemd tot tweede luitenant. Hij verkreeg een dodelijk schot in de rug op 27 augustus 1894. Rotterdams Nieuwsblad (31-08-1894).
  6. Geboren op 11 maart 1869 te Dordrecht, op 28 augustus 1885 benoemd tot cadet aan de Koninklijke Militaire Academie voor het wapen der infanterie in Indië. Benoemd tot cadet-korporaal op 6 september 1888 en op 25 juli 1889 benoemd tot tweede luitenant der infanterie in Oost-Indië. Op 16 januari 1894 bevorderd tot eerste luitenant. Dooremans werd zwaargewond op Lombok en overleed op 29 augustus 1894 te Soerabaja aan zijn voor de vijand verkregen wonden. G. van Steijn. Gedenkboek Koninklijke Militaire Academie.
  7. Geboren in 1869. Hij vertrok in 1889 als onderofficier naar Indië en werd enkele maanden na zijn aankomst aldaar ter opleiding tot officier geplaatst aan de militaire school te Meester Cornelis. Op 31 juli 1893 werd hij benoemd tot tweede luitenant der infanterie bij het leger in Oost-Indië en nam in die rang aan verschillende krijgsverrichtingen op Atjeh deel. Hij sneuvelde op 25-jarige leeftijd tijdens de Lombok-expeditie op 18 november 1894. J.G.A. d'Ancona. Rotterdams Nieuwsblad. (23-11-1894)
  8. Slangen meldde zich aan bij het instructiebataljon te Kampen en werd als korporaal-titulair overgeplaatst bij het derde bataljon vierde regiment infanterie te Haarlem. Aldaar werd hij tot sergeant bevorderd en vervolgens vertrok hij in 1877 naar Indië, waar hij de militaire school te Meester Cornelis volgde. In 1881 werd hij tot tweede luitenant bevorderd. Hij nam deel aan de krijgsbedrijven te Atjeh en droeg het Ereteken voor Belangrijke Krijgsbedrijven. Gedurende de tijd dat hij vervolgens met verlof in Nederland was, was hij gedetacheerd bij de koloniale reserve. Hij werd in oktober 1894 bevorderd tot kapitein. Slangen raakte ernstig gewond tijdens de bestorming van Tjakra Negara op 18 november 1894 en overleed later aan zijn verwondingen. Hij liet een jonge weduwe achter. Lombok. Het Nieuws van de Dag. (29-11-1894).
  • 1894 De dood van generaal Van Ham Het Nieuws van de Dag 9 oktober 1894
  • 1895 J.P. Schoemaker Het verraad van Lombok W.P. van Stockum & Zoon, Den Haag.
  • 1896 Wouter Cool De Lombok-expeditie G. Kolff & Co, Den Haag.