Lucas (evangelist)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Afbeelding van Lucas uit Très Riches Heures du Duc de Berry (ca. 1410).

De naam Lucas (Grieks: Λουκάς, Loukas) is waarschijnlijk afgeleid van de Romeinse eigennaam "Lucius". Volgens een andere opvatting zou het een verkorte versie zijn van Lucanus (Grieks: Λουκανός, Loukanos) en "afkomstig uit Lucanië" betekenen. Lucas is volgens de traditie de schrijver van het Evangelie volgens Lucas en van Handelingen, het derde en het vijfde boek van het Nieuwe Testament.

Historische vermeldingen[bewerken]

De vroegste vermelding van Lucas is te vinden in Paulus' brief aan Filemon.[1]. Ook wordt hij genoemd in de brief aan de Kolossenzen [2] en in de tweede brief aan Timoteüs[3], die eveneens aan Paulus worden toegeschreven. De eerste uitdrukkelijke vermelding buiten de Bijbel van een Lucas als schrijver vinden we bij Irenaeus, in ca. 180.

De eerstvolgende vermelding is in de anti-marcionitische Proloog bij het Evangelie van Lucas, een document dat vroeger in de 2e eeuw werd gedateerd, maar tegenwoordig in de late 4e eeuw geplaatst wordt en dat gericht is tegen Marcion van Sinope (rond 130). Marcion moest niets hebben van het Oude Testament; een "gezuiverde" versie van de boeken van Lucas accepteerde hij echter als "canoniek".[4] Volgens Helmut Koester stamt het volgende (oorspronkelijk Griekse) gedeelte daaruit uit de tweede helft van de 2e eeuw:

Aanhalingsteken openen

Lucas is een Syriër uit Antiochië, van Syrisch ras, van beroep arts. Hij werd leerling van de apostelen en later volgde hij Paulus in het martelaarschap. Na de Heer voortdurend, ongehuwd en kinderloos, te hebben gediend, stierf hij, vervuld van de heilige Geest op 84-jarige leeftijd.

Aanhalingsteken sluiten

Lucas en het Nieuwe Testament[bewerken]

Binnen de huidige Bijbelwetenschap bestaat onzekerheid over de vraag of het Evangelie van Lucas en de Handelingen van de apostelen werkelijk door Lucas zijn geschreven. Geen van beide werken bevat de naam van Lucas, hoewel de vele passages in eerste persoon meervoud (de zogenaamde 'wij-passages') altijd begrepen zijn als de ooggetuigenissen van Lucas zelf. Omdat zowel het Evangelie van Lucas als de Handelingen van de Apostelen tot dezelfde Theofilus zijn gericht en Handelingen zich duidelijk laat lezen als een vervolg op het Evangelie, wordt in het algemeen niet betwijfeld dat beide werken door één auteur werden geschreven. Wel is zeker dat de beide Bijbelboeken door een ontwikkeld man zijn geschreven: hij gebruikte een zeer verzorgd en correct soort Grieks wat erop duidt dat hij inderdaad iemand was die voor arts gestudeerd kan hebben.

Levensloop[bewerken]

Als we ervan uitgaan dat de schrijver van Handelingen dezelfde was als de arts Lucas en dat deze ooggetuige was van de gebeurtenissen waarbij hij het woord wij gebruikt, kunnen we het volgende reconstrueren over zijn levensloop:

Lucas was (als enige van de Bijbelauteurs) geen Jood, maar waarschijnlijk een Griek[5], beter bekend met de Egeïsche Zee dan met Palestina. Hij gebruikt de stijl van de Griekse geschiedschrijvers, waarbij opvalt dat hij de titels van de overheidsdienaren juist hanteert (hij noemt de magistraten in Efeze bijvoorbeeld Asiarchen).

Lucas sloot zich rond het jaar 50 aan bij het gezelschap van de apostel Paulus, toen deze te Troas door een droom de overtuiging kreeg dat hij zijn zendingswerk moest voortzetten in Macedonië.[6] Nadat ze overgestoken waren, predikte het gezelschap in Filippi. Daar werden ze flink tegengewerkt. Paulus en Silas belandden zelfs in de gevangenis, die echter door een aardbeving instortte. Paulus en Silas zetten de zendingsreis voort in Macedonië en Griekenland; het lijkt er op dat Lucas in Filippi was gebleven, mogelijk om de jonge gemeente daar te ondersteunen. Een jaar of zeven daarna kwam Paulus weer door Filippi; hij had het plan naar Jeruzalem te gaan. Opnieuw ging Lucas met hem mee.[7] Per schip voeren ze naar Caesarea en vandaar trokken ze naar Jeruzalem, waar ze de Apostelen ontmoetten.

Vervolgens werd Paulus bijna gelyncht door een opgewonden, misleide menigte, gearresteerd en gevangengezet te Caesarea. Lucas had in deze tijd ruim de gelegenheid gehad om getuigen te spreken, wier getuigenissen hij verwerken zou in zijn Evangelie en in de eerste hoofdstukken van Handelingen. Na twee jaar was er nog geen zicht op een eerlijke berechting en ging Paulus in beroep bij de keizer. Dat was toen Nero nog onder de invloed stond van zijn leermeester Lucius Annaeus Seneca en nog niet de wreedaard was die hij later zou worden. Het schip waarmee Paulus en Lucas naar Rome voeren, leed schipbreuk. God overtuigde Paulus dat hij behouden te Rome zou aankomen, want hij moest voor de keizer staan. In Italië werden Paulus en zijn reisgenoten hartelijk opgevangen door de gelovigen. Hij kreeg huisarrest, maar dat weerhield hem er niet van om van huis uit te evangeliseren. Hier eindigt het boek Handelingen.

Lucas komen we tegen in de Tweede brief van Paulus aan Timoteüs. Paulus spreekt daar over zijn aanstaande executie en hij voelt zich in de steek gelaten, alleen Lucas is nog bij mij.[3]

Verering[bewerken]

De feestdag van Lucas is op 18 oktober. Vanwege het feit dat Lucas arts was, wordt hij gezien als patroonheilige van artsen. Ook werden ziekenhuizen regelmatig naar hem vernoemd.

Lucas is ook patroonheilige van schilders en beeldsnijders (het Sint-Lucasgilde). Volgens de legende schilderde Lucas Maria met het kind Jezus naar het leven. Verschillende voorstellingen van de Madonna worden vereerd als werk van de heilige Lucas. Het thema 'Lucas die de Madonna met Kind schildert' is afgebeeld op vele altaarstukken, met name op altaarstukken van de plaatselijke schildersgilden.

In de beeldende kunst wordt Lucas, sinds de 4e eeuw, ook afgebeeld als zijn symboolgestalte: gevleugelde stier, os of kalf. Deze weergave wordt tetramorf genoemd.

Galerij[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Dokter Lukas, G.A. Lindeboom, Ten Have, 1965
  • Mensen rondom Paulus, F.F. Bruce, Boekencentrum 1986
  1. Filemon 1:24
  2. Kolossenzen 4:14
  3. a b 2 Timoteüs 4:11
  4. In dit geval moet "canoniek" ruim worden gezien. In feite was juist de actie van Marcion aanleiding tot het vaststellen van een canon. Dit proces zou nog eeuwen duren. Zie Canonvorming van het Nieuwe Testament
  5. Kolossenzen 4:10, 14
  6. Handelingen 16:10 -17:1
  7. Handelingen 20:6 (slot)