Loosdorf

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Loosdorf
Gemeente in Oostenrijk Vlag van Oostenrijk
Wapen Loosdorf
Loosdorf
Loosdorf
Situering
Deelstaat Neder-Oostenrijk
District Melk
Coördinaten 48° 20' NB, 15° 40' OL
Algemeen
Oppervlakte 11,91 km²
Inwoners (31-10-2008) 3.664 (307,8 inw/km²)
Hoogte 234 m.ü.A.
Burgemeester Josef Jahrmann (SPÖ)
Overig
Postcode (A-) 3382
Netnummer 02754, of +432754
Kenteken ME
Gemeentenummer 3 15 20
Website www.loosdorf.at
Portaal  Portaalicoon   Centraal-Europa

Loosdorf is een gemeente in de Oostenrijkse deelstaat Neder-Oostenrijk, gelegen in het district Melk (ME). De gemeente heeft ongeveer 3.800 inwoners.

Geografie[bewerken]

Loosdorf ligt in het dal van de Pielach (een zijrivier van de Donau), in het centrum van Neder-Oostenrijk. De gemeente heeft een oppervlakte van 11,91 km². Het grenst aan het Dunkelsteiner Wald, een bosrijk gebied tot aan de Donau.

Woonkernen[bewerken]

De gemeente heeft de vijf volgende woonkernen. Het getal tussen haakjes is het inwoneraantal op 31 oktober 2011[1].

  • Loosdorf (3030)
  • Albrechtsberg an der Pielach (475)
  • Neubach (114)
  • Rohr (47)
  • Sitzenthal (111)

De gemeenteraad van Loosdorf (2005-nu)[bewerken]

De burgemeester van Loosdorf is Josef Jahrmann (SPÖ), de vice-burgemeester Anton Stutz en de Amtsleiter Anton Kern. De verdeling van de 23 zetels van de gemeenteraad van Loosdorf was vanaf 2005: SPÖ 17 zetels, ÖVP 5 zetels en de FPÖ 1 zetel. In 2010 verloor de SPÖ één zetel aan de FPÖ, zodat de SPÖ in Loosdorf nu 16 zetels heeft, de ÖVP 5 en de FPÖ 2.

Monumentale gebouwen[bewerken]

De kerk van Loosdorf

De gemeente Loosdorf kent een aantal monumentale gebouwen die op de lijst van Denkmalschutz van Neder-Oostenrijk staan:

In Loosdorf:

  • "Das Ledóchowska-haus", het huis waar van 1862 tot 1874 het gezin van graaf Antoni Ledóchowski gewoond heeft. In dit huis zijn onder anderen de ordestichtster Maria Theresia Ledóchowska, die in 1975 zalig is verklaard, alsook de ordestichtster Julia (Ursula) Ledóchowska, die in 2003 heilig is verklaard, en Wladimir Ledóchowski, de 26e generaal-overste van de Jezuieten, geboren. Tegenwoordig is het huis in het bezit van de door Maria Theresia Ledóchowska opgerichte Petrus-Claver-sodaliteit uit Salzburg.[2]
  • "Honl-Mühle" (adres: Mühlbachweg 4) - Een oude watermolen aan de Mühlbach, vroeger gebruikt voor de houtzagerij van de familie Honl. Het oudste deel van het huis stamt uit de 15e eeuw. De molen hoorde oorspronkelijk bij kasteel Schallaburg. In 1391 werd de hofmolen van Schallaburg voor het eerst vermeld. Het was één van de grootste molens van het Mostviertel.[3]
  • Het gemeentehuis van Loosdorf ("Rathaus") met kelder ("Rathauskeller") (adres: Europaplatz 11, Loosdorf). In de zestiende eeuw fungeerde het gebouw als herberg waar paarden gewisseld konden worden. Er zijn nog mooie zestiende-eeuwse fresco's op de muren overgebleven. In de jaren 1990 is het gebouw gerestaureerd en is het in gebruik genomen als gemeentehuis. In de buurt van het gemeentehuis staat een ijskelder. Vroeger diende deze kelder om ijs uit de winter op slaan voor de rest van het jaar om daarmee levensmiddelen te koelen. Tegenwoordig wordt hij gebruikt voor de expositie van bidprentjes. De ijskelder staat niet op de lijst van monumenten.
  • De kerk van Loosdorf. Deze is in de zestiende eeuw gebouwd en was tot 1627 een Lutherse kerk. Zijn architectuur is bijzonder voor Oostenrijk, omdat het een overgangsvorm is tussen renaissance en vroege barok. De barokke kerktoren is in 1734 gebouwd.
  • "Die Hohe Schule". Dit was van 1574 tot 1627 een Luthers gymnasium voor adellijke en niet-adellijke protestantse jeugd. Na de sluiting in 1627 werd het als woonhuis gebruikt. Het perceel was tijdens de monarchie vrij adellijk goed, vrijgesteld van belasting. In de tweede helft van de 20e eeuw waren er een tabakswinkel, een tijdschriftenwinkel, een hoedenzaak[4] Van 1952 tot 1995 had de Lutherse gemeente (evangelische Gemeinde) van Melk een gebedsruimte in het gebouw. Na verbouwing werden de winkels en de gebedsruimte woonappartementen.
  • "Die Sebastianikapelle". Nu een kapel, vroeger een hospitaal voor burgers, gebouwd in 1730 (adres: Linzer Straße 28,30, Loosdorf). Hier werden vroeger zieken en daklozen opgevangen;
  • "Die Mühlbergkapelle", een kapel (adres: Mühlberg Straße, Loosdorf);
  • "Gasthaus Zum schwarzen Bären" (adres:Linzer Straße 2, Loosdorf), een café.
  • Een klein religieus bouwwerkje ("Bildstock") met een beeld van een onbekende heilige.

In Albrechtsberg:

  • Slot "Sitzenthal an der Pielach" (een zijrivier van de Donau) in de iets afgelegen wijk Sitzenthal. Men neemt aan dat graaf Sieghard von Schala in het midden van de 12e Sitzenthal opgericht heeft. In 1287 werd Meierhof Sitzenthal aan de abdij van Melk geschonken, die het aan adellijke families in leen gaf. Vaak was het dezelfde adellijke familie als de bezitters van slot Albrechtsberg.

In Sitzenthal:

  • Het renaissanceslot "Albrechtsberg an der Pielach" in Albrechtsberg. Het wordt bewoond, maar er worden soms activiteiten georganiseerd. De vesting gaat terug tot de tijd rond 1100. Het kasteel is genoemd naar graaf Albrecht von Perg. In 1672 maakt de Oostenrijkse topograaf en geestelijke Georg Mattäus Vischer een lithografie van het kasteel.[5]

Aangrenzende gemeenten[bewerken]

   Aangrenzende gemeenten   
    Dunkelsteinerwald    
 Melk
(via de Linzer Straße, B1)
 
Brosen windrose nl.svg  Haunoldstein
(via de Wiener Straße, B1)
 
 Schollach   Hürm    

Verkeer[bewerken]

Wegen[bewerken]

Het gemeentehuis, het voormalige postkantoor en winkels in de straat (met een plein) Europaplatz (tevens de B1)
  • Loosdorf heeft een afslag van de Oostenrijkse snelweg A1 (die Westautobahn) met de aanduiding 74. Het is de enige afslag van de A1 tussen St. Pölten en Melk. De A1 maakt deel uit van de E 60.
  • De B1[6] gaat door het centrum van Loosdorf. De B1 was vóór de ingebruikname van de A1 de hoofdweg tussen Linz en Wenen. In Loosdorf heeft de B1 van west naar oost de straatnamen Linzer Straße, Europaplatz en Wiener Straße. Binnen de bebouwde kom geldt een maximumsnelheid van 50 km/uur, buiten de bebouwde kom mag 100 km/uur gereden worden.
  • In het centrum is een kruising tussen de Wachaustraße en de Linzerstraße.
  • De "Pielachtalerradweg", gaat door Loosdorf. Dit is een toeristische route voor fietsers en ander verkeer door het dal van de Pielach, die iets ten oosten van Melk in de Donau uitmondt.
  • Gemarkeerde wandelroutes naar onder andere de Schallaburg.

