Lycopodium

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Wolfsklauw
grote wolfsklauw, bron: Koehler (1887)
grote wolfsklauw, bron: Koehler (1887)
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Lycopsida (Wolfsklauwen en biesvarens)
Orde: Lycopodiales
Familie: Lycopodiaceae
Geslacht
Lycopodium
L. (1753)
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Wolfsklauw (Lycopodium) is een geslacht uit de wolfsklauwfamilie (Lycopodiaceae).

Het geslacht wordt gerekend tot de 'lagere planten' die zich niet vermeerderen door middel van zaad, maar door sporen. De wolfsklauwen hebben sporendoosjes, die afzonderlijk op de bladvoetjes van de blaadjes zitten. Deze blaadjes vormen aan de top van de stengels een soort aar. Niet alle stengels zijn echter vruchtbaar. Wolfsklauwen hebben minder grote bladeren dan varens. De sporangiën staan op de bovenzijde van speciale 'vruchtbare' bladeren, die soms in een apart deel van de stengel (strobilus) zijn gerangschikt, soms min of meer willekeurig tussen de bladeren gelegen. De soorten van het geslacht Lycopodium zijn isospoor, uit de spore groeit een klein, knolvormig prothallium.

Lycopodiumpoeder is een zeer fijn poeder bestaande uit de sporen van deze plant en wordt onder andere gebruikt in de natuurkunde bij de proef van Kundt.

De stengels zijn al dan niet vertakt, bezet met vrij kleine schubvormige bladeren.

Het geslacht telt rond de veertig soorten. De planten komen voornamelijk voor op drassige veen- en heidegronden. In België en Nederland komen de volgende soorten zeldzaam tot zeer zeldzaam voor: