Lord Byron

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
Lord Byron
Lord Byron

George Gordon Byron (Londen, 22 januari 1788Mesolongi, 19 april 1824), beter bekend als Lord Byron, was een Engels schrijver en dichter. Zijn invloed op de Europese dichtkunst, muziek, literatuur, opera en schilderkunst was enorm, hoewel hij op morele gronden werd verafschuwd.

[bewerk] Biografie

George Gordon Byron was de zoon van kapitein John Byron en diens tweede echtgenote, Catherine Gordon, een afstammelinge van de Schotse koning Jacobus I. Hij werd geboren met een afwijking aan zijn voet. De eerste 10 jaar van zijn leven woonde hij in Aberdeen en toen hij in 1798 van zijn achteroom de titel erfde, verhuisde hij naar Cambridge. Daar bouwde hij veel schulden op en trok de aandacht door zijn biseksuele verhoudingen. In 1802 verbleef hij in Newstead bij zijn halfzuster, met wie hij later een incestueuze verhouding zou hebben gehad.

In 1807, tijdens zijn studies aan het Trinity College (Cambridge), gaf hij zijn eerste dichtbundel uit onder de titel Hours of Idleness (oorspronkelijk Juvenalia genoemd). In The Edinburgh Review verscheen een vernietigende kritiek op deze bundel, hetgeen Byron inspireerde tot zijn eerste echt belangrijke werk, English Bards and Scotch Reviewers. Daarin valt hij op satirische wijze zijn critici en veel andere dichters uit zijn tijd (waaronder William Wordsworth, Samuel Taylor Coleridge, Walter Scott en Robert Southey) aan.

Lord Byron
Lord Byron

Na de universiteit reisde hij door Zuid-Europa en legde zijn indrukken hiervan vast in de eerste twee zangen van zijn meesterwerk Childe Harold's Pilgrimage, dat hem op slag beroemd maakte. Tijdens deze reis, waarin Griekenland en de Turkse wereld centraal staan, zag Byron o.a. hoe het Parthenon op de Akropolis in Athene van zijn kunstwerken werd ontdaan. Dat laatste gebeurde in opdracht van Lord Elgin, de Britse ambassadeur bij het Turkse hof. Ondanks het feit dat Byron met de uitvoerder van deze vernielzuchtige klus, de Italiaanse schilder Giovanni Battista Lusieri, een goede relatie onderhield, heeft de dichter het slopen van de metopen en een deel van het fries van het Parthenon (de latere Elgin marbles, nu in het British Museum te Londen) sterk veroordeeld.

In "Childe Harold's Pilgrimage" uit 1812 verschijnt voor het eerst de zogenaamde 'Byronic hero', een weerspiegeling van Byron zelf. Childe Harold is een melancholieke jongeman, die na een losbandig leven afleiding zoekt in buitenlandse reizen. Hij beschrijft de reizen en verbindt hieraan overpeinzingen over het verleden. De 'Byronic hero' heeft alle geneugten van het leven leren kennen en is overtuigd van hun ledigheid. Dit 'Byronisme' heeft veel navolging gevonden in de Europese literatuur, in Nederland onder meer bij Nicolaas Beets, Adriaan van der Hoop en Petrus Augustus de Génestet.

Aan het einde van dat jaar hield hij in Londen enkele opvallende redevoeringen in het Hogerhuis en publiceerde een aantal oosterse verhalen: The Giaour (1813), The Bride of Abydos (1813), The Corsair (1814), Lara (1814), Parisina (1816), The Siege of Corinth (1816). Hij groeide uit tot een gevierd man in de Londense society. Ondanks zijn aangeboren handicap was hij een knappe verschijning. Dit en zijn excentrieke gedrag maakte hem aantrekkelijk voor vrouwen. Hij had verscheidene affaires voor en na zijn huwelijk met Anna Isabella Milbanke in 1815. Hetzelfde jaar kregen ze een dochter, Ada. Het was een ongelukkig huwelijk en een jaar later gingen ze uit elkaar. Zijn reputatie werd hierdoor ernstig geschaad. In het gedicht 'Fare Thee Well' nam hij afscheid van vrouw en kind.

In 1816 vertrok hij, verbitterd door alle kritiek, uit Engeland. Hij trok naar Zwitserland, waar hij zijn collega Percy Bysshe Shelley en diens vrouw Mary ontmoette. Deze ontmoeting, die later in Italië een vervolg kreeg, heeft een gunstige invloed op hem gehad. De reis vond zijn weerslag in twee nieuwe zangen van 'Childe Harold's Pilgrimage'.

Zijn werk The Prisoner of Chillon ontstond na zijn bezoek aan het Château de Chillon aan het Meer van Genève, waar hij de verhalen hoorde van gevangenen die in de kerkers waren weggekwijnd.

Byrons meesterwerk is Don Juan (1819-1824), een onvoltooide verhalende satire van zestien zangen. Het is een mengeling van ernst, cynisme en humor, waarin in de laatste zangen Britse sociale toestanden over de hekel worden gehaald.

Lord Byron op zijn sterfbed
Lord Byron op zijn sterfbed

In juli 1823 vertrok hij naar Griekenland om deel te nemen aan de vrijheidsoorlog tegen de Turken. De overwinning maakte hij echter niet mee. Na enkele maanden overleed hij ten gevolge van een moeraskoortsaanval, in het stadje Mesolongi. Zijn lichaam werd overgebracht naar Engeland, waar het begraven werd in de dorpskerk van Newstead en niet, zoals gepaster zou zijn geweest, in de Poets' Corner van Westminster Abbey. Dat laatste werd vanwege Byron's vroegere levensstijl door de Engelse burgerij niet toegestaan. Helaas is ook een groot deel van zijn dagboeken door zijn vriend John Cam Hobhouse en zijn uitgever John Murray verbrand: er stonden waarschijnlijk te pijnlijke passages in.

Tijdens zijn eerste verblijf in Griekenland heeft hij diverse tempels bezocht. Vaak kraste hij daar dan zijn naam in een van de zuilen. Op de tempel van Poseidon op Kaap Soenion is deze nog goed te zien. Na zijn dood zijn er complete tochten georganiseerd langs deze tempel, waarbij de deelnemers vaak hun naam vlak bij die van Lord Byron zetten. Tegenwoordig is dat vrijwel onmogelijk geworden, omdat de tempel is beveiligd.

Byron stond model voor de aristocratische (of Byroneske) vampier zoals wij die kennen in de westerse literatuur. Met het verhaal The Vampyre (1819) van John Polidori deed de charmante, aristocratische vampier zijn intrede. Byron kwam met het idee, maar Polidori, Byrons dokter, werkte het later uit en gaf zijn vampier diverse karaktereigenschappen van Byron mee. Aristocratisch, charmant maar gevaarlijk voor eenieder die in zijn ban raakt. (meer)

In 2003 kwam er een Engelse miniserie uit over Byron, geregisseerd door Julian Farino. De rol van Byron wordt hierin vertolkt door Jonny Lee Miller.

[bewerk] Externe links

Het werk van Byron is te lezen op diverse pagina's van het Project Gutenberg:

Wikiquote Wikiquote heeft een collectie citaten gerelateerd aan Lord Byron.
 
Persoonlijke instellingen