Openbaar vervoer[bewerken]

Loosdorf heeft een onbemand treinstation (Loosdorf B.Melk) met een kaartjesautomaat, aan de Spoorlijn Wenen - Salzburg ("die Westbahn"), waar lokale treinen van de ÖBB stoppen, nl. de Regional (R) en Regional Express (REX). M.n. voor forensen rijden er sinds 10 december 2012 's ochtends vroeg ook vijf REX200-treinen richting Wenen. Er gaan ín de middag en de avond ook weer vijf REX200-treinen vanaf Wenen richting St. Pölten en Loosdorf. Er rijdt verder op de meeste dagen een paar keer per dag een bus (Postbus) voor het regionale verkeer.

Handel en Industrie[bewerken]

Langs de B1 staan drie supermarkten, drie bankfilialen en diverse soorten winkels en andere bedrijven. In de Wachaustraße in Loosdorf is de Oostenrijkse afdeling van bouwstoffenconcern Xella Porenbeton GmbH gevestigd. Xella produceert onder andere Ytong cellenbetonblokken. Bij de rotonde na de afslag van de snelweg is een klein bedrijfsterrein met onder andere twee benzinepompstations, een vestiging van Mac Donalds en een tegelzaak.

Beroepsbevolking[bewerken]

De beroepsbevolking van Loosdorf bestond in 2011 uit 1.938 personen. 1.860 personen hadden werk (49,2 %) en 78 personen waren werkloos (2,1 %). 1.737 personen werkten voor een werkgever en 123 personen voor zichzelf of voor een familiebedrijf. Hoewel de landbouw vroeger een grotere rol gespeeld heeft werkten in 2011 nog maar 24 personen (1,3% van de beroepsbevolking) in de land- of bosbouw. Volgens Statistik Austria was de verdeling van de beroepsbevolking van Loosdorf over de diverse sectoren op 31 oktober 2011 als volgt[7]:

Handel:                                       340 (18,3 %)
Productie van goederen:                       278 (14,9 %)
Openbaar bestuur:                             231 (12,4 %)
Bouw:                                         170  (9,1 %)
Onderwijs:                                    124  (6,7 %)
Gezondheidszorg en sociale zorg:              119  (6,4 %)
Vrije beroepen en technische dienstverlening: 100  (5,4 %)
Hotelwezen en gastronomie:                     91  (4,9 %)
Financiële dienstverlening en verzekeringen:   52  (2,8 %)
Overige economische dienstverlening:           91  (4,9 %)
Verkeer:                                       87  (4,7 %)
Overige dienstverleningen:                     61  (3,3 %)
Informatie en communicatie:                    26  (1,4 %)
Land- en bosbouw:                              24  (1,3 %)
Kunst, vermaak en recreatie:                   22  (1,2 %)
Grondstukken en wonen:                         17  (0,9 %)
Energieverzorging:                              9  (0,5 %)
Water- en afvalverzorging                       5  (0,2 %)
Mijnbouw:                                       2  (0,1 %)
Huishouding:                                    2  (0,1 %)
Onbekend:                                       9  (0,5 %) 
Totaal:                                     1.860 (100,0 %)

De aantallen onder de vijf kunnen vervuild zijn door de Oostenrijkse wet van bescherming persoonsgegevens.

Onderwijs[bewerken]

Loosdorf heeft een "Volksschule" (lagere school), een "Hauptschule", een "Sonderschule" (bijzonder onderwijs) en een kleuterschool ("Kindergarten").

