Luiz Inácio Lula da Silva

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Luiz Inácio Lula da Silva
Lula - foto oficial05012007 edit.jpg
39e president van Brazilië
Ambtstermijn 1 januari 2003 - 31 december 2010
Voorganger Fernando Henrique Cardoso
Opvolger Dilma Rousseff
Geboren 27 oktober 1945
Geboorteplaats Caetés
Partner Maria de Lurdes (overleden)
Marisa Letícia Rocco Casa
Politieke partij Arbeiderspartij
Vicepresident José Alencar
Handtekening Handtekening
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Brazilië

Luiz Inácio da Silva (IPA: [luˈiz iˈnasju ˈlulɐ dɐ ˈsiwvɐ]) (Caetés, 27 oktober 1945), koosnaam Lula, was van 2003 tot en met 1 januari 2011 de 39e president van Brazilië. Lula werd verkozen als zodanig op 27 oktober 2002 met 61% van de stemmen in de tweede ronde. Hij werd formeel president op 1 januari 2003. Zijn politiek is voornamelijk links georiënteerd (sociaaldemocratisch). Hij was gekozen als de meest linkse Braziliaanse president sinds João Goulart. In dezelfde verkiezingen werd zijn vicepresident gekozen, José Alencar, voormalig lid van de centrale Liberale Partij, tegenwoordig lid van de Braziliaanse republikeinse partij. Lula werd herverkozen met meer dan 60% van de stemmen, waarmee zijn ambtstermijn werd verlengd tot en met 2010. Op 1 januari 2011 werd Lula opgevolgd door zijn partijgenote Dilma Rousseff.

Jeugd[bewerken]

Lula werd geboren in een arme, ongeletterde boerenfamilie in Caetés (toen nog een district in de gemeente Garanhuns) in de Braziliaanse staat Pernambuco. Zijn geboortedatum is vastgesteld op 6 oktober 1945, hoewel hij er de voorkeur aan geeft de datum te gebruiken die zijn moeder zich herinnerde, namelijk 27 oktober. In Brazilië is het niet ongewoon dat in plattelandsprovincies de geboortedatum niet geheel juist is.

Kort na de geboorte van Lula verhuisde zijn vader naar de kuststad Guarujá (in de staat São Paulo). Lula's moeder en haar acht kinderen volgden hem in 1952, na een reis van 13 dagen in de laadbak van een truck. Hoewel de levensomstandigheden er ten opzichte van hun oude woonplaats op vooruit gegaan waren, was het leven nog steeds niet bepaald gemakkelijk te noemen.

Lula heeft nauwelijks officieel onderwijs gevolgd, hij verliet school in de vierde klas en zijn beroepsmatige leven begon op zijn twaalfde als schoenpoetser en straatverkoper. Op veertienjarige leeftijd kreeg hij zijn eerste officiële baan in de koperindustrie. Da Silva ging uiteindelijk toch studeren, en haalde een diploma gelijkwaardig met de middelbare school.

In 1956 verhuisde zijn familie nogmaals, maar nu naar de stad São Paulo, die hun meer kansen en mogelijkheden bood. Lula, zijn moeder en zeven broers en zussen leefden in een klein vertrek in de ruimte achter een café. Op negentienjarige leeftijd verloor Da Silva een vinger tijdens een ongeluk in de fabriek voor auto-onderdelen. Rond deze tijd raakte hij betrokken bij de vakbondsactiviteiten en leidde hij diverse stakingen. Het dictatoriaal regime van Brazilië dat in deze tijd aan de macht was, beteugelde de vakbondsactiviteiten sterk en in reactie hierop schoven de denkbeelden van Lula verder op naar links in het politieke spectrum.

In 1969 trouwde hij met Maria de Lourdes, die stierf bij de bevalling van een doodgeboren zoon. In 1974 hertrouwde hij, met Marisa, en met haar kreeg hij drie zoons. Hij kreeg nog datzelfde jaar een buitenechtelijke dochter bij Miriam Cordeiro.

Politieke carrière[bewerken]

Op 10 februari 1980 stichtte Da Silva samen met een groep academici, vakbondsleiders en intellectuelen de Partido dos Trabalhadores (PT) (arbeiderspartij), een links-georiënteerde partij met progressieve ideeën die op zijn gekomen tijdens het dictatoriaal regime.

In 1982 nam hij zijn koosnaam Lula aan als zijn wettelijke naam. In 1983 hielp hij met het stichten van de centrale vakbondsorganisatie Central Única dos Trabalhadores (CUT).

In 1984 steunden Lula en PT de campagne van de populaire Diretas Já, waarbij ze vroegen om een directe volksstemming voor de volgende presidentsverkiezingen. Volgens de Braziliaanse grondwet uit 1967 werden presidenten echter gekozen door de verenigde vergadering van beide parlementskamers en de vertegenwoordigers van alle staatslegislaturen. Dit werd echter in het algemeen gezien als niet meer dan een farce, aangezien sinds de militaire coup alleen hooggeplaatst militair personeel werd "gekozen" na een besloten vergadering van militaire bobo's. Als een direct gevolg van de campagne, en na jaren van publiek protest, waren de verkiezingen van 1989 de eerste waarbij de president direct door het volk werd gekozen in 29 jaar.

In 1992 voerde Lula een campagne voor de aanklacht tegen president Fernando Collor de Mello, na een serie van schandalen met betrekking tot publieke fondsen.

Verkiezingen[bewerken]

Staatsbezoek aan Mozambique, Nov. 2003.

Lula stelde zich in 1982 voor het eerst verkiesbaar voor het gouverneurschap van de staat São Paulo. Hij verloor de verkiezingen, maar hij wist voor zijn partij wel voldoende stemmen binnen te halen om haar voortbestaan te verzekeren. In de verkiezingen van 1986 behaalde Lula een zetel in het Nationaal Congres van Brazilië, met een gemiddeld percentage van de stemmen. De PT hielp mee de post-dictatoriale grondwet te schrijven, waarbij ze garanties vastlegde voor arbeidersrechten, maar faalde om een herverdeling van het agrarische land te bewerkstelligen. Hoewel zij meewerkten aan het schrijven ervan, weigerden Lula en zijn partij de nieuwe grondwet te tekenen toen deze af was.

In 1989, nog steeds een lid van het Nationaal Congres, stelde Lula zich namens de PT verkiesbaar als presidentskandidaat. Hoewel hij in een groot deel van de Braziliaanse samenleving populair was, werd hij gevreesd door de grote magnaten en mensen met financiële belangen, en werd belasterd door de media, maar had ook last van onregelmatigheden bij de verkiezingen, zoals het plotseling niet aanwezig blijken te zijn van bussen in plaatsen - meestal in arme buurten - waar Lula veel stemmen verwachtte te behalen, enz. Dit heeft aanzienlijk bijgedragen aan het voor Da Silva negatieve resultaat van de verkiezingen. Het feit dat zijn arbeiderspartij bestond uit een los samenwerkingsverband van vakbonden, anti-armoede activisten, linkse katholieken, centrum-linkse sociaaldemocraten en kleine Trotskistische groeperingen, hoewel zij in grote mate ideologisch dezelfde insteek hadden, bracht hem ook veel wantrouwen binnen de middenstand van Brazilië, juist omdat PT in staat was zichzelf te representeren als de eerste arbeidersbeweging die opgezet was door het gewone volk. In tegenstelling tot de PT was Vargas' Braziliaanse Arbeiderspartij grotendeels een top-down organisatie, opgezet rond de grote bonzen van de vakbond-bureaucratie.

Lula weigerde zich herkiesbaar te stellen als congreslid in 1990, omdat hij te veel bezig was met het uitbreiden van de organisatie van de PT in het hele land. Hij stelde zich opnieuw verkiesbaar voor het presidentschap in 1994 en 1998. Aangezien het politieke klimaat in de jaren 1990 voornamelijk werd beheerst door het monetaire stabilisatieplan rond de Braziliaanse Real, dat een einde maakte aan decennia van extreme inflatie, verloor Lula in 1994 (in de eerste ronde) van de officiële kandidaat, de minister van financiën (en uit dien hoofde verantwoordelijk voor de Real) Fernando Henrique Cardoso, die zich herkiesbaar stelde (na een grondwetswijziging werd het mogelijk dat een president meer dan twee ambtstermijnen vervult) in 1998, waar hij tevens al in de eerste ronde meer dan de helft van de stemmen behaalde.

Presidentschap[bewerken]

In de campagne van 2002 zwoer Lula dat de betalingen van de Braziliaanse staatsschulden zouden moeten worden gereguleerd in afwachting van een economisch onderzoek hiernaar. Dit laatste punt baarde vooral economen, zakenlui en banken zorgen, die vreesden dat zelfs een gedeeltelijk uitstel van betaling in combinatie met het reeds van kracht zijnde Argentijnse uitstel een gigantisch effect zou hebben op de wereldeconomie.

Lula werd verkozen tot president nadat hij de tweede ronde van de verkiezingen van 27 oktober 2002 had gewonnen, waarbij hij de centraal-georiënteerde kandidaat José Serra van de Sociaaldemocratische Partij van Brazilië versloeg.

Lula en zijn ministers moesten voortdurend zoeken naar parlementaire meerderheden voor hun voorstellen. In 2005 kwam aan het licht, dat daarbij smeergeld was betaald (zie Mensalão-schandaal). De secretaris-generaal van de PT José Genuíno, enkele ministers en kabinetschef José Dirceu moesten aftreden. De laatste werd opgevolgd door Dilma Rousseff.

Op 1 oktober 2006 liep Da Silva bijna zijn tweede termijn mis in de eerste ronde door een te laag percentage. Hij haalde echter net voldoende stemmen, en in de tweede ronde versloeg hij zijn tegenstander met een ruime marge. Da Silva beloofde de Braziliaanse economie de komende vier jaar te laten groeien en wilde de verschillen tussen arm en rijk verkleinen.

Op 29 oktober 2011 werd keelkanker vastgesteld bij de kettingrokende ex-president. Vijf maanden later, in maart 2012, werd een verklaring uitgegeven dat de chemotherapie succes had gehad en de kanker verdwenen was.[1]

Onderscheiding[bewerken]

In 2008 werd hij onderscheiden met de Félix Houphouët-Boigny-Vredesprijs van de UNESCO.

Bronnen, noten en/of referenties
Voorganger:
Fernando Henrique Cardoso
President van Brazilië
2003-2011
Opvolger:
Dilma Rousseff