Luchtsteun

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Luchtsteun door middel van gevechtshelikopters
Voor eventuele luchtsteun boven Europa tegen Russische tanks werd de A-10 Thunderbolt II speciaal ontwikkeld; deze werd grootschalig in de Golfoorlog ingezet

Met de term luchtsteun (Engels: close air support, afgekort CAS) bedoelt men ondersteunende luchtaanvallen op vijandelijke posities op de grond ter ontlasting van eigen grondtroepen.

Luchtsteun wordt aangevraagd door en dient ter ondersteuning van de eigen grondtroepen die zich in hetzelfde gebied bevinden. Hierdoor krijgen zij dan immers de mogelijkheid om:

  • naar de aangevallen vijandelijke positie(s) op te rukken voor een grondaanval ter verovering van die positie(s);
  • zich uit een gevaarlijk gebied terug te trekken en te verzamelen op een positie(s) van waaruit een betere verdediging mogelijk is.

Luchtsteunoperaties zijn er primair op gericht om plaatselijk zo veel mogelijk vijandelijk personeel uit te schakelen om de eigen grondtroepen betere operationele opties te bieden, en de manier waarop de luchtsteun wordt uitgevoerd, hangt grotendeels af van de geografische omstandigheden in de regio waarin het conflict zich afspeelt. Zo werden in de Tweede Wereldoorlog door jachtvliegtuigen speciale luchtsteunmissies gevlogen waarbij alle vijandelijke stellingen die men onderweg tegenkwam met mitrailleurs en raketten werden beschoten.

In de oorlog in Vietnam werden luchtsteunmissies echter gevlogen door jachtbommenwerpers die posities op de grond met napalm bombardeerden. Deze methode was weinig effectief maar de enige mogelijkheid; de dichtbegroeide jungle ontnam namelijk ieder zicht op vijandelijke troepen.

In de Golfoorlog en in Afghanistan (beide in uitgestrekte overzichtelijke gebieden) bleek de gevechtshelikopter voor luchtsteun uitstekend geschikt te zijn.