Lokale geschiedenis[bewerken]

Loosdorf ligt midden in Neder-Oostenrijk (tot 1918 Aartshertogdom Oostenrijk beneden de Enns), dat eeuwenlang een kernland van Oostenrijk is geweest. Loosdorf deelt dus de geschiedenis van Oostenrijk. Loosdorf is lang nauw met slot Schallaburg verbonden geweest. Tegenwoordig is de Schallaburg een regionaal museum van Neder-Oostenrijk. Rohr hoorde vroeger bij de abdij van Melk, Albrechtsberg hoorde bij het slot Albrechtsberg en Sitzenthal was een landgoed met een slot, waar pas laat een andere woonkern bijkwam.

De Oudheid[bewerken]

Het gebied werd al in de prehistorie bewoond. Op de nabijgelegen Wachberg (Melk) is een nederzetting uit het Koperen Tijdperk ontdekt. In de oudheid maakte het gebied deel uit van het Keltische koninkrijk Noricum, wat later de Romeinse provincie Noricum werd. Loosdorf ligt op de landweg die de oude limesweg langs de Donau ten westen van Melk verbindt met Wenen (tegenwoordig de B1).

De Middeleeuwen[bewerken]

Loosdorf is gelegen aan de Pielach, een zijrivier van de Donau. In de 9e en 10e eeuw was bijna heel het gebied tussen de Pielach en de Melk, een andere zijrivier van de Donau, in het bezit van de familie Sigharding. In de tweede helft van de 11e eeuw werd dit bezit gedeeld tussen de broers Sighard en Friedrich von Tengling. Sighard kreeg het noordelijke gedeelte en maakte de 'Schallaburg', toen 'Feste Schala' geheten, tot centrum van zijn bezit; Friedrich kreeg het zuidelijke gedeelte en vestigde zich op kasteel 'Peilstein', ten zuiden van de Hiesberg, een berg ten zuiden van Melk. Tegenwoordig is Peilstein een ruïne.

Rond 1100 werd kasteel Albrechtsberg gebouwd en een halve eeuw later kasteel Sitzenthal. De oudste vermelding van de plaats "Ladestorf" is van rond het jaar 1145.[8] Uit de 12e eeuw is bekend dat handelaren uit Loosdorf, Wilhelmsburg, Kilb, Pöchlarn en Melk handelden in grof, rood textiel uit St. Pölten ("das Pöltinger Tuch"), dat ze op de markt in Wenen verkochten.[9] De graven van Schala, die op kasteel Schallaburg woonden, stierven in 1190 met het overlijden van Heinrich en Sighard, twee kleinkinderen van eerstgenoemde Sighard uit.

Volgens een oude parochieoptekening werd Otto von Ottenstein, de bezitter van het dichtbijgelegen kasteel Schallaburg ("die Schallaburg"), in 1250 door de bisschop van Passau beleend met de parochie "Lahstorf". Kort na deze vermelding ging dit recht over op de heren Von Zelking. Vanaf 1286 werd de Schallaburg met de nabijgelegen dorpen als Loosdorf en Inzersdorf voor de helft een lening van de vorst van het Aartshertogdom Oostenrijk Beneden de Enns (toen hertog Albrecht I van Habsburg) en voor de andere helft vrij en eigen bezit van de bezittende familie van dat moment.

Loosdorf stond in de late middeleeuwen bekend om zijn saffraan en zijn saffraankleurig textiel. Een andere belangrijke agrarische bezigheid was wijnbouw. Pas in het midden van 19e eeuw stopte men met het verbouwen van saffraan omdat er toen overgang tot het gebruik van synthetische kleurstoffen in plaats van saffraan. De wijnbouw in Loosdorf stopte aan het eind van de 19e eeuw in verband met plantenziektes.

In 1450 verwierf de familie Losenstein uit Opper-Oostenrijk het kasteel Schallaburg.[10] De familie Zelking behield de rechten van parochie Loosdorf echter tot 1546.

Reformatie en renaissance in de zestiende eeuw[bewerken]

Het kerkje van Loosdorf[bewerken]

Tussen 1529 en 1532 werd de katholieke kerk van Loosdorf door het Ottomaanse leger van Süleyman I verwoest en bleef jarenlang een ruïne. In 1546 verwierf Christoph von Losenstein, eigenaar van onder andere het kasteel "Die Schallaburg", door een ruil de leen en erfvoogdij van de parochie Loosdorf en verwierf daarmee ook het recht om de Pfarrer (pastoor of dominee) in Loosdorf te benoemen. Christoph begon waarschijnlijk rond 1550 met de bouw van een nieuwe kerk in renaissancestijl. Christoph was getrouwd met Christina van Montfort, de dochter van een Poolse princes, die hofdame bij de koningin, de vrouw van koning Ferdinand, geweest was, en hij had goede connecties met het hof. Christoph had het plan om een school in Loosdorf te bouwen, maar eind 1558 overleed hij onverwachts in Praag. Christophs zoon, Hans Wilhelm von Losenstein, voltooide de bouw van de kerk. Hans Wilhelm von Losenstein installeerde in 1569 de predikant Balthasar Masko uit Silezië als dominee van Loosdorf, wat hij ruim 30 jaar gebleven is.

Het voormalige 16e-eeuwse gymnasium 'die Hohe Schule'

"Die Hohe Schule"[bewerken]

Hans Wilhelm von Losenstein stichtte in 1574 of iets eerder in Loosdorf een school op Lutherse grondslag, "die Hohe Schule" genaamd, die hij tot 1592 uit privémiddelen financierde. Het onderwijsplan van de school ("die Loßdorffische Schulordnung") is geschreven in Vroeg-nieuwhoogduits en in 1574 in Augsburg in Beieren gedrukt. Het staat bekend om zijn hoogstaande pedagogische kennis en lijkt veel op de inrichting van het Lutherse gymnasium van Straatsburg. Volgens het schoolreglement was de school bedoeld voor adellijke en niet-adellijke personen. Er waren vier klassen en in het schoolplan was een vijfde klas voorzien. Het onderwijs was in het Duits, wat toen een vernieuwing was, omdat de meeste andere scholen van die tijd Latijnse scholen waren met colleges in het Latijn. In de "Hohe Schule" was Latijn een schoolvak dat pas vanaf het tweede jaar werd gedoceerd. Ook stonden Grieks, muziek, wis- en rekenkunde (aritmetica), aardrijkskunde en geschiedenis op het lesprogramma van de "Loßdorffische Schulordnung". Voor het godsdienstonderwijs werd de bijbelvertaling van Luther en de catechismus van Melanchton gebruikt. De Schallaburg en Loosdorf werden centra van de reformatie in het aartshertogdom Oostenrijk beneden de Enns naast onder andere Horn.

Op 14 september 1578 kocht Hans Wilhelm von Losenstein 'Amt Loosdorf' van graaf Ernst von Ortenburg voor dertien Gulden, zes Schilling twaalf. Hierdoor kreeg hij het recht om een aantal percelen landbouwgrond te verpachten. De pacht werd in natura betaald. Er werd graan, haver, rogge en saffraan verbouwd.[11]

Vanaf 1580 kreeg Hans Wilhelm von Losenstein financiële problemen en moest hij landgoederen verkopen om zijn schuldeisers te betalen. In 1592 werd de "Hohe Schule" een "Landschaftschule", waardoor het een openbare onderwijsfunctie voor heel Oostenrijk beneden de Enns kreeg. De school kreeg vanaf dat jaar subsidie van de heren- en ridderstand van het land Oostenrijk beneden de Enns. Het eerste jaar bedroeg de subsidie 600 gulden en 400 gulden na een inspectie.[12] Het aantal leerlingen steeg naar 150. Er was geen officieel internaat bij de school, maar er woonde soms wel een aantal leerlingen in de school.

