Lystrosaurus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Lystrosaurus
Fossiel voorkomen: Laat-Perm tot Vroeg-Trias
Lystrosaurus murrayi
Lystrosaurus murrayi
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Reptilia (Reptielen)
Onderklasse: Synapsida
Orde: Therapsida
Onderorde: Dicynodontia
Familie: Lystrosauridae
geslacht
Lystrosaurus
Cope, 1870
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Herpetologie
Verspreiding van Lystrosaurus (bruin) op het supercontinent Gondwana

Lystrosaurus is een uitgestorven geslacht van Dicynodontia. Binnen deze onderorde was Lystrosaurus één van de succesvolste geslachten met een min of meer wereldwijde verspreiding in het Trias.

Uiterlijk en leefwijze[bewerken]

Lystrosaurus was 70–120 cm lang en 50 cm hoog. Lange tijd werd verondersteld dat dit dier net als het moderne nijlpaard zowel op het land als in het water leefde. Deze veronderstelling is echter inmiddels radicaal gewijzigd. Bij herevaluatie werd geconcludeerd dat Lystrosaurus weinig tot geen aanpassingen voor een aquatische leefwijze had en tegenwoordig beschouwt men Lystrosaurus als een dier dat juist erg goed was aangepast aan droge omstandigheden [1][2]. Dit maakte ook dat Lystrosaurus wijdverspreid was in een wereld met uitgestrekte woestijnen. Lystrosaurus leefde waarschijnlijk in groepen. Onder meer op basis van de steviggebouwde voorpoten wordt verondersteld dat Lystrosaurus goed aangepast was aan graven. Lystrosaurus leefde zelfs deels in holen, hoewel het dier geen echte holenbewoner was zoals de dicynodonten Cistecephalus, Robertia en Diictodon uit het Laat-Perm. Gefossileerde holen met een diameter tot 45 cm, waarvan enkele met een Lystrosaurus erin, zijn gevonden in Zuid-Afrika. Een derdelijke leefstijl is een goede aanpassing in extreme omgevingscondities zoals lange droogtes.[3] De bouw van de schedel onderscheidt Lystrosaurus van de andere dicynodonten: de neusgaten en oogkassen bevinden zich hoog in de kop, de punt van schildpadachtige bek is naar beneden gericht en de kaken met daarin de naar beneden gerichte slagtanden zitten laag in de schedel. De kaken waren geschikt voor het eten van droge, stugge planten. Daarnaast werden vermoedelijk ook zaden en bladeren gegeten door Lystrosaurus, terwijl de hoektanden werden gebruikt voor het uitgraven van wortels en knollen. Analyse van de botstructuur wijst op snelle periostale osteogenese en snelle algehele groei bij Lystrosaurus.[4][5][6][7][8]

Vondsten[bewerken]

Fossielen van Lystrosaurus zijn gevonden in Zuid-Afrika (Balfour Formation en Katberg Formation, Beaufortgroep, Karoo Beds),[9] Zambia (Madumabisa Mudstones),[10] India (Panchet Formation),[11][12] China (Guodikeng Formation, Perm / Jiucaiyuan Formation, Trias), Mongolië (Dalin-Shandakhuduk Formation),[13] Rusland (Vetlugagroep)[14] en Antarctica (Fremouw-formatie). [15] In Australië zijn in Queensland fragmentarische resten gevonden die mogelijk toebehoren aan Lystrosaurus. Daarnaast zijn ten zuiden van Sydney in Bellambi Colliery gefossileerde voetsporen gevonden die overeenkomen met die van Lystrosaurus in Zuid-Afrika. De voetsporen zijn beschreven als de ichnospecies Dicynodontipus bellambiensis. Het gaat om een dier van ongeveer 84 cm lang en circa 22 cm hoog.[16][17] Een onvolledige schedel daterend uit het Laat-Perm uit Luang Prabang in Laos werd aanvankelijk toegeschreven aan Lystrosaurus, maar bij herevaluatie en na verdere vondsten van fossielen van dicynodonten op dezelfde locatie kwam men tot de conclusie dat het om fossielen van Dicynodon gaat [18]. Deze wijde verspreiding was één van de aanwijzingen voor het bestaan van de supercontinenten Pangea en Gondwana tijdens het Perm en Trias, evenals het fenomeen van de platentektoniek. Lystrosaurus wordt wel gebruikt als een biostratigrafische marker voor het eerste deel van het Trias, onder meer als naamgever van de Lystrosaurus Assemblage Zone in de Beaufortgroep, hoewel het genus ook in het Laat-Perm voorkwam.

