Luce Irigaray

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Luce Irigaray (Blaton, 1930) is een Belgische filosofe, psychoanalytica, taalkundige en feministe.

Biografie[bewerken]

Irigaray werd in 1930 in Blaton in de provincie Henegouwen geboren (zij is terughoudend over haar persoonlijk leven en haar precieze geboortedatum is niet bekend). Na haar afstuderen aan de Katholieke Universiteit Leuven (1955) studeerde zij in 1961 in Parijs nogmaals af, in de psychologie.

Na vervolgens enkele jaren in België te hebben gewerkt, keerde zij terug naar Frankrijk. Zij stond onder invloed van de psychoanalyticus Jacques Lacan, en promoveerde in 1968 in de linguïstiek.

Na een docentschap aan de Universiteit van Vincennes (1970—1974) promoveerde zij opnieuw, ditmaal op een filosofisch onderwerp, om spoedig daarna de universiteit te verlaten. Als reden daarvoor wordt wel aangegeven dat zij zich in haar proefschrift te kritisch had opgesteld tegen het mannenbolwerk en tegen de denkbeelden van Lacans school, het “fallocentrisme” waarin de man nog steeds centraal stond.

In 1982 was zij gastdocent aan de Rotterdamse Erasmusuniversiteit.

Sinds de jaren tachtig biedt zij ideologische steun aan de Italiaanse communistische beweging.

Zij is al tientallen jaren verbonden aan het “Centre National de Recherche Scientifique de Paris”, thans op het gebied van de filosofie.

Eind 1997 werd de geloofwaardigheid van Irigaray op de proef gesteld in het boek Intellectueel bedrog. Postmodernisme, wetenschap en antiwetenschap van de fysici Alan Sokal en Jean Bricmont. Daarin analyseren zij de teksten van (vooral) Franse postmoderne intellectuele keizers, die achter hun imposant jargon naakt zijn. Zie ook: Sokal-affaire.

Feminisme[bewerken]

Irigaray wijst op de lichamelijke, culturele en maatschappelijke verschillen tussen vrouwen en mannen. Dit is haar op kritiek uit feministische hoek komen te staan: zij zou deze verschillen eeuwigheidswaarde toekennen, en ze daarmee bevestigen.

Toch is dit niet wat Irigaray bedoelt. Zij betoogt veeleer dat de verschillen (de seksuele differentie) maatschappelijk ontstaan, en daardoor weliswaar bestaan, maar van maatschappij tot maatschappij verschillen. Zij hebben dus geen universele geldigheid; maar als zij eenmaal gevormd zijn, dient het individu er wel mee in het reine te komen.

Mannen worden bijvoorbeeld, in de westerse maatschappij, veelal als rationeler beschouwd, vrouwen als emotioneler; Iragaray bestrijdt juist dat dit onderscheid wezenlijk is.

Psychoanalyse[bewerken]

Traditionele opvattingen[bewerken]

In de psychoanalyse is het begrip “afsplitsing” bekend: de eigen negatieve eigenschappen worden dan aan een ander toegeschreven, en daarmee van de eigen persoon “afgesplitst”. Iragaray benadrukt dat het hier vaak om lichamelijke eigenschappen gaat, en dat degene aan wie deze als negatief ervaren eigenschappen worden toegeschreven, veelal een buitenstaander is: de andere, de vreemdeling, de vrouw. Dit kan gemakkelijk tot discriminatie leiden.

Irigaray wil dit proces “genezen” door “tegenoverdracht”: een antwoord op het psychoanalytische principe van de “overdracht” waarbij zowel negatieve als positieve emoties (angst zowel als verlangen bijvoorbeeld) die de geanalyseerde ervaart, op de therapeut worden geprojecteerd. Bij de "tegenoverdracht" brengt ook de therapeut (al dan niet bewust) zijn of haar persoonlijke aspecten in in de therapeutische relatie.

Kritiek op de psychoanalyse[bewerken]

Daarbij onderkent zij in de psychoanalyse zowel een sterke als een zwakke kant. Enerzijds maakt deze therapievorm het mogelijk om traumatische ervaringen al pratend te verwerken, anderzijds is de vorm daardoor vooral geschikt voor mensen die verbaal sterk zijn ontwikkeld.

Daarnaast is naar haar mening de psychoanalyse te zeer gericht op emoties uit het verleden, en veronachtzaamt de emoties die de cliënt in het heden ondergaat. Ook de gekozen vorm is niet optimaal: hoe kan men op de sofa liggend zijn woede uiten? En is die liggende houding niet, specifiek voor vrouwen, beladen?

Alternatieven[bewerken]

Naast de therapie van het woord stelt Iragaray daarom die van het gebaar. Dat laatste begrip kan allerlei vormen van lichamelijk contact, van lichaamstaal, omvatten: van aanraking tot luisteren en oogcontact. Er blijft echter verschil tussen therapeut en cliënt, en dat is een reden waarom seksueel contact uit den boze is: daardoor zou dat verschil worden tenietgedaan.

Ook vormen van zelfexpressie zoals schilderen of het maken van gedichten beschouwt Irigaray als waardevolle instrumenten; associaties en dromen komen daarmee aan het licht.

Politiek[bewerken]

Man en vrouw in de maatschappij[bewerken]

Irigaray onderkent dus zowel een talige als een lichamelijke component aan het menselijke ik; maar beide zijn cultureel bepaald. Het verhaal van mijn leven wordt bepaald door de taal die ik met anderen deel; opvattingen over mijn lichaam worden gevormd door de culturele en maatschappelijke omgeving waarin ik opgroei.

Hier komt Irigaray echter terug bij een verschil dat zij wel als essentieel beschouwt: dat tussen man en vrouw. Verschillen zijn niet uitsluitend cultureel bepaald: zij zijn ook biologisch. Hier legt zij ook een verband met de democratie: die zou niet zozeer een ontmoeting moeten zijn tussen vertegenwoordiger en vertegenwoordigde, maar zou moeten beginnen met de ontmoeting tussen twee personen.

Kritiek[bewerken]

Deze visie is Irigaray op scherpe kritiek komen te staan. Blijkbaar kent zij de heteroseksuele relatie meer waarde toe dan de homoseksuele; en het lijkt erop dat zij de minderheidsrol van zwarte mensen in een witte omgeving bagatelliseert.

Tevens is haar visie haar uit feministische hoek op het verwijt komen te staan dat zij de man-vrouwverschillen niet (zoals in feministische kring gebruikelijk is) als cultureel bepaald ziet, maar als essentieel.

De andere[bewerken]

In ieder geval benadrukt Irigaray hiermee dat een “wij”-relatie op een verschil is gebaseerd: “ik” versus “jij”. Die wij-relatie is bij haar echter tevens een twee-relatie, die zij wil uitbreiden naar meer veelomvattende maatschappelijke relaties.

Het anders-zijn biedt de gelegenheid tot een ontmoeting met de ander; die is daardoor niet het object van onze "afsplitsing", maar is gelijkwaardig, en verschilt van ons. Zij beoogt de genderrelatie tussen twee individuen uit te breiden naar bredere vraagstukken van politiek en van identiteitsverschillen.

Zo heeft zij zich voorvechtster betoond van een Europees burgerschap, dat ook weer diversiteit in zich besloten houdt: verschillen in religie, naar culturele achtergrond, en in etnisch opzicht. Het Europees burgerschap aanvaardt in haar visie die verschillen, in plaats van ze te negeren. Hierbij komt ook de noodzaak tot herbezinning doordat wij ons ervan bewust zijn geworden dat de Westerse cultuur niet de enig bestaande is: ook in dit opzicht ontmoeten wij het andere.

Irigarays aandacht voor de mondialisering is ook aandacht voor milieuzaken. Als marxiste (zij is sterk betrokken bij Italiaanse linkse bewegingen) legt zij niet de nadruk op de traditionele tegenstelling tussen elkaar uitbuitende maatschappelijke groeperingen, maar op de huidige en toekomstige exploitatie door de mens van zijn omgeving.

Werken (een selectie)[bewerken]

  • (1974) Speculum de l'autre femme. Paris: Minuit (diss.).
  • (1977) Ce sexe qui n'en est pas un. Paris: Minuit.
  • (1985,a) "L'ordre sexuel du Discours", in Irigaray (1987b:81-123, herdr. in Irigaray 1990a:403-461.
  • (1985,b) Parler n'est jamais neutre. Paris: Minuit.
  • (1987,a) Sexes et parentés. Paris: Minuit.
  • (1987,b) (red.) Le sexe linguistique. Speciaal nummer van Langages, 85.
  • (1990,a) (red.) Sexes et genres à travers les langues. Eléments de communication sexuée. Paris: Grasset.
  • (1990,b) "Représentation et auto-affection du feminin", in Irigaray 1990a:9-29.
  • (1992,a) J'aime à toi. Esquisse d'une félicité dans l'histoire. Paris: Grasset.
  • (1992,b) La democrazia comincia a due. Torino: Boringhieri.

Bronnen

  • L.D.Derksen (1993). Luce Irigaray. Het denken van differentie, in: Theo de Boer e.a. Moderne Franse filosofen - Foucault, Ricoeur,Irigaray, Baudrillard, Levinas, Derrida, Lyotard en Kristeva (pp.46-63), (Kok Agora:Kampen). ISBN 90 391 0545 6
  • Ende, Tonja van den (1999). In levende lijve. Identiteit, lichamelijkheid en verschil in het werk van Luce Irigaray. (Linde:Damon) (diss.).
  • Ende, Tonja van den (2001). Discussie: In levende lijven. Het risico van verschil, in Tijdschrift voor Humanistiek jg. 2 no. 6 (okt.).
  • Halsema, Annemie (2004). Democratie begint met twee. Lucy Irigaray over een gelukkige toekomst, in Loes Derksen en Mariëtte Willemsen, Wat maakt gelukkig? Hedendaagse filosofische visies, (Amsterdam:Atlas) (herdr. Pandora).
  • Holland, Bridget, Luce Irigaray: A Biography[1].
  • Internet Encyclopedia of Philosophy : Luce Irigaray (1932 - present)[2].
  • Mythos & Logos : Luce Irigaray[3].