Privileges vanaf 1584[bewerken]

In 1584 verwierf Loosdorf het marktrecht en in 1588 het recht om een wekelijkse markt te houden.

In 1590 kreeg Loosdorf van Rudolf van Habsburg, toen aartshertog van Oostenrijk en tevens keizer van het Heilige Duitse Roomse Rijk, het privilege om een stadswapen te voeren, wat nog steeds het wapen van Loosdorf is. Het is een schild dat links rood is en rechts blauw. Op het rode deel zit een diagonale zilveren balk. Op het blauwe gedeelte staat een rechtopstaande gouden panter met een fakkel in zijn klauwen.

Gevolgen van de contrareformatie voor Loosdorf (17e eeuw)[bewerken]

Hans Wilhelm von Losenstein stierf in 1601. Omdat hij geen kinderen had, erfde zijn neef Georg Christoph auf Losensteinleithen slot Schallaburg, de parochie en de school van Loosdorf, maar ook Hans Wilhelms hoge schulden (120.000 gulden). In 1610 werd het aantal leraren wegens geldgebrek teruggebracht van ca. zeven naar drie of vier. Georg Christoph huwde met Anna von Stubenberg. Haar vader heer Georg von Stubenberg uit Stiermarken, die veel bezittingen had, nam in 1614 alle bezittingen van de Losensteiners over en betaalde de schuldeisers uit. Toch werd het moeilijker voor de standen van Neder-Oostenrijk om de Landschaftsschule te subsidiëren, omdat er geen geld meer voor was en de subsidie werd gehalveerd. Georg von Stubenberg wou wel een lening verstrekken, maar alleen als de standen van Oostenrijk beneden de Enns garant zouden staan, wat deze niet wouden en konden.

In 1617 volgde Ferdinand II Matthias op als aartshertog van Oostenrijk en in 1619 als keizer van het Heilige Roomse Rijk. Hij voerde een politiek van contrareformatie (Gegenreformation). Benedictijnen uit de Abdij van Melk trachtten in de zeventiende eeuw de bevolking in hun gebieden weer terug te brengen tot het katholicisme. In 1619, een jaar na het uitbreken van de Dertigjarige Oorlog in Bohemen, belegerden protestantse opstandelingen uit Opper-Oostenrijk de abdij van Melk. De ca. 2.000 man voetvolk en 500 ruiters hadden voor de belegering hun kamp in Loosdorf opgeslagen. Maar keizerlijke troepen ontzetten de abdij, verdreven de opstandelingen en plunderden ook de Schallaburg en andere kastelen in de buurt. Kasteel Albrechtsberg werd in brand gestoken, omdat de heer ervan aan de opstand van de protestantse adel had deelgenomen. De tijden werden moeilijker voor Oostenrijkse protestanten in Oostenrijk beneden de Enns. In 1627 werden de Lutherse school en de kerk gesloten krachtens een wet van aartshertog en keizer Ferdinand II.

De eigenaar Hans Wilhelm von Stubenberg bleef "evangelisch" (Luthers). Vanaf 1650 wou hij naar Zuid-Duitsland emigreren, omdat hij dreigde te worden uitgezet vanwege zijn religieuze houding. In 1660 verkocht hij slot Schallaburg en zijn bezittingen in Loosdorf aan de katholiek Reichard Augustinus Kletzl von Altenach en verhuisde hij naar Zuid-Duitsland.[13]

Het 'Ledóchowska-Haus'

In 1734 kreeg de kerk van Loosdorf met onder andere de bouw van een kerktoren meer een barok uiterlijk.

In 1762 verwierf Bartholomeüs Freiherr von Tinti slot Schallaburg met het patronaat over de parochie Loosdorf.[14] Het patronaat is later overgegaan op de abdij van Melk (Stift Melk).[14]

De familie Ledóchowski in Loosdorf (1843-1874)[bewerken]

In 1843 verwierf graaf Antoni August Halka-Ledóchowski een telg van de oude Poolse adellijke familie Halka-Ledóchowski, het kleine landgoed Sitzenthal bij Loosdorf. Na de vroege dood van zijn eerste vrouw verliet graaf Antoni Ledóchowski kasteel Sitzenthal en liet in 1862 in Loosdorf een herenhuis bouwen ("das Ledochovska-Haus"), waar hij met zijn tweede vrouw, die hij in het renaissanceslot Albrechtsberg had leren kennen, Josefine von Salis-Zizers en de drie zonen uit zijn eerste huwelijk ging wonen. In dit huis zijn de welbekende Maria Theresia,[15] Julia (later als non Ursula geheten) Ledóchowska en hun broers Wladimir en Ignacy Ledóchowski geboren.

Door de bankencrash van 1873 verloor Antoni Ledóchowski het grootste deel van zijn vermogen. In 1874 verkocht de familie Ledóchowski hun huis in Loosdorf en verhuisde ze naar St. Pölten, waar Maria Theresia en Julia het gymnasium van de orde IBMV van de Englische Fräulein bezochten. In 1883 verhuisde Antoni Ledóchowski met zijn familie naar zijn nieuwvervorven landgoed in Lipnica, dat toen in Galicië lag. Twee jaar later overleed Antoni. Op 18 augustus 1886 trad Julia in bij de Ursulinnen van Krakau, waar ze een jaar later de naam Ursula Maria kreeg. Ze werd missionaris in Rusland en Skandinavië en stichtte een nieuwe congregatie. Op 18 mei 2003 werd ze heilig verklaard. Haar zus, Maria Theresia, stichtte de soladiteit tegen slavernij in Afrika, genoemd naar Petrus Claver. Zij werd in 1975 zalig verklaard. Zie ook onder:'"in Loosdorf geboren".

In 1849 werden Albrechtsberg en Neubach met Loosdorf verenigd.

In 1858 kreeg Loosdorf een treinstation voor reizigers op de Westbahn. Loosdorf had toen ongeveer 900 inwoners.

Tot 1861 was er op de kruising tussen de Reichsstraße (nu de B1) en de Marktbach een voorde. In 1861 werd de beek bij het kruispunt overdekt. Er bleef tot 1976 verderop in de Wachaustraße een open beek langs de weg lopen.[16]

In 1871 werd de vrijwillige brandweer van Loosdorf opgericht.

In 1892 werd een turnvereniging opgericht, die in 1893 opging in de "Deutsche Turnverein".

In 1976 werd de beek in de Wachaustraße, de Marktbach, overdekt tot aan zijn overgang in de Mühlbach, om de Wachaustraße te verbreden in verband met het zwaardere verkeer.

De "Loosdorfer Taler" (sinds 2002)[bewerken]

In 2002 werd de Oostenrijkse Schilling afgeschaft en de Euro ingevoerd. Naast de Euro kwam er in Loosdorf de '"Loosdorfer Taler"', met een waarde van 10 euro, die alleen in Loosdorf als betaalmiddel bij Loosdorfse bedrijven gebruikt kan worden.

Het gemeentehuis van Loosdorf

Burgemeesters van Loosdorf na de Tweede Wereldoorlog[bewerken]

1945-1946 Karl Haydn; 1946-1949 Josef Fischer; 1950-1975 Johann Schefbäck; 1975-1986 Franz Hofer; vanaf 1986 Josef Jahrmann.