Soorten[bewerken]

Lystrosaurus georgi

Er is een groot aantal soorten in het genus Lystrosaurus benoemd, waaronder alleen al 23 uit de Beaufortgroep. Tegenwoordig worden echter slechts drie soorten algemeen geaccepteerd: L. curvatus, L. mccagi en L. murrayi. Daarnaast worden ook L. declivis en L. georgi vaak genoemd in moderne literatuur. De soorten worden van elkaar onderscheiden door met name de bouw van de schedel.

L. curvatus en L. mccagi leefden op de vloedvlaktes van de Karoo direct voor de Perm-Trias-massa-extinctie. Analyse van de sedimenten wijst erop dat de Karoo aan het einde van het Laat-Perm erg droog werd.[19] L. mccagi overleefde de massa-extinctie niet in dit gebied, hoewel fossielen van deze soort wel bekend zijn uit het Trias van Antarctica. L. curvatus kwam ook in het Vroeg-Trias nog voor in Zuid-Afrika en tevens op Antarctica, maar werd al snel vervangen door L. murrayi en L. declivis. L. mccagi is de grootst bekende soort en ongeveer twee keer zo lang als de andere soorten. Wellicht had L. mccagi een andere ecologische niche dan L. curvatus en was het daardoor kwetsbaarder voor uitsterven. Een mogelijkheid is dat L. mccagi zich met name voedde met Glossopteris, een zaadvaren die uitstierf in de Perm-Trias-massa-extinctie, terwijl L. curvatus vooral paardestaarten en Dicroidium-varens at, planten die zowel in het Laat-Perm als Vroeg-Trias voorkwamen.[20] Fossielen van L. murrayi zijn ook bekend uit Zambia, Antarctica en India. Fossielen van L. curvatus zijn tevens bekend uit het Laat-Perm van Zambia. L. georgi leefde tijdens het Vroeg-Trias in het huidige Rusland [14][21]. De Mongoolse vondsten zijn beschreven als Lystrosaurus hedini [22][23].

Lijst[bewerken]

  • L. amphibius
  • L. bothai
  • L. breyeri
  • L. broomi
  • L. curvatus
  • L. declivis
  • L. hedini
  • L. georgi
  • L. jeppei
  • L. jorisseni
  • L. latifrons
  • L. mccaigi
  • L. murrayi
  • L. oviceps
  • L. platyceps
  • L. primitivus
  • L. putterilli
  • L. rajurkari
  • L. robustus
  • L. rubidgei
  • L. theileri
  • L. wageri
  • L. wagneri
  • L. weidenreichi
  • L. youngi

Perm-Trias-massa-extinctie[bewerken]

De Perm-Trias-massa-extinctie van 251 miljoen jaar geleden, die plaatsvond over een geschatte tijdsspanne van zo'n 80.000 jaar, in enkele fasen, was de grootste massa-extinctie in de geschiedenis van de Aarde, waarbij 90% tot 95% van alle mariene soorten en 70% van alle terrestrische soorten uitstierven. Lystrosaurus was één van de weinige genera van therapsiden die de Perm-Trias-massa-extinctie wist te overleven en het enige genus dat ook in het Vroeg-Trias algemeen bleef. [24] Het fossiele bestand suggereert dat in het Indien (251 - 249,7 Ma) wereldwijd Lystrosaurus 50 tot 90% van alle grote landdieren uitmaakte. De therocephaliërs Ictidosuchoides, Moschorhinus en Tetracynodon wisten ook te overleven, maar waren in het Vroeg-Trias veel minder algemeen dan in het Laat-Perm. Lystrosaurus was één van de grootste dieren van het Vroeg-Trias en had weinig vijanden. De meeste carnivoren uit de Lystrosaurus Assemblage Zone waren kleiner dan 60 cm en alleen Moschorhinus (150 cm lang) en Proterosuchus (150–300 cm) zullen een gevaar zijn geweest voor volwassen individuen. Uiteindelijk werd Lystrosaurus in het Olenekien (249,7 - 245 Ma) vervangen door de Kannemeyeriiformes.

Zie ook[bewerken]

Bronnen

Noten en referenties

  1. The aquatic Lystrosaurus: a palaeontological myth. King GM. Historical Biology; 1990; Volume 4: pp. 285-321.
  2. The aquatic Lystrosaurus: an alternative lifestyle. King GM & Cluver MA. Historical Biology; 1990; Volume 4: pp. 323-341.
  3. Tetrapod burrows from the Triassic of Antarctica. Sidor CA, Miller MF & Isbell JL. Journal of Vertebrate Paleontology; 2008; 28: pp. 277-284.
  4. Lystrosaurus murrayi (Therapsida – Dicynodontia): bone histology, growth and lifestyle adaptations. Ray S, Chinsamy A & Bandyopadhyay S. Palaeontology; 2005; Volume 48; Part 6: pp. 1169-1185.
  5. De geïllustreerde encyclopedie van dinosauriërs en prehistorische dieren. D Palmer & B Cox. Second Edition; Könemann, 2000; p. 191.
  6. Vertebrate Palaeontology. MJ Benton. Third Edition; Blackwell Publishing, 2005; pp. 25-26, 137.
  7. Complete Guide to Prehistoric Life. T Haines & P Chambers. First Edition; BBC Books, 2005; p. 60.
  8. Sunshine.net: The therapsids of the Permian.
  9. Fossil Reptiles of the South African Karoo. (http://museums.org.za/sam/resource/palaeo/cluver/first.htm)
  10. The dicynodont Lystrosaurus from the Upper Permian of Zambia: evolutionary and stratigraphical implications. King GM & Jenkins I. Palaeontology; 1997; Volume 40; Part 1: pp. 149-156.
  11. Lystrosaurus (Therapsida – Dicynodontia) from India: taxonomy, relative growth and cranial dimorphism. Ray S. Journal of Systematic Palaeontology; 22 June 2005; 3 (2): pp. 203-221.
  12. Gondwana vertebrate faunas of India. Bandyopadhyay S. Pinsa; May 1999; 65; Number 3: pp. 285-313.
  13. A survey of pterosaurs from the Jurassic and Cretaceous of the former Soviet Union and Mongolia. Bakhurina NN & Unwin DM. Historical Biology; October 1995; Volume 10: pp. 197-245.
  14. a b Lystrosaurus georgi, a dicynodont from the Lower Triassic of Russia. Surkov MV, Kalandadze NN & Benton MJ. Journal of Vertebrate Paleontology; June 2005; 25 (2): pp. 402-413.
  15. Paleoenvironment of the Triassic therapsid Lystrosaurus in the Central Transantarctic Mountains, Antarctica. Retallack GJ & Hammer WR. Antarctic Journal; 1996: Volume 31; Number 2: pp. 33-35.
  16. The last dicynodont: an Australian Cretaceous relict. Thulborn T & Turner S. Proceedings of the Royal Society London; May 2003; Volume 270; Number 1518: pp. 985-993.
  17. Early Triassic therapsid footprints from the Sydney Basin, Australia. Retallack GJ. Alcheringa Australasian Journal of Palaeontology; 1996; Volume 20; Issue 4: pp. 301-314.
  18. Late Permian dicynodont fauna from Laos. Battail B. Geological Society London Special Publications; 2009; Volume 315: pp. 33-40.
  19. Changing fluvial environments across the Permian-Triassic boundary in the Karoo Basin, South Africa and possible causes of tetrapod extinctions. Smith RMH. Palaeogeography, Palaeoclimatology, Palaeoecology; 1195; 117: pp. 81-104.
  20. Lystrosaurus species composition across the Permo-Triassic boundary in the Karoo Basin of South Africa. Botha J & Smith RMH. Lethaia; 2007; Volume 40: pp. 125-137.
  21. The Russian Dinosaur Exposition Index.
  22. Noyon Uul syncline, southern Mongolia: Lower Mesozoic sedimentary record of the tectonic amalgamation of Central Asia. Hendrix MS et al. Geological Society of America Bulletin; October 1996; Volume 108; Number 10: pp. 1256-1274.
  23. Triassic synorogenic sedimentation in southern Mongolia: Early effects of intracontinental deformation. Hendrix MS et al. GSA Memoirs; January 2001; Volume 194: pp. 389-412.
  24. The Permian-Triassic Transition: Think global, die local. Dykes T. Mesozoic Eucynodonts