Lotusvoetjes

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Lotusvoetjes
Chinees meisje met lotusvoetjes, 1892
Een dame met lotusvoetjes, de schoen wordt alleen op de grote teen gedragen, 1911
Dames met lotusvoetjes op de binnenplaats van een rijk huis, 1900
Vrouw met lotusvoetjes, ca. 1900

Lotusvoetjes (ook wel: Gouden lotussen) heeft betrekking op het misvormen van de damesvoeten, een praktijk in het oude China die voetinbinding of Chinese voetinbinding wordt genoemd.

Geschiedenis[bewerken]

Deze praktijk heeft zich kunnen ontwikkelen omdat bij Chinese mannen (aanvankelijk alleen in hofkringen) een "schoonheidsideaal" had postgevat dat kleine voeten heel "sexy" waren, vooral door de invloed die dat had op de (waggelende) manier van lopen. De praktijk is begonnen tijdens de Tang-dynastie (618- 907 na Chr.). Volgens de overlevering begon het met een beeldschone keizerlijke concubine, die van nature kleine voetjes had. Vele vaders en moeders wilden vervolgens dat hun dochter met dit schoonheidsicoon konden wedijveren en begonnen hun dochters als klein meisje de voeten te binden, om ervoor te zorgen dat hun voeten niet "te groot" zouden worden. Wedijver naar steeds kleinere voeten deed vervolgens deze praktijk volkomen uit de hand lopen.

Tegen de 12e eeuw, tijdens de Song-dynastie, was de gewoonte wijd verspreid geraakt. Het gold als een teken van welstand, want alleen redelijk welvarende families konden een vrouw onderhouden die geen behoorlijke hoeveelheid werk meer kon verzetten. De voeten van een van jongs af aan ingebonden volwassen vrouw waren vaak niet meer dan 10 cm lang. De praktijk bezorgde de meisjes die eraan werden onderworpen helse pijnen.

De Mantsjoes, die vanaf 1644 China onderwierpen, zouden na verloop van tijd het grootste deel van de Chinese gewoontes overnemen. Het voetenbinden beschouwden zij evenwel als een barbaarse en smerige praktijk, dus de Mantsjoe-vrouwen bleven hiervoor gespaard. De Mantsjoe-keizers voelden echter geen roeping om deze praktijk bij hun Chinese onderdanen uit te roeien.

De opstandige beweging der Taiping (1852-1865) verbood het voetenbinden resoluut.

Eind 19e eeuw kwam er in China een hervormingsbeweging op, die zich sterk door Europese en Amerikaanse opvattingen liet beïnvloeden. In deze kringen kwam men snel tot de conclusie dat deze Chinese traditie het verdiende om over boord te worden gegooid. Na de omverwerping van het keizerrijk en de uitroeping van de republiek, in 1911, werd de praktijk buiten de wet gesteld. Kennelijk was de Chinese samenleving toen rijp voor deze hervorming, want sindsdien werden nog maar weinig meisjes aan deze foltering onderworpen. Van de vrouwen van wie voor 1911, of enkele jaren later, de voeten werden gebonden, zijn thans er nog maar weinig in leven.

De politieke instabiliteit zorgde dat er ook weinig controle op het verbod op voetenbinden, en in de jaren '20 en '30 kwam het nog sporadisch voor. De communisten waren echter ook resoluut tegen het voetenbinden, en toen de stabiliteit na 1949 was teruggekeerd verdween het voetenbinden geheel.

Vrouwen met ingebonden voeten werden in de periode 1911-1949 uiteindelijk allemaal gedwongen de omzwachtelingen en lotusschoentjes te verwijderen. Dit zorgde dat de voeten plotseling opnieuw begonnen te groeien. Dit gebeurde echter niet keurig naar buiten en naar voren, omdat de voeten al misvormd waren. De voeten groeiden naar binnen uit, wat de vrouwen opnieuw zeer veel pijn bezorgde. Bovendien paste het in de communistische ideologie dat ook vrouwen werkten. Vrouwen met lotusvoetjes konden echter nauwelijks grote afstanden afleggen, maar de regering had daar weinig aandacht voor.

Praktijk[bewerken]

Lotusvoeten werden gevormd door het omzwachtelen van de voeten met stroken stof. Dit dagelijkse procedé werd uitgevoerd bij jonge meisjes van 6 jaar of jonger. De voet werd gehinderd in de groei, en de vier kleine tenen werden naar binnen geplooid en braken uiteindelijk vanzelf waardoor ze nog verder onder de voet geschoven konden worden. De grote teen bleef recht. Het resultaat was dat de botten werden vervormd en dat de tenen naar binnen groeiden. De voeten ontwikkelden zich verkeerd, waardoor de meisjes de kuitspieren niet meer nodig hadden. Al het gewicht verplaatste zich, waardoor lopen haast onmogelijk is. Als de vrouw volgroeid was had zij dan voeten van soms 13-15 cm.

Een gouden lotusvoetje was 8 cm, met 10 cm had men een zilveren lotusvoetje en met 12 cm had men een ijzeren lotusvoetje. Een extra bijzonderheid was als de voet een van nature hoge wreef had waardoor de voet optisch nog kleiner leek.

Voetenbinden is ontzettend pijnlijk. Naast hevige pijn gaan de voeten soms ook opzwellen, kneuzen en ontsteken. Veel vrouwen hebben hun ervaringen verteld of opgeschreven en ze hebben het allemaal over veel pijn, verdriet en onmacht. Gemiddeld stierf 1 op de 10 vrouwen als het gevolg van bloedvergiftiging.

Statussymbool[bewerken]

Lotusvoeten werden o.a. gezien als statussymbool. Aangezien een vrouw moeilijk kon lopen met zulke kleine en onnatuurlijke voeten moest ze wel binnenshuis blijven: Dit lag in het rolpatroon van de vrouw. Het voetenbinden betekende echter ook dat de vrouw dus geen werk nodig had omdat ze rijk was en geen geld hoefde te verdienen.

Lotusschoentjes[bewerken]

Bij deze minuscule voeten hoorden aparte schoentjes. Deze schoentjes moesten de mooie, esthetisch gevormde voet alle eer aandoen. Voor Chinese mannen was een lotusvoet onweerstaanbaar en lotusschoentjes waren de afwerking van het geheel.

De schoentjes bestaan uit dure stoffen zoals zijde en satijn en werden prachtig geborduurd met chinoiseriën. Sommigen hadden een klein hakje, maar meestal waren ze plat. Lotusschoentjes zijn bijzonder gewild en zeer kostbaar. In het theater waar alleen mannen op de planken mochten staan, werden speciale schoenen gemaakt voor de heren. Eigenlijk liepen ze tegen een steun op hun tippen zodat het leek alsof ook zij lotusvoeten hadden. De urenlange trainingen bestonden eruit van 's morgens tot 's avonds op de houten steunen te staan en daarmee hun evenwicht zoeken door op bakstenen te staan.