Luciano D'Onofrio

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Luciano d'Onofrio)
Ga naar: navigatie, zoeken
Luciano D'Onofrio
Afbeelding gewenst
Persoonlijke informatie
Volledige naam Luciano D'Onofrio
Geboortedatum 14 september 1955
Geboorteplaats Castelforte, Italië
Clubinformatie
Functie Spelersmakelaar
Senioren
Seizoen Club w 0(g)


1977-1979
1979-1980
1980
1981-1983
Ans FC
Tilleur FC
Bas-Oha
FC Winterslag
Houston Hurricane
Portimonense SC
Getrainde clubs
1983-1984
1984-1987
1998-2004
2004-2011
Inter Milaan (assistent-manager)
FC Porto (manager)
Standard Luik (officieus)
Standard Luik (ondervoorzitter)
Portaal  Portaalicoon   Voetbal

Luciano D'Onofrio (Lucien of Licio) (Castelforte (Italië), 14 september 1955) is een spelersmakelaar en voetbalbestuurder.

Voetbalcarriére[bewerken]

In 1958 verhuisde de familie D'Onofrio naar Luik. Zijn vader was één van de vele Italiaanse migranten die in de Luikse mijnen kwam werken. Luciano voetbalde bij Ans FC, Tilleur FC, Bas-Oha en FC Winterslag. Bij Bas-Oha speelde hij samen met Roger Claessen, in Winterslag leerde hij trainer Robert Waseige kennen. Even speelde hij ook in de Verenigde Staten, bij het toen pas opgerichte Houston Hurricane, alvorens zijn carrière in Portugal te beëindigen. Het was Luís Norton de Matos, een gewezen speler van Standard, die D'Onofrio naar Portimonense SC haalde. D'Onofrio zette na een driedubbele beenbreuk een punt achter zijn spelersloopbaan.

Hij liet zich in zijn geboorteland verzorgen en kreeg bij Inter Milaan een job. In 1984 werd hij er sportief raadgever van de algemeen directeur. Van 1985 tot 1991 werke hij zich verder op in de voetbalwereld, met name bij FC Porto. Eerst werd hij belast met de public relations van de Portugese club, nadien werd hij benoemd tot algemeen manager.

Spelersmakelaar[bewerken]

In 1991 veranderde D'Onofrio het geweer van schouder en werd hij spelersmakelaar. Zijn uitgebreide talenkennis (Italiaans, Frans, Portugees, Engels en Spaans) kwam hem daarbij uitstekend van pas. Vrij snel ontpopte hij zich tot een van de machtigste makelaars op de voetbalmarkt, met in zijn portefeuille toppers als Alen Bokšić, Vítor Baía, André Cruz, Marcel Desailly, Didier Deschamps en Zinédine Zidane.

Standard Luik[bewerken]

In 1998 werd hij op vraag van André Duchêne de grote man achter de schermen van het nieuwe Standard Luik. Officieel stond hij nog altijd als makelaar geregistreerd, waardoor hij niet in het organigram van de club kon worden opgenomen. Zijn vriend Robert Louis-Dreyfus stond in voor de officiële investeringen, maar men vermoedde dat D'Onofrio zelf ook kapitaal in de club had geïnvesteerd. In 2004 schortte de Italiaanse Belg zijn makelaarsactiviteiten definitief op en werd hij vicevoorzitter van de club. Onder zijn toezicht nam Standard terug een plaats aan de Belgische top in en veroverde het in 2008 zijn eerste landstitel in 25 jaar. Een jaar later speelden de Rouches opnieuw kampioen. Zijn broer Dominique D'Onofrio was bij Standard trainer en later ook technisch directeur. In 2011 stapte Luciano D'Onofrio uit het bestuur van de club. Roland Duchâtelet werd toen de nieuwe voorzitter van Standard.

RSC Anderlecht[bewerken]

In een geladen duel tussen RSC Anderlecht en Standard brak Axel Witsel het been van Anderlechtverdediger Marcin Wasilewski. De slechte band tussen beide clubs bereikte toen een historisch dieptepunt. Om de sfeer tussen Anderlecht en Standard te verbeteren, organiseerde senator Alain Courtois een verzoening tussen Roger Vanden Stock, voorzitter van paars-wit, en D'Onofrio. De strijdbijl werd in het bijzijn van de pers begraven.

Na zijn vertrek bij Standard onderhandelde D'Onofrio met zowel Club Brugge als RSC Anderlecht over een mogelijke bestuursfunctie. Op 17 november 2011 gaf Vanden Stock verrassend toe dat hij met D'Onofrio had gesproken.[1] Een dag later raakte bekend dat hij het technisch beleid van de club zou adviseren.[2] Op 24 november verspreidde de club een communiqué waarin het een samenwerking met D'Onofrio inzake transfers aankondigde.[3][4] In de zomer van 2011 was hij ook al betrokken bij de transfers van Dieumerci Mbokani en Milan Jovanović naar Anderlecht. Maar D'Onofrio ontkende dat nieuws meteen en in december 2011 werd bekend dat D'Onofrio toch niet naar Anderlecht zou gaan.

Eupen[bewerken]

In februari 2012 schoot D'Onofrio tweedeklasser KAS Eupen financieel te hulp.[5] De tweedeklasser deed een beroep op D'Onofrio om een licentie te kunnen aanvragen.

Schaduwzijde[bewerken]

Het succesvolle makelaarschap kende echter een zware keerzijde. D'Onofrio kwam regelmatig in aanraking met het gerecht. In 1997 werd hij veroordeeld voor zijn aandeel in de financiële malversaties van Bernard Tapie bij Olympique Marseille. In 1998 kreeg hij een nieuwe straf, steeds met uitstel, voor duistere commissies tijdens het beheer van Paris Saint-Germain tussen 1986 en 1990. In 1999 kreeg hij een boete van 46.000 euro, ditmaal voor zijn rol als tussenpersoon bij transfers van Girondins de Bordeaux. In 2007, tenslotte, kreeg hij voor voornoemde feiten in beroep twee jaar gevangenisstraf.

Ook zijn verrichtingen als officieus manager van Standard werden nauwgezet gevolgd door het gerecht. Hij was bovendien ook verdachte in andere zaken. Zo zou de sterke man van Standard en gewezen spelersmakelaar in 1997 onder meer steekpenningen hebben ontvangen én geld hebben witgewassen bij de transfers van de Franse spits Christophe Dugarry en de Portugese doelman Vitor Baia naar FC Barcelona. Dat beweerde de Spaanse krant La Vanguardia.

Serge Cadorin beweerde ooit dat hij door D'Onofrio benaderd was om een wedstrijd te vervalsen. Het gaat om een voorval uit 1986, toen Cadorin bij D'Onofrio's ex-ploeg Portimonense speelde. De gewezen speler van SK Tongeren moest ervoor zorgen dat Portimonense van FC Porto zou verliezen. D'Onofrio had hem in ruil een transfer naar een topclub beloofd.

De verschillende schandalen die aan D'Onofrio werden gelinkt, hadden als gevolg dat hij bij Standard alle interviews en aankondigingen in verband met de club aan directeur Pierre François overliet.

Bronnen, noten en/of referenties