Maagdenhuis (Amsterdam)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het Maagdenhuis

In het Maagdenhuis is het bestuurlijk centrum van de Universiteit van Amsterdam en de Hogeschool van Amsterdam gevestigd. Het gebouw stamt uit 1780 en is ontworpen door Abraham van der Hart. Op deze locatie aan het Spui bevond zich van 1628 tot 1953 het Rooms Catholijk Maagdenhuis, een weeshuis voor katholieke meisjes, dat in 1570 was ontstaan toen twee Amsterdamse vrouwen besloten de zorg voor enkele weesmeisjes op zich te nemen. Na de opheffing van het weeshuis ging de organisatie in 1970 verder als fonds voor maatschappelijke initiatieven.

Geschiedenis[bewerken]

Het gebouw - met op de bovenrand van de trap aan de voorgevel de naam Maagdenhuis - werd opgetrokken tussen 1783 en 1787 naar het ontwerp van de stadsarchitect Abraham van der Hart. Het dankt zijn naam aan het doel waarvoor het werd gebouwd: een weeshuis voor meisjes. Het werd niet gebouwd of gefinancierd door het stadsbestuur, maar door de burgers –in bijzonder die van de Rooms-Katholieke gemeenschap- van Amsterdam. Daarmee was het een van de eerste, door het stadsbestuur gedoogde, katholieke gebouwen in Amsterdam na de alteratie van 1587, een tijd waarin de katholieken hun kerkdiensten hielden in schuilkerken.

Voor de bouw kon plaatsvinden moesten er circa negen oude panden worden gesloopt. Die stonden aan het Spui, aan de Handboogstraat en aan de Voetboogstraat. Het aanzien aan de buitenkant, het exterieur, is nagenoeg gelijk aan de staat waarin het werd gebouwd. Hoog aan de voorgevel is één van de meest fraaie onderdelen van het gebouw te zien: een timpaan met een beeldengroep van de beeldhouwer Anthonie Seisonis in de driehoek, welke op allegorische wijze verwijst naar de functie die het Maagdenhuis bijna 170 jaar heeft gehad, namelijk die van tehuis voor katholieke weesmeisjes in de leeftijd van ongeveer acht tot veertien jaar. Het medaillon in het midden van het fronton beeldt de bijbeltekst uit die te lezen is in het evangelie van Markus, hoofdstuk 10 vers 14, waar staat: “Jezus zei: Laat de kinderen tot Mij komen”. Het medaillon wordt geflankeerd door twee weesmeisjes, de ‘twee maagden’. De elementen in de uiterste drie hoeken zijn het anker, dat symbool staat voor de hoop, het hart, dat symbool staat voor de liefde, en het kruis, dat symbool staat voor het geloof. Geloof, hoop en liefde worden genoemd in de Bijbel, het boek 1 Corinthe, hoofdstuk 13. Het interieur is dermate grondig verbouwd dat nog maar weinig herinnert aan de oorspronkelijke staat. De twee kamers aan de voorzijde, die destijds bestemd waren voor respectievelijk de regenten en de regentessen, ademen nog enigszins de sfeer van het oude weeshuis. De wapens in die kamers zijn van de families van de vrouwelijke bestuurders, de regentessen. Vlakbij hangt de gedenksteen ter gelegenheid van de eerste steenlegging op de plaats waar vroeger de kapel was. De handgemaakte klok - op het dak van het achterste gedeelte, te zien vanaf de voormalige binnenplaats- is van 1785.

Van 1787 tot 1953 fungeerde het Maagdenhuis voornamelijk als rooms-katholiek weeshuis van de Stichting R.C. Maagdenhuis te Amsterdam. Daarna werd het verbouwd voor de Nationale Handelsbank N.V., die er in 1957 haar intrek nam. Ten slotte is het sinds 1962 bij de universiteit in gebruik ten behoeve van het bestuur, toen Presidium, later College van Bestuur genaamd, en de administratie.

Stichting R.C. Maagdenhuis[bewerken]

16e eeuws schilderij uit bezit Maagdenhuis thans in bruikleen, Rijksmuseum Amsterdam.

