Luikse Oorlogen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Luikse Oorlogen was een conflict tussen volkslegers uit het prinsbisdom Luik en Bourgondische troepen. Het begon met de opstand tegen prins-bisschop Lodewijk van Bourbon (1465) en eindigde met de dood van Karel de Stoute (1468).

Opstand onder Raes van Heers (1465)[bewerken]

Luik was de ontbrekende schakel om de Bourgondische Nederlanden tot een aangesloten geheel te maken. In 1455 liet hertog Filips de Goede zijn neefje Lodewijk van Bourbon als prins-bisschop aanstellen, dankzij zijn goede relaties met paus Calixtus III. Bourbon was toen slechts 18 jaar oud; pas in 1465 zou hij gewijd worden. Voorlopig regeerde Filips zelf het prinsbisdom. Ondertussen groeide het verzet tegen de machtsovername. Raes van Heers ruide de bevolking op om in opstand te komen en won aan aanhang dankzij de ontevredenheid over onder andere de belastinginning (1461).

Bourbon was maar net ingewijd, toen de Luikse Staten hem voor afgezet verklaarden (maart 1465). In zijn plaats benoemden ze Mark van Baden tot nieuwe prins-bisschop. Hij werd geestdriftig ontvangen in de Goede Steden (mei). Daarna plunderden de Luikenaars de Landen van Overmaas. Bourbon verschool zich al sinds 10 april in Hoei, de enige stad waar de meerderheid van de bevolking hem trouw was gebleven. Op 15 juli ontvluchtte hij de stad, omdat opstandelingen de stad aanvielen.

Koning Lodewijk XI van Frankrijk zag in Luik een nieuwe bondgenoot tegen de Ligue du Bien Public en beloofde ingeval van oorlog versterkingen te sturen. Op 5 oktober sloten Frankrijk en Bourgondië echter vrede (Vrede van Conflans), waardoor Franse bijstand ondenkbaar werd en Bourgondische manschappen beschikbaar werden. Twee weken later verpletterde Karel de Stoute het Luikse leger onder Raes van Heers in de Slag bij Montenaken, wat leidde tot de vernederende Vrede van Sint-Truiden. Bourbon werd hersteld als prins-bisschop, Gewijde van Humbercourt werd voogd.

Val van Dinant (1466)[bewerken]

In de loop van december en januari werden alle Luikse steden bezet, waartegen enkel te Wellen weerstand werd geboden. Zodra de Bourgondische troepen de steden verlaten hadden, reorganiseerde het verzet zich. In het hele graafschap Loon sloten burgers zich aan bij de Gezellen van de Groene Tent; in sommige steden werden Bourgondischgezinden zelfs verdreven. In Hoei werden daarentegen de rebellen (verenigd in de beweging "Locum") verjaagd. Ten laatste sinds februari verbleef Bourbon er.

Maandenlang vielen opstandelingen vanuit Dinant regelmatig het graafschap Namen binnen. De Bourgondiërs wachtten op goed weer vooraleer een strafexpeditie in te zetten. Op 16 augustus bereikten Bourgondische troepen vanuit Namen de opstandige stad. De opstandelingen stonden er alleen voor; de beloofde Franse bijstand bleef opnieuw uit en het Bourgondischgezinde Hoei maakte de aanvoer van versterkingen uit Luik gevaarlijk. Op 25 augustus gaf Dinant zich over. In de daaropvolgende dagen werd er geplunderd en brandgesticht.

Opstand onder de Gezellen van de Groene Tent (1467)[bewerken]

Onder indruk van het lot van Dinant bedaarden de Luikenaars, totdat in juni 1467 Filips de Goede overleed. Hoop om een einde te maken aan het Bourgondische bewind herleefde; nieuwe onlusten braken uit. Nu sloten ook de milities in de steden zich bij de Groene Tent aan. De milities van Luik en Tongeren trokken o.l.v. Raes van Heers en diens echtgenote Pentecosta van Grevenbroek resp. o.l.v. Jan "de Wilde" naar Hoei, maar Bourbon wist tijdig te ontsnappen.

Op 23 oktober vertrokken de Luikse troepen o.l.v. Raes van Heers, Jan de Wilde en Fastré Baré de Surlet naar het westen om het Bourgondische leger op te wachten. De Tongerse troepen onder Jan de Wilde waren niet te kalmeren; terwijl de troepen zich op de vlakte tussen Brustem, Ordingen en Sint-Truiden nog aan het opstellen waren, vielen zij plotseling aan (Slag bij Brustem). Tegen de avond was het duidelijk dat de Bourgondiërs de overhand hadden. De Luikenaars maakten gebruik van de invallende duisternis om in wanorde het slagveld te ontvluchten. "Ware het niet nacht geweest, dan zouden er weinig ontkomen zijn", zou Karel later hebben beweerd.

