Luchtwachttoren

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Luchtwachttoren 8L3 tussen Linne en Montfort, de enige toren waar vanaf ooit een Sovjet-Russisch toestel is waargenomen.

Een luchtwachttoren was in de jaren '50 en '60 van de 20e eeuw een uitkijkpost die in Nederland door de Korps Luchtwachtdienst werd gebruikt voor het afzoeken van het luchtruim van Nederland naar Russische vliegtuigen in het kader van de Koude Oorlog.

Inhoud

[bewerken] Observatienetwerk

De luchtwachttorens waren onderdeel van een netwerk van 276 posten verspreid over heel Nederland, waarvan 137 een plaats hadden in bestaande gebouwen, zoals molens en torens, en 138 speciaal voor dit doel werden gebouwd.[1]

[bewerken] Bouwkenmerken

Het Centrale Bouwbureau der Genie werd belast met het ontwerpen en bouwen van de speciale torens[1]. Een toren van beton was vanuit een financieel oogpunt, goedkoop en lage kosten van onderhoud, als technisch het meest geschikt. De keuze viel op een systeem van geprefabriceerde betonnen raatbouwelementen, dat ontwikkeld was door de NV Raatbouw, in 1950 opgericht door de architect Marten Zwaagstra, en de NV Schokbeton[1].

Een standaardtoren bestond uit een fundering, waarop vier vertikale betonnen balken waren geplaatst, die om de twee meter waren verbonden door horizontale balken. Hiertussen werden met gegalvaniseerde bouten de raatbouwelementen vastgemaakt[1]. Het gebruik van prefab elementen resulteerde in een korte bouwtijd. Een nevenvoordeel was dat bij eventuele demontage van de toren de elementen opnieuw gebruikt zouden kunnen worden in magazijn- of woningbouw. Dit laatste is echter nooit gebeurd[1].

De productie en de bouw van de luchtwachttorens werden uitbesteed aan Schokbeton. In de herfst van 1951 startte de bouw en deze duurde tot eind jaren vijftig[1]. Er werden 23 variaties gebouwd, van 2,52 m tot 31,02 m hoog, telkens met een verschil van 1,14 m. Deze laatste maat werd bepaald door drie betonraten, elk 35 centimeter groot[1]. De hoogte in centimeters werd tevens gebruikt voor de typeaanduiding van de toren. Torens die hoger waren dan 19,06 m kregen beneden op de hoeken steunberen. De onderste acht raten van de toren en de steunberen werden aan de buitenzijde betegeld met betonnen tegels om te voorkomen dat personen de toren inklommen. De observatieplatform was bereikbaar via houten trappen, die verbonden waren middels horizontale raatbouwelementen, waarvan een deel betegeld was om dienst te doen als overloop. De toegangsdeur van de toren was ook van hout. De uitlopende observatieplatform was ook betegeld ter bescherming van de bemanning[1]. In het midden van dit platform stond een ronde tafel opgesteld met daarop een kaart van de omgeving, met de toren getekend in het centrum van de kaart. Op dat middelpunt kon vervolgens een statief met een vizierkijker en een aanwijsnaald worden geplaatst. Met waarnemingen van drie torens werd de positie van het vijandige vliegtuig bepaald.

Om de hoogte en daarmee de kosten van de torens te beperken, werden ze bij voorkeur gebouwd op heuvels, dijken en wallen[1]. De torens stonden meestal in de buurt van dorpen of bewoningskernen zodat de vrijwilligers snel te toren konden bereiken. De torens werden ook vaak langs of in een bosrand geplaatst of er werden bomen omheen geplant dat diende als camouflage.

[bewerken] Gebruik

Het hele netwerk heeft nooit in een oorlogssituatie gefunctioneerd. Door de introductie van straaljagers, die sneller dan het geluid vlogen, en radar was het observatiesysteem al snel achterhaalt[1]. In juni 1968 werd het Korps Luchtwachtdienst opgeheven. Ongeveer tien luchtwachttorens werden overgedragen aan de Bescherming Bevolking (BB), die ze gebruikten voor het lokaliseren van een mogelijke atoombominslag. Bij deze torens werden bunkers gebouwd als schuilplaats voor vier personen tegen radio-actieve neerslag[1]. In 1980 werden ook deze torens afgestoten.

[bewerken] Afstoten

In 1988 droeg het Ministerie van Binnenlandse Zaken diverse torens over aan lokale overheden of andere instellingen. Deze overdracht vond vaak plaats met toezegging dat het Rijk eventuele sloopkosten voor haar rekening zou nemen[1].

Veel van de 138 luchtwachttorens die werden gebouwd, zijn nadien weer gesloopt. Slechts 19 resteren,[1] een paar daarvan hebben in 2008 inmiddels de status van militair erfgoed of Provinciaal monument.

[bewerken] Lijst van luchtwachttorens

[bewerken] Externe links

[bewerken] Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:

  1. a b c d e f g h i j k l m Kruidenier, M. (2007). Militair erfgoed Categoriaal onderzoek wederopbouw 1940-1965. Zeist: Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten Pdf document deze link.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren