Luoyanggia

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Luoyanggia
Status: Uitgestorven, als fossiel bekend
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Reptilia (Reptielen)
Superorde: Dinosauria (Dinosauriërs)
Orde: Saurischia
Onderorde: Theropoda
Familie: Oviraptoridae
Geslacht
Luoyanggia
et al., 2009
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Reptielen

Luoyanggia is een geslacht van theropode dinosauriërs, behorend tot de Oviraptoridae, dat tijdens het late Krijt leefde in het gebied van het huidige China.

De typesoort Luoyanggia liudianensis is in 2009 benoemd door Lü Junchang, Xu Li, Jiang Xiaojun, Jia Songhai, Li Ming, Yuan Chongxi, Zhang Xingliao en Ji Qiang. De geslachtsnaam verwijst naar de stadsprefectuur Luoyang. De soortaanduiding verwijst naar de stad Liudia.

Fossiele resten van de soort zijn aangetroffen in de provincie Henan, in het Ruyangbassin in de Mangchuanformatie, lagen uit het Cenomanien, ongeveer 99 miljoen jaar oud. Ze betreffen een complete mandibula, samengroeiing van de onderkaken, 41HIII-00010, een vrijwel compleet bekken 41HIII-00011 en enkele rechtermiddenvoetbeenderen, KLR07-62-28a-16. De mandibula is tandeloos. Zij heeft de typische vorm van de Oviraptorosauria: kort met een lange symfyse en achteraan uitwaaierende takken. De Italiaanse paleontoloog Andrea Cau meent echter dat vanwege de V-vormige en niet U-vormige doorsnede van de onderkaken en de vorm van het bekken Luoyanggia niet tot de Oviraptoridae behoort maar meer basaal geplaatst is de ruimere Oviraptorosauria. De mandibula toont verder de voor de groep unieke eigenschap dat hij vooraan niet naar beneden kromt. Een afwijkend kenmerk van het zitbeen is dat die een holle achterrand heeft.

Luoyanggia was een vrij kleine soort.

Literatuur

  • Lü., J., Xu, L., Jiang, X., Jia, S., Li, M., Yuan, C., Zhang, X. & Ji, Q. (2009). A preliminary report on the new dinosaurian fauna from the Cretaceous of the Ruyang Basin, Henan Province of central China. Journal of the Paleontological Society of Korea 25: 43-56 .