MOSE-project

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De Lagune van Venetië in 2001
De ingang bij het Lido, zomer 2009
Een schematische doorsnede van de waterkering

Het MOSE-project (Italiaans: Modulo Sperimentale Elettromeccanico, "Experimentele elektromechanische module") is een stormvloedkering in aanbouw in Italië om de Lagune van Venetië af te kunnen sluiten van de Adriatische Zee. De barrière wordt aangelegd bij de drie ingangen van de lagune, de bocche van het Lido, Malamocco en Chioggia. De beweegbare dam is in aanbouw sinds 2003. Het systeem wordt wel vergeleken met de Thames Barrier bij Londen en de Maeslantkering in Nederland.

Waterstijging[bewerken]

Venetië heeft al sinds de stichting van de stad te kampen met overstromingen, maar in de 20e eeuw zijn de hoogwaterstanden, acqua alta genoemd, elkaar steeds sneller gaan opvolgen. Niet alleen stijgt de zeespiegel, de stad zakt ook weg in de onstevige ondergrond. Venetië ligt thans per saldo tot 25 cm lager dan in 1897, toen het huidige officiële referentiepeil werd vastgesteld.[1] Tussen de Romeinse tijd en de 20e eeuw bedroeg de lokale relatieve zeespiegelstijging ongeveer twee meter, gemiddeld 13 cm per eeuw.[2] De stad verzakt door een combinatie van menselijk handelen en natuurlijke oorzaken. De biologische balans tussen afzetting en erosie in de lagune is verstoord door het oppompen van grondwater, grootschalige vuilstort en de aanleg van het industriegebied van Marghera en tot 18 meter diepe vaargeulen voor grote olietankers en cruiseschepen. Oeverranden eroderen daarbij in een hoger tempo door de golfslag die snelle motorboten in het water veroorzaken.[3][4]

Op 36 plaatsen vloeit water uit het binnenland de lagune in, hierbij 's winters opgejaagd door de bora-wind. De ernstigste overstroming in de geschiedenis van de stad, die op 4 november 1966 tot 1,9 meter boven het gemiddelde peil reikte, was te wijten aan een combinatie van overvloedige regenval in het achterland en een ongunstige piek in de getijdenresonantie van de Adriatische Zee, versterkt door een uitzonderlijke sirocco-wind. Het MOSE Project maakt deel uit van een initiatief van de landelijke overheid om de weerbaarheid van de kustregio's te versterken met milieumaatregelen. Rond de lagune worden ook de zanderige stranden, steigers en kademuren in wijde omgeving ter lengte van meer dan 60 km verstevigd.[5]

Constructie[bewerken]

De stuw bestaat uit 78 scharnierende stalen caissons, die in rust in een betonnen bak op de zeebodem liggen en bij hoog water in een half uur tijd leeggepompt en omhooggebracht kunnen worden tot ze een hoek van 60° met de bodem maken, waardoor ze de toevoer van water vanuit de zee blokkeren. Elk segment is 20 meter breed, 5 meter dik en afhankelijk van de diepte van de zeebodem tot 30 meter lang, met een wanddikte van 120 mm. Als het gevaar is geweken, kunnen de onderdelen in een kwartier tijd weer worden neergelaten door ze te laten vollopen met water.[6]

De kering, ontworpen om tot 60 cm zeespiegelstijging in de komende eeuw op te vangen, is functioneel tot een waterhoogte van 3 meter boven normaal. Tot 110 cm boven normaal volstaan andere maatregelen zoals het opwaarderen van kades. Het maximale hoogteverschil tussen het water aan beide zijden is 2 meter. De drie ingangen kunnen ook afzonderlijk of ten dele worden gesloten door slechts enkele segmenten omhoog te brengen. Door de breedte van een opening te verkleinen kan de toevoer van zeewater in de lagune worden vertraagd.

De 380 meter brede ingang bij Chioggia wordt afgesloten door 18 segmenten, die bij Malamocco is 400 meter breed en krijgt er 19. De ingang bij het Lido is meer dan 800 meter breed en is voorzien van een kunstmatig eiland in het midden, met ruimte voor 20 segmenten aan de ene en 21 aan de andere kant. Elk van de drie openingen wordt uitgerust met golfbrekers opgebouwd uit acropods en sluizen om de scheepvaart doorgang te blijven geven. De sluis bij Malamocco zal groot genoeg zijn voor de grootste schepen die in de haven van Mestre willen aanleggen.

Op 15 mei 2003 gaf de toenmalige premier Silvio Berlusconi het officiële startsein voor wat het grootste bouwproject zou zijn in de naoorlogse geschiedenis van Italië. De kosten worden gedeeld door de lokale en nationale overheid, met steun van de Europese Investeringsbank, UNESCO en talloze kleinere fondsen. De uiteindelijke rekening wordt geraamd op circa 6 miljard euro, waarvan ruim twee derde reeds is betaald. Het onderhoud na de bouw is begroot op enkele miljoenen per jaar. Het management en de bediening worden gehuisvest in het oude Arsenale. De 16e-eeuwse bebouwing is hiervoor gerenoveerd. De bewegende delen van de waterkering zullen vijfjaarlijks worden losgekoppeld van de zeebodem voor regulier onderhoud in het grootste droogdok in het noordelijk arsenaal; het tijdelijke bouwdok op het Lido zal volgens de plannen worden ontmanteld. De bouw en het onderhoud geschieden onder de verantwoordelijkheid van de Magistrato alle Acque di Venezia, te vertalen als het Waterschap van Venetië, internationaal bekend als de Venice Water Authority, dat valt onder het Italiaanse Ministerie van Infrastructuur en Transport.[7]

Controverse[bewerken]

Sinds de eerste plannen ontwikkeld werden om herhaling van de gebeurtenissen in 1966 te voorkomen, is er ook kritiek op geweest. Politici en natuurbeschermers variërend van het WNF tot milieuactivisten hebben gewezen op de mogelijke negatieve effecten voor het ecosysteem in de lagune. De voortschrijdende zeespiegelstijging zou volgens tegenstanders bovendien de constructie enkele jaren na de bouw alweer achterhaald en nutteloos maken, maar er zijn geen alternatieven aangedragen die een oplossing konden bieden voor het wassende water. Het debat over de invloed op het milieu kreeg een nieuwe impuls toen op 29 november 1995 een schip 5 ton ruwe olie in de lagune lekte.[8]

Een belangrijke stroomversnelling in de besluitvorming vond plaats in 1996, toen de burgemeester van de stad, Massimo Cacciari, die zich eerder achter de bezwaarmakers had geschaard, twee jaar voor de afloop van zijn termijn terugtrad om mee te doen aan de verkiezing tot president van de regio. Zijn opvolger Paolo Costa was een groot voorstander van het project. In 2005 werd Cacciari door de gemeenteraad als burgemeester herkozen.

Naam[bewerken]

Mosè is de Italiaanse spelling van de naam van Mozes, de Bijbelse profeet die volgens het Oude Testament het water van Rode Zee spleet. De afkorting MOdulo Sperimentale Elettromeccanico werd bedacht voor een proefopstelling met één levensgroot caisson bij het Lido die tussen 1988 en 1992 werd getest.

Referenties
  1. Caroline Fletcher, Tom Spencer, Flooding And Environmental Challenges For Venice And Its Lagoon, p. 112, Cambridge University Press, 2005
  2. A.J. Ammerman et al, Sea-level Change and the Archaeology of Early Venice, in: Antiquity 73, 1999
  3. M.T. Brotto, M. Gentilomo, The Venice lagoon project: the barriers at the lagoon inlets for trolling high tides, in: Bulletin AIPCN-PIANC 1998
  4. M.T. Brotto, Safegaurding Venice and its lagoon, Venice Water Authority, Ministry of Infrastructure and Transport, 2005
  5. The economics of climate change adaptation in EU coastal areas: Italy, p. 6, European Communities, 2009
  6. NOVA: Sinking City of Venice, WGBH-TV, PBS, 2002
  7. High waters and the Mose: questions & answers, Magistrato alle Acque di Venezia
  8. Dominic Standish, Venice in Environmental Peril?: Myth and Reality, University Press of America, 2011