In Loosdorf geboren[bewerken]

  • Ursula Ledóchowska (1865-1939), stichteres van de orde van de grijze Ursulinen. Ze is in 1983 zalig en in 2001 heilig verklaard door paus Johannes Paulus II.
  • Maria Teresia Ledóchowska (1863-1922), stichteres van de Petrus-Claver-Sodaliteit voor de missie in Afrika. Ze is in 1975 door paus Paulus VI zalig verklaard.
  • Wladimir Ledóchowski (1868-1942), van 1915 tot 1942 generaal-overste van de Sociëteit van Jezus (de orde van de Jezuïeten)
  • Ignacy Kazimierz Ledóchowski (1871-1945), een Poolse generaal.
  • Hans (von)[17] Hammerstein-Equord (1881-1947), politicus en schrijver, geboren op het landgoed Sitzenthal. Hij was werkzaam in de politiek van Opper-Oostenrijk. In 1936 was hij een paar maanden minister van Justitie van de Eerste Republiek Oostenrijk tijdens de regering van Kurt Schuschniggs Vaterländische Front (VF). Op 21 juli 1944 werd hij gearresteerd en in mei 1945 naar concentratiekamp Mauthausen gebracht. Na de capitulatie van nazi-Duitsland werd hij vrijgelaten.
  • Harald Froschauer, papyroloog en egyptologisch onderzoeker
  • Gerhard Floßmann (*1949), historicus en onderzoeker van de regionale geschiedenis van Loosdorf en omgeving

Externe links[bewerken]

Een panoramaview van Loosdorf
Het bedrijventerrein van Loosdorf en de rotonde bij de afslag van de Oostenrijkse snelweg de A1
Bronnen, noten en/of referenties
  1. (de) Statistik Austria, "Registerzählung vom 31.10.2011", Gemeinde: Loosdorf
  2. (de) Gerhard Floßmann, "Loosdorf - Ansichten, 1999, p. 59
  3. (de) Gerhard Floßmann, Loosdorf - Ansichten, 1999, p. 58
  4. (de) Gerhard Floßmann, Loosdorf - Ansichten, 1999, p. 48
  5. (de) Gerhard Floßmann, "Loosdorf - Ansichten, 1999, p. 83
  6. Tot 2002 stond de 'B' van de 'B1' voor Bundesstraße. In 2002 ging het beheer hiervan over op de deelstaat Neder-Oostenrijk en werd het een Landesstraße.
  7. (de) Statistik Austria, "Bevölkerung nach Erwerbsstatus; Erwerbstätige nach Stellung im Beruf und wirtschaftlicher Zugehörigkeit", Gemeinde: Loosdorf
  8. (de) Gerhard Floßmann, Loosdorf, 1e druk, 1974, ISBN 3 85326 316 X, uitgegeven door Pfarramt Loosdorf, p.3
  9. (de) Karl Gutkas, Werden und Wesen der Stadt St. Pölten - Kulturamt St. Pölten, 1970, p. 20
  10. (de) R. Feuchtmüller, G. Flossmann e.a., Renaissanceschloß Schallaburg,1e druk 1989, ISBN 3-900 892-00-8
  11. (de) Dr. Roman Hödl en Rudolf Pichler, "Der Verkauf des Amtes Loosdorf (Bezirk Melk) vom Jahre 1578 und das bei diesem Anlasse ausgefertigte Urbar." in "Jahrbuch für Landeskunde von Niederösterreich, zwölfte Jahrgang 1913", Wenen 1914, pp. 147-160.
  12. (de) Helene Miklas, 'Die protestantische Hohe Schule in Loosdorf, 1574-1627'
  13. (de) R. Feuchtmüller, G. Flossmann e.a.,Renaissance-Schloss Schallaburg, Wenen, 1989, pp. 23-25, ISBN 3-900 892-00-8
  14. a b (de) Gerhard Floßmann, Loosdorf, 1e druk, 1974, ISBN 3 85326 316 X, uitgegeven door Pfarramt Loosdorf, p.3-6
  15. ib., p.14
  16. (de) Gerhard Floßmann, Loosdorf - Ansichten, 1999, p. 26
  17. In 1919, vlak na de Eerste Wereldoorlog (1914-1918), werd de adel in Oostenrijk afgeschaft en werd 'von', dat in het Duits aan de adel voorbehouden is, in de naam weggelaten.