Twee Amsterdamse vrouwen namen in 1570 de zorg op zich voor enkele meisjeswezen. Daarmee begon de lange geschiedenis van Het Roomsch Catholijck Maagdenhuis. Het weeshuis groeide snel en na verschillende verhuizingen in het centrum van de stad werd het in 1628 gevestigd aan het Spui. Het was opgericht voor katholieke weesmeisjes in de leeftijd van ongeveer acht tot veertien jaar. Jongere weesmeisjes werden vanuit het weeshuis ondergebracht in gastgezinnen. In 1780 werd besloten het complex van allerlei panden te vervangen door nieuwbouw.

In de eerste decennia bood het nieuwe gebouw plaats aan bijna vierhonderd kinderen en dertien verzorgsters. Die aantallen verschilden jaarlijks. Er was een bakkerij en een naaiatelier, waar de weesmeisjes aan het werk werden gezet en werden opgeleid voor hun toekomst. Sommigen bleven er ook wel ná hun veertiende en assisteerden dan de leiding. Gaandeweg werden er ook ongeneeslijk zieken verpleegd, onder wie veel oud-wezen. Het Maagdenhuis fungeerde niet alleen als weeshuis maar huisvestte ook andere functies voor de katholieke gemeenschap:

  • Ten eerste als zetel van de Aartspriester van Holland en Zeeland, die tot het herstel van de katholieke hiërarchie in 1856 de hoogste geestelijke in West-Nederland was.
  • Ten tweede als de (schuil)kerk waarin de katholieken uit deze buurt van de stad werden bediend en waarvan de ingang zich aan de zijkant van het gebouw bevond, een onopvallende deur met een trap ervoor aan de Handboogstraat.

Door het herstel van de katholieke hiërarchie in de tweede helft van de negentiende eeuw verloor het gebouw steeds meer van de voornoemde functies.

De kerk werd uiteindelijk de kapel, alleen voor gebruik door de bewoners van het Maagdenhuis. De bewoners van het Maagdenhuis vormden steeds meer een gesloten gemeenschap. Het eten bestond uit bier en brood in de morgen en vlees (oud vlees, waar eerst soep van getrokken was) in de avond. De weesmeisjes kwamen onder de hoede van de Zusters van de Liefde uit Tilburg. De Stichting R.C. Maagdenhuis bestaat nog steeds en bekommert zich vooral om de verweesden, met speciale aandacht voor de jeugd en ouderen.

Nationale Handelsbank N.V.[bewerken]

Het gebouw werd verkocht aan de Nationale Handelsbank (een voorloper van de ABN) die het ingrijpend verbouwde tot bankkantoor, dat in 1957 in gebruik werd genomen. Op de oorspronkelijke binnenplaats werden grote kluizen gebouwd, waarop een vloer werd geplaatst. Daarboven kwam de huidige overkapping ter hoogte van het plafond van de eerste etage. De hal was gevuld met circa zestig metalen bureaus en de beide zijvleugels, waar thans werkkamers en vergaderzalen zijn gesitueerd, met veertig bureaus. Op de plaats van de huidige receptie was één lange balie over de hele breedte van de hal.

Universiteit[bewerken]

Na de Tweede Wereldoorlog werd duidelijk dat de universiteit -als grootste van het land (terwijl 1/3 van de studenten uit de stad kwam)- niet meer alleen door Amsterdam bekostigd kon worden. Daarom werd - door een wijziging van de Wet op het Wetenschappelijk Onderwijs - de universiteit vanaf 1 januari 1961 zelfstandig. De uitbreiding vergde ook meer kantoorruimte. Daarvoor werd het Maagdenhuis aangekocht en in 1962 in gebruik genomen door het universitaire bestuur, toen bestaande uit Presidium, College van Curatoren en College van Rector en Assessoren. Tegelijkertijd groeide er ook een jongerenbeweging die in opstand kwam tegen gevestigde structuren, tradities en autoriteiten. Ook studenten speelden daarbij een belangrijke rol. De populariteit ervan werd in de hand gewerkt door de ontzuiling in die jaren. Het beeld van het Lieverdje op het Spui was een verzamelplaats voor happenings. Dit activisme sloeg over naar de universiteit toen door studenten werd aangedrongen op inspraak en democratischer verhoudingen. Dat leidde tot de bezetting van het Maagdenhuis in mei 1969.

