Lymfe

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Lymfevaatstelsel

Lymfe[1][2] of lymfevloeistof is een kleurloze lichaamsvloeistof die door een apart vatenstelsel stroomt: het lymfevaatstelsel. Lymfe bestaat uit weefselvocht. In lymfe bevinden zich ook enkele witte bloedcellen (waaronder specifiek de lymfocyten) en lymfe wordt door lymfeklieren gefilterd, daarom is het een belangrijk onderdeel van het afweerstelsel van het lichaam. Vrijwel alle gewervelde dieren hebben lymfe in hun lichaam.

Ontstaan van lymfe[bewerken]

Bloed in de bloedvaten is eiwitrijk en staat onder enige druk. Door die bloeddruk lekt er altijd enige vloeistof bij de capillaire bloedvaten weg omdat die semipermeabel zijn. De uiteindelijke vochtbalans tussen lymfe en bloed wordt door osmose bepaald. Is de balans verstoord, dan kan lymfoedeem ontstaan.

De belangrijkste functies van het lymfevaatstelsel zijn de weefseldrainage, de vetabsorptie uit de dunne darm en de afweer.

Etymologie[bewerken]

Lymfe/Lympha/Νύμφη[bewerken]

De Nederlandse naam lymfe komt van het Latijnse woord lympha [3][4], helder (bron)water[5][3][4]. Het Latijnse begrip lympha is afgeleid van het Griekse woord νύμφη númphe, godin van de waterbron[4][6], (daarmee ook) water[6]. Gewoonlijk wordt lympha ten onrechte aangezien voor een Grieks woord.[3]

Afleidingen[bewerken]

In het Medische Latijn worden verschillende bijvoeglijke naamwoorden gebruikt die afgeleid zijn van lympha, zoals onder andere lymphaticus [7][8] (Nederlands: lymfatisch[1]), lymphoideus (Nederlands: lymfoïd(e)[1][2]), lympharis [4] en lymphaceus [9][10][11].

Lymphaticus[bewerken]

In klassiek Latijn betekent lymphaticus niet met betrekking tot lympha, maar de weg kwijt, in paniek, waanzinnig.[3][5] De Romeinse schrijver en filosoof Seneca duidt lymphatici ook aan als mensen qui sine mente sunt (die zonder verstand zijn)[3]. Binnen de anatomie spreekt al sinds jaar en dag in het Medisch Latijn over de vasa lymphatica[7][12][8] voor lymfevaten [1][2]. Dit begrip laat zich echter letterlijk vertalen als waanzinnige vaten.[3] Vanwege deze onbedoelde betekenis, zijn er alternatieven voorgesteld als vasa adsorbentia [3], vasa lympharia [4] en vasa lymphacea.[10] Ondanks dat het laatste begrip de officiële naam was in de lijst van Latijnse namen (Nomina Anatomica) uitgegeven door de internationale nomenclatuurcommissie in 1936[10] gebruiken latere uitgaven[13][14][15][16], inclusief de recenste uitgave[8] de vorm vasa lymphatica.

Lymphoideus[bewerken]

Naast lymphaticus komt ook het bijvoeglijk naamwoord lymphoideus voor in de laatste uitgave van de Terminologia Anatomica,[8] de opvolger van de Nomina Anatomica, in begrippen zoals nodus lymphoideus, lymfeknoop/lymfeklier[17][1][2] en systema lymphoideum, lymfevaatstelsel.[1][2]. In het Grieks kan men door achter een zelfstandig naamwoord -ειδής -eidés, van Grieks εἶδος eídos, beeld/vorm[4][6] te plaatsen een overeenkomst uitdrukken[4] waarbij -ειδής vertaald kan worden als -achtig of -vormig.[3][4] Als bezwaar zou aangetekend kunnen worden dat lymphoideus 'overeenkomstig lymfe' of 'lymfeachtig'[18] betekent en niet 'met betrekking tot lymfe'.[18]

Daarnaast is lympha niet Grieks[3], maar Latijn. In het klassieke Latijn eindigen alleen woorden ontleend uit het Grieks op -ides[5] (verlatijnsing van -ειδής[19][4]). Daarbij is de vorm -ideus, in plaats van -ides, ook nog een vorm die niet in het klassieke Latijn[5][19][4] voorkomt, maar pas sinds het begin van de 17e eeuw[3] en dan ook beschouwd kan worden als een verkeerde omzetting van -ειδής naar het Latijn.[19][4] Naast de kwestieuze vormen nodus lymphoideus [8] en systema lymphoideum [8] komt men als alternatief ook nodus lympharis ,[4] systema lymphare[20] en systema lymphaceum [21] tegen.

