Lunar Orbiter 2

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Lunar Orbiter 2
Lunar orbiter 1 (large).jpg
Algemene informatie
Andere namen NSSDC_ID= 1966-100A
Organisatie NASA
Aannemers Langley Research Center
Lancering 6 november 1966 23:21:00 UTC
Lanceerplaats Cape Canaveral
Gelanceerd met Atlas (raket) Agena D
Missielengte 339 dagen
Gewicht 385,6 kg
Type omloopbaan 11,9 graden inclinatie; excentriciteit .35
Baanhoogte 1850 / 52,8 km ; semimajeure as 2694 km
Omloopduur 208,07 minuten
Locatie Na 2346 omlopen neergestort op de achterzijde van de maan;
I11 oktober 1967,
coörsdinaten 3.0 graden NB; 119.1 graden OL
Portaal  Portaalicoon   Heelal
Ruimtevaart
Foto van de Mare Tranquilitatis; 20 november 1966

De Lunar Orbiter 2 was een onbemand ruimtevaartuig en maakte deel uit van het Lunar Orbiterprogramma. De belangrijkste taak was om vlakke gedeelten van het maanoppervlak te fotograferen, zodat NASA veilige landingsplaatsen kon selecteren voor het Surveyorprogramma en het Apolloproject. Het was tevens uitgerust om straling te meten, micrometeorieten te detecteren en landmeetkundige informatie te verzamelen.

Instrumenten
Maanfoto’s Evaluatie van landingsplekken voor Apollo en Surveyor
Meteoriet detectoren Detectie van micrometeorieten in de omgeving van de maan
Cesium Jodide dosimeters Straling meten op de weg naar en rond de maan
Selenodesie Zwaartekrachtveld en fysieke eigenschappen van de maan.

Vluchtverloop[bewerken]

Na een vlucht van 92,5 uur werd de ruimtesonde in een elliptische, bijna equatoriale baan gebracht van 196 x 1850 km met een inclinatie van 11,8 graden. Vijf dagen en 33 banen verder werd het laagste punt gewijzigd in 49,7 km. Falen van de apparatuur tijdens het inlezen van de gegevens leidde op 7 december tot verlies van zes foto’s. Op 8 december 1966 veranderde men de inclinatie in 17,5 graden om de zwaartekracht van de Maan beter in kaart te kunnen brengen.

Resultaten[bewerken]

Het ruimteschip maakte foto’s van 18 tot 25 november 1966. Het uitlezen van de andere data ging door tot en met 7 december 1966. In totaal werden 609 detailopnamen en 208 overzichtsopnamen gemaakt, de meeste daarvan waren van uitstekende kwaliteit met een oplossend vermogen van een meter. Spectaculair waren de foto’s van de krater Copernicus. Er werden drie inslagen van micrometeorieten gedetecteerd. Het scheepje werd gebruikt om ervaring op te doen met het volgen vanaf de aarde, tot het op bevel insloeg op de Maan op 3.0 graden NB 119,1 graden OL op 11 oktober 1967. In 2011 heeft de Lunar Reconnaissance Orbiter Camera (LROC) het precieze punt van de inslag kunnen vaststellen en vastleggen op een foto. Het puin van de inslag onder een hoek van 45 graden of meer verspreidt zich over een gebied met de vorm van vlindervleugels.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties