Lysippus van Sicyon

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken

Lysippos (Gr. Λύσιππος) of Lysippus (Lat.) van Sicyon, een stad in de regio van Korinthe, was een Griekse beeldhouwer uit de 4e eeuw v.c. Hij vervaardigde zijn beelden uitsluitend in brons en hij zou enorm productief geweest zijn, de overlevering wil dat hij 1500 beelden maakte. We beschikken echter over geen enkel origineel dat de tand des Tijds doorstaan heeft, Lysippos’ werken zijn enkel gekend via Romeinse kopieën en die konden al eens afwijken van het origineel. De voornaamste bronnen waar we over beschikken, zijn een aantal klassieke auteurs die Lysippos en/of zijn werk beschrijven, zoals Plinius de Oudere in zijn “Naturalis Historia”.

De precieze geboorte- en/of sterfdatum van Lysippos is niet bekend. We weten wel dat hij gedurende de 4e eeuw v.c. actief was, hij zou gewerkt hebben grosso modo tussen 370 en 310 v.C. , en dat hij ook in zijn eigen tijd al veel bekendheid had verworven. Zo was hij de hofbeeldhouwer van Alexander de Grote , en samen met de hofschilder Apelles de enige die het portret van Alexander mocht vervaardigen (zo vertelt ons Plutarchus in zijn “Alexander”). Het zou verder ook Lysippos geweest zijn die het Alexander-portret geschapen zou hebben en dit zou een grote invloed hebben uitgeoefend doorheen de volgende eeuwen.

Lysippos wordt meestal geplaatst op de overgang tussen de klassieke en hellenistische periode. Door sommigen wordt hij de laatste Klassieke beeldhouwer genoemd. Anderen stellen dan weer dat hij de Hellenistische periode en het Griekse realisme inluide. In elk geval behoorde hij samen met Skopas en Praxiteles tot de drie grootste beeldhouwers van de 4e eeuw v.C. En van dit drietal zou Lysippos de meest invloedrijke en vernieuwende kunstenaar geweest zijn. Er worden hem immers een aantal vernieuwingen toegeschreven. Hij voerde een gewijzigd proportieschema in: de hoofden van de beelden maakte hij kleiner, de lichamen slanker, de benen langer en het geheel werd verfijnder, meer in detail uitgewerkt (bv. het haar). Drie stijlkenmerken werden hem al door auteurs in de Oudheid toegedicht: symmetria (uitgebalanceerde verhoudingen), rhythmos en akribeia (accuraatheid van modellering). Verder creëerde hij ook voor het eerst in de ontwikkeling van de beeldhouwkunst diepte bij de conceptie van zijn beelden (cf. de ‘Apoxyomenos’) en werd de overzichtelijkheid uit één punt losgelaten. Het beeld komt helemaal vrij van een achtergrond en architectonische omlijsting. Ook werd Lysippos’ stijl een schilderachtige behandeling en een natuurlijke vrijheid van beweging toegeschreven. Daarbij kwam nog dat hij de plastische rust van zijn voorgangers verving door een vage onrust die zich onder andere uitte in de behandeling van het vlees en het haar. Hier en daar wordt de vernieuwende kracht van Lysippos wel gerelativeerd en stelt men dat in zijn beelden de som van vroegere verwezenlijkingen vervat zit aangevuld met eigen nuances en stijlkenmerken. Nog stelt men soms dat hij de rechtstreekse, consequente ontwikkeling van de Griekse beeldhouwkunst afgesloten heeft.

Eigenaardig is dat Lysippos, die begonnen zou zijn als kopersmid, volgens de overlevering geen meester had (wat nog bijdroeg aan zijn reputatie). Hij zou een autodidact geweest zijn en beschouwde, zo vertelt Plinius ons in zijn “Naturalis Historia” (xxxiv, 61-65), de “Doryphoros” van Polykleitos als zijn leermeester. Verder haalde hij inspiratie bij de schilder Eupompos die, zo vertelt de anekdote, gevraagd naar zijn voorbeelden antwoordde dat men niet de vroegere meesters moest imiteren, maar de natuur zelf. Op dezelfde lijn kan ook Lysippos geplaatst worden, die dan ook soms betiteld werd als zijnde een naturalist of realist. Dit omdat zijn werk beantwoordde aan een natuurlijke werkelijkheid en verschijningsvorm, bewerkstelligd door een streven naar licht & schaduw en zachte overgangen in plaats van naar vaste plastische vormen. Lysippos zette zich af tegen het ‘idealisme’ van de vroegere meesters die de ideale verhoudingen a.h.w. wiskundig berekenden , hij wou niet weergeven hoe iets was maar hoe het zich voordeed. Hij wou een directe transcriptie van de observatie verwezenlijken (cf. de “Apoxyomenos”), een transcriptie van de natuur. En hierin verschilt hij bijvoorbeeld van Polykleitos. Er moet echter opgemerkt worden dat ondanks zijn vernieuwingen, Lysippos toch altijd werkt in de traditie van de toen bestaande canon (cf. ook de uitspraak over de Doryphoros” als zijn leermeester). Er is zelfs beweerd dat hij een rechtstreeks product van de school van Polykleitos zou zijn en dit op basis van zijn “Agias” van Delphi (cf. infra).