Bezettingen[bewerken]

Het Maagdenhuis werd landelijk bekend toen het in mei 1969 5 dagen lang (16 mei t/m 21 mei) werd bezet door studenten die inspraak eisten in het universiteitsbestuur. De actie paste in een landelijke trend die 6 mei startte op de Katholieke Hogeschool in Tilburg. Deze bezetters noemen hun universiteit de 'Karl-Marxuniversiteit'. De Wet Universitaire Bestuurshervorming bracht de afschaffing van voornoemde bestuursgeleding en daarvoor in de plaats kwamen een College van Bestuur en een gekozen Universiteitraad. Een week later volgt de bezetting van het maagdenhuis.

Daarna werd het Maagdenhuis nog diverse malen bezet. In 1978 twee keer uit protest tegen wijzigingen in de wet op de universitaire bestuursstructuur; in 1986 uit protest tegen wijzigingen in de studiefinanciering; in 1980 uit protest tegen het niet benoemen van twee vrouwelijke hoogleraarskandidaten; en voorts in 1990, 1993, en 1996.

In februari 2005 werd het Maagdenhuis voor de tiende maal bezet; ditmaal door de studenten (en enkele scholieren) van actiegroep MHBZ, als protest tegen de plannen van staatssecretaris Mark Rutte om het wettelijke collegegeld na vijf en een half jaar studie te verhogen en zijn plannen om de medezeggenschap op hogescholen en universiteit verder in te perken. De bezetting duurde zeven uur. Rond twee uur 's nachts werd het Maagdenhuis door de mobiele eenheid ontruimd. De meeste studenten zijn hierna veroordeeld tot het betalen van een geldboete. In juni 2006 werden studenten die in beroep waren gegaan door het Hof in Amsterdam vrijgesproken. Omdat er op het moment van de actie in het Maagdenhuis een openbare lezing gaande was, was er volgens het Hof geen sprake van lokaalvredebreuk, het enige waarvoor zij vervolgd werden.

Hogeschool van Amsterdam[bewerken]

Het huidige College van Bestuur is in het kader van de nauwe samenwerking sinds september 2003 tevens het College van Bestuur van de Hogeschool van Amsterdam, welke thans dan ook zetelt in het Maagdenhuis.

Er zijn minstens zes boeken geschreven over het Maagdenhuis en haar bewoners. Deze zijn

  1. Geschiedenis van het R.C. Maagdenhuis te Amsterdam 1570-1887, geschreven door de toenmalige rector T.C.M.H. van Rijckevorsel; Met genealogieën Ingels, Roest van Alkemade, Van Brienen, Van Papenbroeck, Coeck, Spiegel en met de namen en familiewapens van de regenten en regentessen. Voorts met twee originele etsen van Carel Dake. Pand Spui 21 te Amsterdam. Uitg. J.S.de Haas te Amsterdam, 1887.
  2. De kerk en het Maagdenhuis. Vier episoden uit de geschiedenis van katholiek Amsterdam geschreven door H.C. de Wolf. - Utrecht/Antwerpen, 1970.
  3. Het R.C. Maagdenhuis en het St. Elisabeth-gesticht Amsterdam geschreven door ir. R. Meischke. Uitg. Staatsuitgeverij te 's-Gravenhage,1980, in de serie De Nederlandse Monumenten van Geschiedenis en Kunst - De Provincie Noord Holland.
  4. Vele vaders en moeders geschreven door Evert Soethout, 1990, Uitgave Ambo – Baarn over de belevenissen van de kinderen die in het Maagdenhuis woonden.
  5. Ter liefde Gods en alzo om niet: De Zusters van Liefde in het Maagdenhuis (1843-1953) geschreven door C. Th. Bakker; Machiel Bosman. - Amsterdam, uitgave Stichting het R.C. Maagdenhuis, 2000.
  6. Nationale Handelsbank, geschreven door M.G. Emeis jr., H.M. Kraaijvanger en B.G. Meijer ter gelegenheid van de verbouwing - en ingebruikneming van het Maagdenhuis als kantoor van de Nationale Handelsbank NV. Eigen uitg.NHB, 1957, 190x265mm. 31p. met vier zw/w-foto's van de hal (receptie-gedeelte), de hal (vanaf 1e etage), een vergaderzaal (2e etage, voorzijde) en de kantine (3e etage, thans kam.322) en een overzicht medewerkenden restauratie.

Externe links[bewerken]