Louise-Catherine Breslau

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Louise Catherine Breslau, zelfportret, 1885

Marie Louise-Cathérine Breslau, eigenlijk Maria Luise Katharina Breslau (München, 6 december 1856 - Neuilly-sur-Seine. 12 mei 1927) was een Duits-Zwitsers kunstschilderes, lithografe en pasteltekenares.

Leven en werk[bewerken]

Breslau was de dochter van een arts. In 1858 verhuisde de familie naar Zürich, waar haar vader een aanstelling kreeg bij de Universiteit van Zürich. Na het overlijden van haar vader in 1866 werd ze in een klooster geplaatst bij de Bodensee, in de hoop dat ze daar ook van haar astma zou genezen.

Vriendinnen, 1902, Musée d’art et d’histoire, Genève

Nadat tijdens tekenlessen een bijzondere begaafdheid was gebleken, reisde ze in 1876 met haar moeder naar Parijs, waar ze ging studeren aan de Académie Julian, onder Tony Robert-Fleury. Ze was een klasgenote van Amélie Beaury-Saurel en Marie Bashkirtseff. De laatste liet Breslau regelmatig figureren in haar dagboek en toonde zich vaak jaloers op haar tekentalent.

In 1879 exposeerde Breslau voor het eerst in de Parijse salon, waar ze in de periode tot 1891 herhaaldelijk werk tentoon stelde. Ze won een gouden medaille op de Parijse wereldtentoonstellingen van 1889 en 1900. Ook nam ze meermaals deel aan de Zwitserse ‘Nationalen Kunstausstellung’. Rond 1890 opende ze haar eigen atelier in Parijs en ontwikkelde een eigen stijl met elementen vanuit de Jugendstil. Vanaf die tijd ging ze zich ook Louise-Cathérine noemen. In 1901 werd ze opgenomen in het Légion d'honneur.

Breslau was bevriend met vooraanstaande Franse kunstschilders als Edgar Degas, Henri Fantin-Latour, Jules Bastien-Lepage en Jean-Louis Forain. Korte tijd had ze een relatie met Ernst Josephson en vervolgens met beeldhouwer Émile-Antoine Bourdelle. In 1900 betrok ze een atelier in Neuilly-sur-Seine, samen met handwerkkunstenares Madeleine Zillhardt, die haar muze en model zou worden.

Met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog verloor Breslau haar Parijse contacten en raakte ze geleidelijk wat uit de belangstelling. Ze overleed in 1927 na een langdurige ziekte, 70 jaar oud. Ze werd begraven naast haar moeder in Baden.

Galerij[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Robert de Montesquiou: Un maître femme. Mademoiselle Breslau, In: Art et Décoration (1904)
  • Anne-Catherine Krüger: Die Malerin Louise Catherine Breslau 1856–1927, Biografie. Hamburg (1988)
  • Gabriel P. Weisberg und Jane R. Becker: Overcoming All Obstacles. The Women of the Académie Julian, The Dahesh Museum, New York and Rutgers University Press (1999)

Externe links[bewerken]