Luikse Oorlogen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Luikse Oorlogen zijn drie opstanden van het prinsbisdom Luik tegen het hertogdom Bourgondië in de jaren 1460. De Bourgondiërs hadden op dat moment hun gezag gevestigd in de Bourgondische Nederlanden en hertog Filips de Goede probeerde dit uit te breiden met Luik in zijn streven zijn gebieden te verbinden.

Eerste Luikse Oorlog (1465)[bewerken]

Dankzij zijn goede relaties met de paus dwong Filips de toenmalige prins-bisschop Jan van Heinsberg tot troonsafstand ten voordele van Lodewijk van Bourbon, de slechts achttien jaar oude zoon van hertog Jan zonder Vrees (1456). Op die manier had Filips hier een bondgenoot, ook al hield hij zelf alles in het oog terwijl Lodewijk verder studeerde.

Intussen groeide in het prinsbisdom het verzet tegen het Bourgondisch gezag. Raes van Heers, in 1463 verkozen tot baljuw van Heers, was een fervent vrijheidsstrijder. Hij ging op zoek naar een nieuwe prins-bisschop en sloot akkoorden met Lodewijk XI van Frankrijk, die zich eveneens bedreigd voelde door het langs zijn grenzen uitgroeiende Bourgondië. Net nadat Lodewijk in 1465 zijn functies in Luik opgenomen had, werd hij door de Luikse Staten als afgezet verklaard. Daarna plunderden de Luikenaars bovendien de Landen van Overmaas.

Filips de Goede stuurde zijn troepen richting Luik om zijn gezag er te herstellen. De Bourgondische troepen stonden onder bevel van Karel de Stoute, de Luikse werden geleid door Raas van Heers. De Luikenaars werden echter verpletterd tijdens de slag bij Montenaken. Na de slag bezette Karel Sint-Truiden, waar de Vrede van Sint-Truiden getekend werd. Hierdoor verloor Luik haar rechten en werd Lodewijk opnieuw aangesteld (19 september 1466).

Tweede Luikse Oorlog (1467)[bewerken]

Maar het verzet in het prinsbisdom werd daardoor alleen maar heviger. Raes van Heers richtte een geheime verzetsbeweging op, de Gezellen van de Groene Tent. De burgers van Tongeren kozen Jan "de Wilde" van Kessenich tot militieleider. Het overlijden van Filips de Goede in 1467 was aanleiding tot nieuwe opstootjes. Lodewijk van Bourbon vluchtte naar de Bourgondisch gezinde stad Hoei, achtervolgd door de Luikenaars die werden aangemoedigd door Pentecosta van Grevenbroek. Uiteindelijk vluchtten de Bourgondiërs inclusief Bourbon, Hoei werd ingenomen.

Ondertussen ontving Raas van Heers gezanten van Lodewijk XI, maar diens beloofde steun bleef opnieuw uit. Op 23 oktober vertrok een leger onder leiding van Raas van Heers en Jan de Wilde vanuit Tongeren om het leger van de nieuwe hertog, Karel de Stoute, te bevechten. Tussen Brustem, Ordingen en Sint-Truiden wachtten ze de vijand op. Raas wachtte op versterkingen, maar kon niet verhinderen dat de soldaten de aanval vroeger inzetten. Het volksleger was geen partij voor de enorme macht en tijdens de slag bij Brustem werd iedere Luikenaar die niet tijdig kon ontsnappen op bevel van Karel vermoord.

Op 6 november verlieten de Bourgondiërs de vlakte van Brustem en trokken naar Luik, dat op het bevel van Karel in brand werd gestoken. Tenslotte gaf de stad zich over op de 12e. Bourbon werd weer aan de macht gebracht, gesteund door troepen onder het bevel van Gwijde van Humbercourt. De aanstichters van de opstand werden verbannen. Alle Loonse steden werden verplicht binnen een maand (vanaf 8 november 1467) hun muren af te breken.

Derde Luikse Oorlog (1468)[bewerken]

Hierna was het prinsbisdom in diepe rouw en woede. Toen Bourbon in Maastricht verbleef en Gwijde in Tongeren, vielen vrijheidsstrijders onder wie Jan de Wilde, Vincent van Buren en de gebroeders Streel Luik binnen (9 september 1468). In de verwarring vluchtte het Bourgondische garnizoen de stad uit. De opstandelingen trokken door de stad terwijl ze riepen dat Luik bevrijd was, als bastion van de Franse koning. Jan de Wilde nam zijn intrek in het prins-bisschoppelijk paleis.

Op een nacht vielen de Luikenaars ook Tongeren aan; alle Bourgondiërs werden genadeloos vermoord, maar Jan de Wilde startte een onderhoud met Gwijde, dat beschreven werd door Onufrius in diens Mémoires sur les affaires de Liège. De uitkomst was dat Bourbon terug plaats zou mogen nemen te Luik, maar met Jan de Wilde als "opperburgemeester" van de stad. Er werd de indruk geschapen dat vrede was gesloten, maar in werkelijkheid was koning Lodewijk een andere partij gekozen. Jan de Wilde werd in Luik zegevierend binnengehaald en regelde ook onderhandelingen met Bourgondië op 13 oktober.

Maar toen bleek dat de hertog toch een leger had gestuurd, en hij plunderde verschillende Luikse steden waaronder Tongeren. Jan de Wilde trachtte tevergeefs tot een akkoord te komen met Gwijde. Een vertegenwoordiger van de Bourgondiërs, Pierre de Hagenbach, eiste dat Jan de Wilde en de zijnen de stad zouden verlaten. Dit geschiedde niet, en op 22 oktober bereikten de Bourgondiërs Lantin en sloegen het beleg rond Luik. De Luikenaars deden een uitval, die mislukte. Jan de Wilde trachtte opnieuw te onderhandelen, maar Karel de Stoute en Lodewijk XI wilden van geen vrede weten.

Op 26 oktober kampeerde de Bourgondische voorhoede tussen St.-Léonard en Herstal. 's Nachts overvielen de opstandelingen hen, maar ze moesten zich terugtrekken omdat de overmacht te groot was. Jan de Wilde viel van een ladder toen hij over de stadsmuur klom en stierf twee dagen later aan zijn verwondingen. De bekendste en wellicht meest succesvolle uitval was die in de nacht van 26 op 27 oktober, toen 600 Franchimontezen door een geheime doorgang de stad uitslopen en de Bourgondiërs aanvielen in hun slaap en de erna ontstane verwarring.

Op de avond van de 29e werden uitvallende Luikenaars allemaal omgebracht en de volgende dag gaf Luik zich over. Vanaf 3 november werd de stad verwoest en vanaf 12 november werd de jacht op de ballingen ingezet. Op bevel van Karel werden talloze Luikenaars opgepakt, aan elkaar vastgebonden en in de Maas verdronken. Nu herinneren de Boulevard Jean de Wilde en de Montagne de Bueren nog aan de aanvoerders en de opstandelingen die zij leidden.

Einde van het Bourgondisch gezag[bewerken]

In 1477 sneuvelde Karel de Stoute bij Nancy. Zijn dood werd gevolgd door het herroepen van oude vrijheden in vele gewesten in de Bourgondische Nederlanden. Karels opvolger Maria van Bourgondië had geen andere keuze dan de eisen in te willigen. Raes van Heers keerde dat jaar uit ballingschap terug naar Heers, waar hij nog datzelfde jaar stierf. Het zou tot 1789 duren tot de Luikenaren opnieuw in opstand zouden komen (zie Luikse Omwenteling).