Talloze werken zijn toegeschreven aan Lysippos, meer dan hij ooit zelf zou hebben kunnen concipiëren. Daarom probeert men altijd om een onderscheid te maken tussen de werken die (quasi) zeker van zijn hand zijn, en werken die zijn stijlkenmerken en invloeden vertonen. Slechts weinig beelden (en dan zijn het nog Romeinse kopieën) kunnen met enige zekerheid toegeschreven worden aan Lysippos zelf. Het belangrijkste en misschien wel meest vernieuwende onder hen is de “Apoxyomenos”, een beeld van een jongeling die met een schraper het stof van de palaestra verwijdert. Het geheel straalt een innerlijk leven en persoonlijk gevoel uit. Het beeld is beweeglijk en levendig. Op basis van de “Apoxyomenos” heeft men Lysippos’ stijlkenmerken gedefinieerd. Verder mogen we de “Agias” van Delphi ook aan hem toeschrijven. Dit beeld dateert waarschijnlijk uit het begin van zijn carrière, het vertoont immers nog een zeker idealisme en Lysippos bereikte hier nog niet de eigenheid die de “Apoxyomenos uitstraalt. Verder zijn er nog de “Herakles” (enorm groot), de “Kairos” en de “Poseidon Isthmios”. Nog een heel aantal werken zouden vermoedelijk van Lysippos’ hand zijn, de belangrijkste hieronder zijn de “rustende Hermes”, “Hermes die zijn sandaal knoopt”, “jongeling met linkerbeen op een steen” en de “boogspannende Eros”. Plinius vermeldt ook nog de “Leeuwenjacht van Delphi” en een beeld van Hephaistion. Ook moet hij een groot aantal beelden van triomferende atleten gemaakt hebben, en een hele reeks Alexanderportretten die helaas niet bewaard zijn. De reden waarom er zoveel beelden aan Lysippos gelinkt worden is vermoedelijk dat zijn stijl een enorme navolging kende. Lysippos zou een school opgericht hebben, waartoe ook zijn drie zonen behoorden, en deze school zou een hele grote invloed hebben uitgeoefend doorheen de hele 3e eeuw v.C. , niet in het minst op de scholen van Pergamon en Rhodos. Van de school van Lysippos zijn onder andere de “biddende jongen” en de “atleet uit Ephenos”. Een leerling van Lysippos zou bijvoorbeeld Chares geweest zijn, deze maakte de “kolos van Rhodos” (één van de zeven wereldwonderen in de Oudheid).

Algemeen kunnen we stellen dat Lysippos een heel belangrijk kunstenaar was, al dan niet heel erg vernieuwend, die zijn stempel gedrukt heeft op de (Griekse) beeldhouwkunst van de 4e eeuw v.C. en die een invloed had die nog lang na hem uitdeinde in de Grieks-Hellenistische kunst.


Bibliografie


Secundaire bronnen (deze lijst is niet exhaustief)

JANSON, (H.W.) & JANSON, (A.F.). History of art. 2004. Upper Sadle River (New Jersey). Pearson. p. 157

(samengesteld door) DE VRIES (F. B.). Elseviers Encyclopedie van de kunst. 1964. Amsterdam & Brussel. Elsevier. p. 178

SPIVEY (N.). Understanding Greek sculpture. 1996. Londen. Thames and Hudson Ltd

WALDSTEIN (C.). Greek sculpture and modern art. 1914. Cambridge. University Press

VERBOVEN (A.). Hellas en de West-Europese cultuur. 1944. Antwerpen. De Nederlandsche Boekhandel

LÜBKE, PERNICE & SARNE. Hellas en Rome: Griekse kunst (vol. VII). 1953. Antwerpen. De Nederlandsche Boekhandel

BRUNEAU (P.), TORELLI (M.) & BARRAL (X.). Sculpture (I). 1991. Taschen

JITTA. Antieke cultuur in beeld. 1954. Bussum. Uitgeversmaatschappij C.A.Z. Van Dishoeck; Antwerpen, Uitgeversmaatschappij De Sikkel

WINCKELMANN (J.J.). Geschichte der kunst des Altertums. 1942. Berlijn. Safari Verlag

BANDINELLI (R.B.) (hoofd redactie). Enciclopedia dell’arte antica classica e orientale (vol.IV). 14 vol.. 1966. Rome. p. 654-660

JOHNSON (F.P.). Lysippos. 1927. Durham. University Press

RICHTER (G.). Catalogue of Greek sculptures. 1954. Oxford. Clarendon Press

ROBERTSON (M.). A history of greek art. 1975. Cambridge. University Press

STEWART (A.). Greek sculpture. 1990. New Haven. Yale University Press

ETIENNE (H.J.), translated by O’BEIRNE. The chisel in Greek sculpture. 1968. Leiden. E.J. Brill

ADAM (S.). The technique of greek sculpture in the archaic and classical periods. 1966. Oxford. Thames and Hudson

BEAZLEY (J.D.) & ASHMOLE (B.). Greek sculpture and painting to the end of the hellenistic period. 1966. Cambridge. University Press

CARPENTER (R.). Greek sculpture. 1960. Chicago. University of Chicago Press

RICHTER (G.). Three critical periods in greek sculpture. 1951. Oxford. Clarendon Press

HINKS R.P., Greek and Roman portrait-sculpture, 1935, Londen, University Press

KEKULE VON STRADONITZ (R.). Die Griechische Skulptur. uit: „Handbücher der Staatlichen Museen zu Berlin“. 1922. Berlijn. Walter de Gruyter & co

LIPPOLD (G.). Die Griechische Plastik. 1950. München. C.H. Beck’sche verlagsbuchhandlung

ROLLEY (C.). La sculpture grecque. 1994. Parijs. Picard éditeur

FUCHS (W.). Die Skulptur der Griechen. 1969. München. Hirmer Verlag

MORGAN (C.H.). The style of Lysippos. Uit: “Hesperia Supplements”. 1949. Vol. 8, p. 226-234, 460-461

ZADOKS-JITTA (A.). The Poseidon Isthmios by Lysippos. Uit: “The Journal of Hellenic Studies”. 1937. Vol. 57, part 2, p. 224-226

MURRAY (A.S.). Herakles Epitrapezios. Uit: “The Journal of Hellenic Studies”. 1882. Vol. 3, p. 240-243

STEWART (A.F.). Lysippan Studies 1. The only creator of beauty. Uit: “American Journal of Archaeology”. 1978. Vol. 82, no. 2, p. 163-171

STEWART (A.F.). Lysippan Studies 2. Agias and Oilpourer. Uit: “American Journal of Archaeology”. 1978. Vol. 82, no. 3, p. 301-313

STEWART (A.F.). Lysippan Studies 3. Not by Daidalos. Uit: “American Journal of Archaeology”. 1978. Vol. 82, no. 4, p. 473-482

VERMEULE (C.). The weary Herakles of Lysippos. Uit: “American Journal of Archaeology”. 1975. Vol. 79, no. 4, p. 323-332

LATTIMORE (S.). The bronze Apoxyomenos from Ephesos. Uit: “American Journal of Archaeology”. 1972. Vol. 76, no. 1, p. 13-16

RIDGWAY (B.S.). The date of the so-called Lysippan Jason. Uit: “American Journal of Archaeology”. 1964. Vol. 68, no. 2, p. 113-128

CHILDS (W.A.P.). The Classic as Realism in Greek art. Uit: “Art Journal”. 1988. Vol. 47, no. 1: ‘The problem of classicism: Ideology and Power’, p. 10-14


Primaire bronnen (deze lijst is niet exhaustief)

SELLERS (J.B.). The Elder Pliny’s chapters on the history of art. 1976. Chicago. Ares Publishers Inc.

LE BONNIEC (H.). Pline l’ancien. Histoire Naturelle, livre xxxiv. 1953. Parijs. Société d’édition “Les Belles Lettres”

 
Persoonlijke instellingen