Louise van België

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zie het artikel Voor de Belgische koningin, zie Louise-Marie van Orléans. Voor de Belgische prinses, zie Louise van België
Prinses Louise van België

Louise Marie Amélie (Laken, 18 februari 1858 - Wiesbaden, 1 maart 1924), Prinses van België, Prinses van Saksen-Coburg-Gotha was het eerste kind van de latere koning Leopold II van België en diens vrouw Maria Henriëtta.

Jeugd[bewerken]

De ouders van Louise hadden gehoopt op een troonopvolger (zoon) en waren dus enigszins teleurgesteld dat ze een meisje bleek. Prinses Louise groeide op aan het hof van Laken en kreeg een Spartaanse opvoeding, enigszins getemperd door plezierige momenten die ze deelde met haar jongere broer prins Leopold en haar zusjes prinses Stefanie en prinses Clementine.

Huwelijk[bewerken]

In 1875 werd Louise uitgehuwelijkt aan haar achterneef prins Filips van Saksen-Coburg-Gotha die behoorde tot de rijke Hongaarse tak van de Coburgfamilie en veertien jaar ouder was dan zijn bruid. Het huwelijk, gezegend met twee kinderen (prinses Dorothea en prins Leopold), was echter geen succes. Leopold was trots op zijn huwelijksstrategie, die erop neerkwam dat hij dit huwelijk arrangeerde met het oog op politieke belangen. Zijn dochter was niet gelukkig met het huwelijk, na de eerste huwelijksnacht ruilde ze haar bed in voor de Serres van Laken.

Het Weense Hof[bewerken]

De prinses verhuisde naar het verre Wenen, waar ze terecht kwam aan het Habsburgse hof, dat haar moeder uit haar jeugd kende. Ze werd er opgenomen in de selecte kring rondom de keizer. Het prinselijk paar genoot het voorrecht aan de keizerlijke tafel plaats te nemen, en kreeg een prominent eerbetoon. De prinses, die financieel afhankelijk was van haar echtgenoot, genoot in bourgondische stijl van haar nieuwe leven. Haar glamoureuze levensstijl viel niet goed bij de keizer en evenmin bij haar moeder.

Ondertussen ging haar echtgenoot rustig door met feesten en jagen en ook hij nam het niet al te nauw met de echtelijke trouw. De barsten in het huwelijk werden voor iedereen zichtbaar. Bovendien raakte de prinses al gauw in geldnood en aangezien haar vervreemde echtgenoot niet langer bereid was haar schulden te betalen, raakte Louise in zware problemen.

Later leven[bewerken]

Louise vond de ware liefde in de persoon van de Kroatische graaf Géza Mattacic (1868-1923), die ze ontmoette in het Prater. Aartshertog Ludwig-Victor, op de hoogte van deze affaire, wendde zich tot zijn broer, keizer Frans Jozef, die de prinses op het matje riep. Ze viel in ongenade bij het keizerspaar, tot schande van haar vader, die de partij van zijn schoonzoon koos. Louise besloot te kiezen voor de graaf, waarop Filips zijn eer verdedigde en genoodzaakt was tot een duel; de prins moest hierin het onderspit delven en liet zich scheiden van Louise. Filips besloot de geldkraan dicht te draaien, tot ergernis van zijn ex-echtgenote die in financiële problemen raakte. Louise was gedwongen haar gehele bezit in het openbaar te verkopen. Filips voelde zich vernederd en de keizer was geschokt, waarop Filips er een einde aan maakte door alles zelf te kopen. Achtervolgd door financiële perikelen ging ze naar Kroatië, maar ook daar liet de macht van het Habsburgse hof zich voelen.

Graaf Géza Mattacic werd opgepakt voor geldverduistering en verloor zijn titel. Louise, die geen steun vond bij haar kinderen en bij de Belgische koninklijke familie, werd naar een psychiatrische instelling gestuurd. Daar werd ze door Wenen en Brussel genegeerd; alleen haar zuster aartshertogin Stephanie verbrak het contact met haar oudere zuster niet.

Géza Mattacic slaagde erin te ontsnappen en de prinses te bevrijden, waarna zij vluchtten richting Frankrijk. De prinses liet zich scheiden van haar man, en vervreemdde van haar vader.

Louise overleed in 1924, een jaar na Mattacic, in erbarmelijke omstandigheden te Wiesbaden, de foto van haar inmiddels overleden minnaar in haar handen.