Lopen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Voor de gelijknamige plaats in Somerset, zie Lopen (Somerset).

Lopen is het zich stap voor stap voortbewegen door de benen te bewegen. Bij het vooruitbewegen verplaatst het lichaamsgewicht zich steeds naar het voorste been, ook wel "gecontroleerd vallen" genoemd. Het stappen op twee benen wordt ook wel bipedie genoemd.

In Nederland wordt de term lopen gebruikt om aan te geven dat men zich te voet op rustige wijze voortbeweegt: men loopt zonder zich te haasten. In België gebruikt men voor het zich op rustige wijze voortbewegen de term stappen en wordt de term lopen juist gebruikt voor het zich snel voortbewegen.

Stappen (Noord-Nederlands)[bewerken]

De Stappende man

Bij het zich voortbewegen worden de voeten intensief gebruikt. De anatomische bouw van de voet wordt gezien als uniek voor het rechtop kunnen staan van de mens en het voortbewegen op twee voeten.

De menselijke voet bestaat uit een samenstelsel van 26 beenderen en 214 gewrichtsbanden. De holle bouw van de voet en de S-curve van de wervelkolom helpen om schokken ten gevolge van het zich voortbewegen op te vangen.

De gemiddelde snelheid van het zich op rustige wijze voortbewegen door de mens is ongeveer 5 km/h, afhankelijk van leeftijd, gezondheid en motief (met welke bedoeling wordt er gestapt). Iemand van tachtig jaar heeft tijdens zijn leven ongeveer 120.000 km te voet afgelegd.

Een mensenkind kan pas stappen zetten vanaf ongeveer zijn 2e of 3de levensjaar. In het begin bestaat dit uit het lichaamsgewicht afwisselend op één been laten neerkomen en dan vlug het andere vooruitzetten. Geleidelijk ontwikkelt zich dat tot een rustig en met gevoel voor evenwicht stap voor stap de benen vooruitbewegen.

Een mens gebruikt bij het zich stap voor stap voortbewegen zijn armen om het evenwicht te behouden. Normaliter zwaaien de armen tegengesteld ten opzichte van de benen: linkerhand en rechtervoet gaan tegelijk naar voren.

Andere tweebenige dieren (zoals vogels) gebruiken hun kop om in evenwicht te blijven: hun kop beweegt bij iedere stap naar voren. Dieren die op vier benen (poten) stap voor stap bewegen, hebben dit niet nodig omdat nooit slechts één been op de grond staat, altijd twee of meer. Wel is het zo dat de linker voorpoot tegelijk wordt verzet met de rechter achterpoot (en andersom). Wordt dit niet gedaan, dan noemt men dit telgang.

Rennen (Zuid-Nederlands)[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Hardlopen voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Net zoals in het Duits (laufen) betekent lopen in België "rennen". In Nederland gebruikt men hiervoor het woord "hardlopen". Hierbij beweegt men zich springend vooruit, anders dan het zich rustig stap voor stap vooruitbewegen.

Rennen traint het uithoudingsvermogen en zorgt dat spieren worden opgebouwd. Sport voorziet het lichaam in de beweging die het nodig heeft. Er zijn studies die aangeven dat sporten veel gezondheidsvoordelen oplevert. Rennen zorgt er ook voor dat de sporter mentale kracht opbouwt: een gezonde geest in een gezond lichaam.

Er zijn mensen voor wie het onverstandig is om zomaar voluit te gaan trainen. Voor mensen met een medisch verleden en mensen met een leeftijd van boven de 40 jaar kan het belangrijk zijn om, voordat ze gaan trainen, een sport-medische keuring aan te vragen. Het advies kan zijn om begeleid te gaan sporten; soms wordt aanbevolen om in plaats van te gaan rennen bijvoorbeeld te gaan zwemmen, wandelen of fietsen. Het advies om niet te gaan sporten wordt zelden gegeven.

