Ludwig Schunke

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Ludwig Schunke op zijn doodsbed.
Enige overgeleverde afbeelding

Ludwig Schunke, in het Frans ook Louis Schuncke, (Kassel, 21 december 1810 - Leipzig, 7 december 1834) was een Duitse pianist en componist.

Leven[bewerken]

Ludwig Schunke werd door zijn familie al vroeg muzikale kennis bijgebracht. Uit de muzikale familie stammen ook enkele van de bekendste hoornisten van de 19e eeuw zoals zijn vader (Johann Gottfried Schunke) en zijn oom (Johann Michael Schunke). Al op zijn tiende trad Ludwig op.

In 1827 begaf Schunke zich naar Parijs waar hij bij Anton Reicha harmonieleer, contrapunt en fuga studeerde en vriendschap sloot met bekende tijdgenoten, zoals Friedrich Kalkbrenner, Johann Peter Pixis en Hector Berlioz. In zijn levensonderhoud voorzag hij door bij pianofabrikant Duport Klaviere te gaan werken.

In 1830 keerde hij naar Duitsland terug. Hij vestigde zich in Stuttgart waar zijn vader en zijn broer (Ernst Schunke) in het hoforkest als hoornisten werkten. Daar leerde hij ook de doorreizende Frederic Chopin kennen, die hem zijn Pianoconcert in Es voorspeelde.

Na concertreizen als pianovirtuoos vestigde Schunke zich in 1833 in Leipzig waar hij samen met Robert Schumann, met wie hij nauw bevriend was, het Neue Zeitschrift für Musik (='Nieuwe Tijdschrift voor Muziek') begon. Als dank voor het aan hem opdragen van zijn Grande Sonate op.3 ("dédiée à son ami R. Schumann") wijde hem Schumann enkele maanden later in mei 1834, zijn Toccata op.7 ("dédiée à son ami Louis Schuncke").

Schunke werd in de herfst van 1834 ernstig ziek en werd door Henriette Voigt verpleegd. Op 20 november 1834 schreef Robert Schumann vanuit Zwickau aan Hauptmann v. Fricken:

"Von Leipzig trieb mich auch Schunkens vorgerückte Krankheit fort, die etwas schreckhaft Leises für mich hat. Da begraben sie einen hohen Menschen. Frau v. Fricken würde solchem Freunde die Augen zudrücken wollen - ich kann kaum meiner Krankheit Herr werden, die eine recht niedergedrückte Melancholie ist. ..."

In zijn 23ste levensjaar stierf Ludwig Schunke aan longtuberculose. Op zijn grafsteen stond aan de achterkant:

"Was vergangen, kehrt nicht wieder;
Aber ging es leuchtend nieder,
Leuchtet`s lange noch zurück."

(Het begin van het gedicht Erinnerung und Hoffnung van Karl Förster)

Werken[bewerken]

Zijn weinige pianowerken, door Robert Schumann zeer gewaardeerd, behoren tot de beste uit de overgeleverde pianoliteratuur uit de eerste helft van de 19de eeuw.

De vrienden Ludwig Schunke en Robert Schumann beïnvloedden en inspireerden elkaar wederzijds. Dat gold zelfs voor individuele thematische wendingen en hun doorverwerking.

Ter vergelijking een paar stukjes uit de werken van de beide componisten:
(De beide voorbeelden kun je zonder pauze achter elkaar plakken.)

Schumann Pianoconcert
Maten 402-405
Schunke Pianosonate
Maten 78-81

In het "Neue Zeitschrift für Musik" schreef Schumann in 1835:

"... was er noch geleistet haben würde, ach, wer weiß es?, aber nie konnte der Tod eine Geniusfackel früher und schmerzlicher auslöschen als diese. Hört nur seine Weisen, und ihr werdet den jungen Grabeshügel bekränzen, auch wenn ihr nicht wüßtet, daß mit dem hohen Künstler ein noch höherer Mensch von der Erde geschieden, die er so unsäglich liebte..."

