Luchtembolie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
Luchtembolie
Coderingen
ICD-10 O88.0, T79.0
ICD-9 673.0, 999.1
DiseasesDB 313
eMedicine emerg/787
MeSH D004618
Portaal  Portaalicoon   Geneeskunde

Een luchtembolie is een vorm van embolie die ontstaat als een hoeveelheid lucht direct in de bloedbaan komt en daar een gasbel vormt. Deze belemmert de normale bloedsomloop.

Oorzaken[bewerken]

  • Medische complicatie: het gaat hierbij om een complicatie ten gevolge van een medische behandeling waarbij direct toegang wordt gemaakt tot de bloedbaan, zoals infusietherapie, hemodialyse, operatie of geneeskundig onderzoek. Door het gebruik van moderne apparatuur (met luchtdetectie) en middelen is dit echter een zeldzame complicatie geworden.
  • Verhoogde druk in de longen: het bloed krijgt een hoger gehalte lucht opgelost. Bij lagere druk zal het bloed zijn teveel aan lucht resorberen en afgeven in de vorm van luchtbelletjes, vergelijkbaar met het koken van water bij verlaagde druk. Reeds aanwezig kleine luchtbelletjes zullen door een lagere omgevingsdruk uitzetten en de bloedbaan blokkeren.
  • Verhoogde druk in de longen: door het verlagen van de druk buiten het lichaam zetten de longen te veel uit als gevolg van het uitzetten van de lucht. Hierdoor lekt er lucht naar de bloedbaan waar het luchtbellen vormt. Dit verschijnsel treedt op bij caissonziekte (duikersziekte).

Bij luchtembolie vormt vooral de stikstof in de lucht het grootste probleem. zuurstof en kooldioxide worden snel in het bloed opgenomen. De grote hoeveelheid stikstof wordt veel langzamer opgenomen.

Gevolgen van een luchtembolie[bewerken]

De gevolgen zijn afhankelijk van:

  1. de positie van het lichaam.
  2. de hoeveelheid lucht
  3. de snelheid van binnenkomen
  4. de plaats van binnenkomen:
    • in de ledematen of centraal, bijvoorbeeld via de longen
    • arterieel (in een slagader) of veneus (in een ader)

Bij veneuze toegang zal lucht altijd het hoogste deel in het lichaam opzoeken. Dit eventueel tegen de bloedstroom in. De minimale hoeveelheid lucht met ernstige gevolgen is bij snelle toegang 5 ml. Komt de lucht langzaam de bloedbaan in dan ligt deze grens veel hoger. De overlevingsgrens ligt dan vermoedelijk bij 65 tot 125 ml.

Zittende houding[bewerken]

De lucht zal richting hersenen gaan en daar in de kleine bloedvaten de doorgang belemmeren. De patiënt blijft aanvankelijk bij bewustzijn, schreeuwt meestal en zal veel last hebben van het geruis/geluid in de bloedvaten van de hersenen ten gevolge van de opstijgende lucht. Hierop treden krampen en trekkingen op met uiteindelijk kans op dodelijke afloop.

Liggende houding[bewerken]

De lucht verplaatst zich naar de rechter kant van het hart in het atrium of de ventrikel. Daar zal de lucht zorgen voor schuimvorming. Dit is te horen als geruis. Dit schuimend bloed belemmert de normale doorgang van het bloed richting de longen. De gevolgen voor de patiënt zijn diepe ademhaling, kuchen, cyanose, bewusteloosheid en tenslotte het stoppen van de ademhaling. De bloeddruk is niet te meten en er is geen polsslag voelbaar.

Ligt de patiënt op de rechterzij dan zal de lucht verder verplaatsen naar de longen en daar de bloedvaten verstoppen.

Behandeling[bewerken]

Liggen op de linkerzij met het hoofd naar beneden en de voeten omhoog (Trendelenburghouding) direct nadat de lucht in de bloedbaan is gekomen. Bij verschijnselen krijgt de patiënt grote hoeveelheid zuurstof via een masker en worden symptomen bestreden.