Het dragen van het juiste schoeisel is belangrijk bij rennen, om blaren en blessures te voorkomen.

Benamingen voor vele manieren van gaan[bewerken]

Afhankelijk van de omstandigheden en de snelheid wordt lopen anders genoemd:

  • benen = met grote passen stappen
  • benenwagen = grappig bedoelde aanduiding ("ik ga met de benenwagen" = "ik ga lopen")
  • bergwandelen = wandelen in de bergen
  • darren = heen en weer lopen
  • doodlopen = rennen tot je erbij neervalt
  • doorstappen = stappen zonder op te houden
  • draven = rennen (meestal gezegd van dieren)
  • drentelen = doelloos lopen
  • dribbelen = met kleine passen lopen
  • (te voet) gaan = stappen (in Nederland ook "lopen")
  • hardlopen = rennen (in Vlaanderen ook "lopen")
  • hinkelen = op één been vooruit springen
  • hollen = snel lopen
  • hompelen = kreupel lopen
  • ijlen = snel lopen
  • ijsberen = rusteloos heen en weer stappen
  • joggen = rustig hardlopen (in Nederland), rustig lopen (in Vlaanderen)
  • keutelen = op een plek doelloos heen en weer dralen
  • klossen = lopen zonder de benen op te tillen
  • klunen = met de schaatsen aan lopen
  • kreupelen = kreupel lopen
  • kruipen = zich voortbewegen op handen en knieën
  • kuieren = rustig wandelen
  • laveren = zigzaggend lopen
  • marcheren = geordend lopen, of met een ganzenpas
  • omlopen = niet in een rechte lijn gaan, niet de kortste weg nemen of rondgaan (planeten)
  • overstappen = zich verplaatsen van de ene naar de andere vervoerdienst
  • pikkelen = hinkelend of snel lopen
  • pootjebaden = door het water stappen
  • rennen = lopen (Vlaanderen), hardlopen (Nederland)
  • scharrelen = heen en weer lopen (gezegd van kippen)
  • schrijden = met waardige passen stappen
  • schoffelen = zeer langzaam stappen
  • schuifelen = zeer langzaam stappen, manier van dansen
  • sjokken = zich langzaam voortbewegen
  • sjouwen = zich met inspanning voortbewegen
  • slaapwandelen = wandelen terwijl men slaapt
  • slenteren = zich rustig voortbewegen
  • slijpen = zich zonder doel voortbewegen
  • sloffen = zich voortbewegen zonder de benen op te tillen
  • slungelen = zich slingerend voortbewegen
  • snelwandelen = snel stappen (sport)
  • sprinten = extra snel rennen (sport)
  • stappen = zich met vaste tred voortbewegen
  • steltlopen = op stelten lopen
  • stiefelen = met grote passen lopen
  • stieren = lopen zonder op of om te kijken
  • stormen = rennen
  • strompelen = struikelend stappen
  • sukkelen = moeilijk lopen door ouderdom, ziekte of blessure
  • trekkebenen = gebrekkig stappen
  • tippelen = met korte passen stappen
  • treden = (literair) stappen
  • trimmen = hardlopen (enkel in Nederland gebruikt)
  • trippelen = met korte pasjes lopen
  • trippen = met korte pasjes lopen
  • tuinen = met grote passen lopen (enkel in Nederland gebruikt)
  • voortschrijden = verder stappen
  • wachtlopen = rondgaan en uitkijken
  • wadlopen = het lopen over het wad bij laagwater
  • wandelen = stappen voor je plezier
  • zaklopen = voortbewegen met de benen in een zak (spelletje)

Andere betekenissen van lopen:

  • Water kan lopen = stromen
  • Machines lopen = draaien
  • Neuzen kunnen lopen = druipen
  • Het onderzoek is lopende = het is nog niet afgerond

Zie ook[bewerken]

Icoontje WikiWoordenboek Zoek lopen op in het WikiWoordenboek.