Piano-solo[bewerken]

  • Scherzo capriccioso op.1
  • Variations quasi Fantaisie brillantes sur une thème originale E-Dur op.2
  • Große Sonate g-Moll op.3 (1832, Robert Schumann)
  • (op. 4 onbekend)
  • Fantasie brillante E-Dur op.5
  • Allegro passionato a-Moll op.6
  • Divertissement brillant op.7
  • 1ste Caprice C-Dur op.9 à Mademoiselle Clara Wieck
  • 2de Caprice c-Moll op.10 (Frédéric Chopin)
  • Rondeau brillant Es-Dur op.11
  • Divertissement brillant sur des Aires Allemandes B-Dur op.12
  • 2 Pièces caractéritiques b-Moll und c-Moll op.13
  • Variations brillantes sur la Valse funèbre de F. Schubert As-Dur op.14 (ook met orkest)
  • Rondeau en d major D-Dur op.15
  • Air suisse varié
  • Six Préludes
  • 3 Walzer
  • Das Heimweh Charakterstück
  • Rondino précédé d'une Introduction
  • Adagio und Rondo G-Dur
  • Cappriccio (sic)
  • Due Divertimenti
  • Fantasie
  • Marcia funebre
  • Six Preludes
  • Rondino précédé d`une Introduction
  • VII Variations
  • Schnell-Walzer

Twee piano's / quattre-mains[bewerken]

  • Petit Rondeau C-Dur
  • Rondo brillant G-Dur
  • Deux Pièces caractéristiques op. 13 pour piano à quatre mains (verscheen in 1834): Nr. 1 Andante con moto b-Moll, Nr. 2 Presto c-Moll

Piano en orkest[bewerken]

  • Variations brillantes sur la Valse funèbre de F. Schubert As-Dur op.14
  • (Pianoconcert, kwijt)

Kamermuziek[bewerken]

  • Duo concertante - voor piano en hoorn
  • Leichte kleine Variationen für Klavier und Violine C-Dur

Zang[bewerken]

  • Mutterliebe - voor zang en piano
  • Mit goldner Saiten voller Töne - voor 3 zangstemmen en piano
  • Die entschlafende Liebe - voor zang en piano
  • Vier Liederen
  1. Frühlingslied - voor zang en piano
  2. Der Jüngling am Bache - voor zang en piano
  3. Des Kindes Wunsch - voor zang en piano
  4. Gretchens Lied - voor zang en piano
  • Zeven Liederen
  1. Wiegenlied
  2. Lied der Hirtin
  3. Das Sehnen
  4. Die Bethenden
  5. Erster Verlust
  6. Erlkönig
  7. Lebe Wohl
  • Vijf liederen op.8
  1. Gretchens Lied
  2. Die Erwartung
  3. Die Laube
  4. Ich möchte dir wohl sagen
  5. Der Jüngling am Bach

Bronnen[bewerken]

  • Ruskin King Cooper, Robert Schumanns nauwste jeugdvriend: LUDWIG SCHUNCKE (1810-1834) UND SEINE KLAVIERMUSIK, 1997, Fischer & Partner Hamburg ISBN 3-926435-16-x.
  • Joachim Draheim im Booklet zur CD ARS 38465
  • Gregor Weichert im Booklet zur CD Accord 149083
  • Peter Hollfelder, Geschichte der Klaviermusik, Wilhelmshaven, Bd.1 1989 ISBN 3-7959-0435-8
  • Renato Principe, Ludwig Schuncke, l'alter ego di Schumann. Per il centenario della nascita di Robert Schumann, Civiltà Musicale 63-65 (in voorbereiding)

Opnamen[bewerken]

  • Gregor Weichert spielt Louis Schuncke: Grande sonate op.3, Allegro op.6, Das Heimweh, Capriccio nº 1 und nº 2; rec.:1984; Accord 149083
  • Musik aus Stuttgart: Kammermusik und Lieder von Ludwig Schuncke und Johann Joseph Abert; rec.: SWR 2004; ARS-Produktion Schumacher 38465 - Interpreten: Klavierduo Ljiljana Borota & Christian Knebel, Roswitha Sicca (Sopran), Martin Nagy (Tenor), Claus Temps (Bariton), Thomas Pfeiffer (Bariton), Joachim Draheim (Liedbegleitung), Abert-Quartett Stuttgart - Inhalt: Schuncke: Rondo brillant G-Dur für Klavier zu 4 Händen, Petit Rondeau C-Dur für Klavier zu 4 Händen, "Erlkönig" (1827), "Der Jüngling am Bache", "Frühlingslied", "Erster Verlust" (1827), "Gretchen am Spinnrad" (erschienen 1840 in NZfM), Deux Pièces caractéristiques op. 13 für Klavier zu 4 Händen (erschienen 1834). Abert: Sechs Lieder für eine Singstimme und Klavier erschienen 1879), "Des Glasers Töchterlein" (erschienen 1879), Streichquartett A-Dur op. 25 (1862)

Externe link[bewerken]