Samenstellingen[bewerken]

Veel samenstellingen in het Medisch Latijn met lympha bestaan naast het Latijnse deel (lympha) uit een Grieks deel, zoals bij lymphadenitis,[11] lymphoblastoma,[2] lymphocytoma,[2] lymphodermia,[2] en lymphopathia.[2] Volgens sommige[19] is het onjuist om Griekse delen aan Latijnse woorden te plakken. In het Grieks gebruikt men voor lymfe ook λέμφος lémphos [19][4], slijm[4][6], een woord waar volgens anderen lympha aan verwant zou zijn.[22] Een enkeling[19] stelt alternatieven voor en stelt woorden samen met λέμφος, zoals lemphaden en lemphadenitis.

Literatuurverwijzingen[bewerken]

  1. a b c d e f Friedbichler, M., Friedbichler, I. & Eerenbeemt, A.M.M. van den (2009). Pinkhof Medisch Engels. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.
  2. a b c d e f g h i Everdingen, J.J.E. van, Eerenbeemt, A.M.M. van den (2012). Pinkhof Geneeskundig woordenboek (12de druk). Bohn Stafleu Van Loghum, Houten.
  3. a b c d e f g h i j Hyrtl, J. (1880). Onomatologia Anatomica. Geschichte und Kritik der anatomischen Sprache der Gegenwart. Wien: Wilhelm Braumüller. K.K. Hof- und Unversitätsbuchhändler.
  4. a b c d e f g h i j k l m n Triepel, H. (1927). Die anatomischen Namen. Ihre Ableitung und Aussprache. Anhang: Biographische Notizen.(Elfte Auflage). München: Verlag von J.F. Bergmann.
  5. a b c d Lewis, C.T. & Short, C. (1879). A Latin dictionary founded on Andrews' edition of Freund's Latin dictionary. Oxford: Clarendon Press.
  6. a b c d Liddell, H.G. & Scott, R. (1940). A Greek-English Lexicon. revised and augmented throughout by Sir Henry Stuart Jones. with the assistance of. Roderick McKenzie. Oxford: Clarendon Press.
  7. a b His (1895). Die anatomische Nomenclatur. Nomina Anatomica. Der von der Anatomischen Gesellschaft auf ihrer IX. Versammlung in Basel angenommenen Namen. Leipzig: Verlag von Veit & Comp.
  8. a b c d e f Federative Committee on Anatomical Terminology (1998). Terminologia Anatomica. Stuttgart: Thieme
  9. Triepel, H. (1908). Memorial on the anatomical nomenclature of the anatomical society. In A. Rose (Ed.), Medical Greek. Collection of papers on medical onomatology and a grammatical guide to learn modern Greek (pp. 176-193). New York: Peri Hellados publication office.
  10. a b c Kopsch, F. (1941). Die Nomina anatomica des Jahres 1895 (B.N.A.) nach der Buchstabenreihe geordnet und gegenübergestellt den Nomina anatomica des Jahres 1935 (I.N.A.) (3. Aufgabe). Leipzig: Georg Thieme Verlag.
  11. a b Haan, H.R.M. de & Dekker, W.A.L. (1955-1957). Groot woordenboek der geneeskunde. Encyclopaedia medica. Leiden: L. Stafleu.
  12. Pinkhof, H. (1923). Vertalend en verklarend woordenboek van uitheemsche geneeskundige termen. Haarlem: De Erven F. Bohn.
  13. International Anatomical Nomenclature Committee (1966). Nomina Anatomica (Derde uitgave). Amsterdam: Excerpta Medica Foundation.
  14. International Anatomical Nomenclature Committee (1977). Nomina Anatomica, together with Nomina Histologica and Nomina Embryologica. Amsterdam-Oxford: Excerpta Medica.
  15. International Anatomical Nomenclature Committee (1983). Nomina Anatomica, together with Nomina Histologica and Nomina Embryologica. Baltimore/London: Williams & Wilkins
  16. International Anatomical Nomenclature Committee (1989). Nomina Anatomica, together with Nomina Histologica and Nomina Embryologica. Edinburgh: Churchill Livingstone.
  17. Jochems, A.A.F. & Joosten, F.W.M.G. (2003). Coëhlo Zakwoordenboek der geneeskunde (27ste druk). Doetinchem: ElsevierGezondheidszorg.
  18. a b Marečková, E., Šimon, F., & Červený, L. (2001). On the new anatomical nomenclature. Annals of Anatomy, 183, 201-207
  19. a b c d e f Kossmann, R. (1903). Allgemeine Gynaecologie. Berlin: Verlag von August Hirschwald.
  20. Triepel, H. (1910). Nomina Anatomica. Mit Unterstützung von Fachphilologen. Wiesbaden: Verlag J.F. Bergmann.
  21. Broek, A.J.P. van den, Boeke, J & Barge, J.A.J (1954). Leerboek der beschrijvende ontleedkunde van de mens. Deel I. Geschiedenis der ontleedkunde, bewegingsorganen, vaatstelsel (8ste druk). Utrecht: N.V. A. Oosthoek’s Uitgeverij Mij.
  22. Kraus, L.A. (1844). Kritisch-etymologisches medicinisches Lexikon (Dritte Aufgabe). Göttingen: Verlag der Deuerlich- und Dieterichschen Buchhandlung.