Op 6 november vertrokken de Bourgondiërs naar Luik, waar 320 burgers op de 12e om vergiffenis kwamen smeken en de sleutel tot de stad aanboden. Karel bracht Bourbon opnieuw aan de macht, maar stuurde hem naar Maastricht. Humbercourt moest in zijn plaats het prinsbisdom beheersen.

Opstand onder Jan de Wilde (1468)[bewerken]

De komst van legaat Onufrius[bewerken]

Humbercourt voerde een schrikbewind: velen werden verbannen, alle Loonse steden waren verplicht hun muren af te breken, hoge belastingen werden opgelegd, onschuldige mensen belandden op het schavot deed en erediensten werden voorlopig verboden. Om de vrede tussen de bevolking en de Bourgondische heersers te herstellen stuurde paus Paulus II de Italiaanse bisschop Onufrius om te onderhandelen met Bourbon en Humbercourt. Hij werd op 30 april 1468 te Luik ontvangen; het verbod op erediensten werd meteen opgeheven. Na lang aarzelen besloot Bourbon naar Tongeren te gaan om de besprekingen aan te vatten.

De Franse koning vreesde Luik als bondgenoot te verliezen en hitste de vrijheidsstrijders bijgevolg op om de wapens opnieuw op te nemen. Op 9 september namen ze Luik en Tongeren bij verrassing in, o.l.v. Jan de Wilde, Vincent van Buren en de gebroeders Streel. Jan de Wilde nam zijn intrek in het prins-bisschoppelijk paleis en ontmoette de volgende dag Bourbon en Humbercourt in Tongeren. Jan de Wilde stemde erin toe Bourbon te erkennen als prins-bisschop (die regeerde tenslotte nooit zo hardvochtig als Humbercourt). Humbercourt liet hij gaan om bij Karel vredesonderhandelingen te bepleiten. Bourbon verzoende zich met het volk, Jan de Wilde werd plechtig aangesteld tot prins-bisschoppelijke schout.

Beleg en val van Luik[bewerken]

Op 13 oktober zouden onderhandelingen plaatsvinden in Helshoven, maar die dag vernam men dat Karels leger in aantocht was. 's Anderendaags bleek dat de Luikenaars op Franse steun niet meer hoefden te rekenen (Verdrag van Péronne). Alle pogingen om te bemiddelen met de hertog liepen spaak. Pierre de Hagenbach eiste dat Jan de Wilde en de zijnen de stad zouden verlaten, maar dit weigerden ze. Inderhaast brachten ze een leger bijeen om Luik te verdedigen. Op afraden van Jan de Wilde werd een uitval gedaan; bij Elch leden de uitvallers een nederlaag, waarna ze tot in Lantin achtervolgd werden.

Op de nacht van 26 op 27 oktober deden de Luikenaars een succesvolle uitval voor de poort op Vivegnis. Vele edellieden onder wie vrienden van de hertog werden gedood of zwaar verwond. Een plotse vuurhaard deed het effect van de verrassing echter teniet, en de Luikenaars werden teruggedrongen in hun stad. Jan de Wilde werd verwond toen hij via een ladder de stadsmuur trachtte op te klimmen; twee dagen later bezweek hij aan zijn verwondingen. Hij werd begraven op zaterdag 29 oktober.

Die avond vond de uitval van 600 Franchimontezen plaats, waarbij alle strijdende Luikenaars omgebracht werden. De Bourgondiërs namen de stad dan ook zonder veel tegenstand in, de daaropvolgende dag. Vanaf 3 november werd de stad verwoest en vanaf 12 november werden talloze Luikenaars aan elkaar gebonden en in de Maas verdronken. Nu herinneren de Boulevard Jean de Wilde en de Montagne de Bueren nog aan de aanvoerders en de opstandelingen die zij leidden.

Einde van het Bourgondisch gezag[bewerken]

In 1477 sneuvelde Karel de Stoute in de Slag bij Nancy. Hierop herriepen vele gewesten in de Nederlanden vrijheden die ze onder zijn bewind verloren hadden. Karels opvolger Maria van Bourgondië had geen andere keuze dan de eisen in te willigen. Raes van Heers keerde dat jaar uit ballingschap terug naar Heers, waar hij nog datzelfde jaar stierf. Het zou tot 1789 duren tot de Luikenaren opnieuw in opstand zouden komen (zie Luikse Omwenteling).