Maarten Gerritsz. de Vries

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Maarten Gerritszoon Vries (ook wel de Vries of andere varianten) (Harlingen, 18 februari 15891647)[1] was een Nederlands ontdekkingsreiziger en commandeur van de Vereenigde Oostindische Compagnie.

Portal.svg Portaal VOC

Leven en werk[bewerken]

De Kamer van de VOC in Hoorn stuurde hem als matroos mee op het schip ’t Wapen van Hoorn naar Batavia. Daar kwam het schip aan op 22 juli 1622. Overigens was het schip bijna vergaan op de westkust van het Zuidland (Australië). In 1638 werkte hij op Formosa als landmeter. Hij onderscheidde zich in het maken van een landkaart van het eiland en aanwijzingen voor de route van Batavia naar Japan.

Gouverneur-generaal Antonio van Diemen (1593-1645) was een actief bestuurder en was erop gebrand het gebied uit te breiden. Nadat hij een memorandum had ontvangen van Willem Verstegen (1612-1659), en de expeditie van Matthijs Quast was mislukt, stuurde hij in samenwerking met Cornelis van der Lijn (1608-1679) en Joan Maetsuycker (1606-1678) Maarten de Vries en Hendrick Cornelisz Schaep (1611-1647) erop uit om het gebied ten noorden en oosten van Japan te verkennen. Het doel was het vinden van rijke goud- en zilverlanden, waarover sinds jaar en dag in Spaanse verhalen gerept werd.

Op vier april 1643 begon de ontdekkingsreis. Door een zware storm op negentien mei voor het eiland Hachi jojima op 32° 33' NB, raakten de schepen elkaar kwijt voor het eiland dat meteen Ongeluckich werd genoemd. De Castricum leed bijna schipbreuk op de klippen en zeilde met verlies van ankers door.

De Castricum landde op 22 mei op de kust van Honshu, plaatselijk bekend als Fukushima. Een week lang wordt gewacht, en de vissersbevolking komt stiekem op bezoek op het fluitschip en ruilt gerookte zalm tegen arak en tabak. Zoals afgesproken wordt op gezette tijden een kanon afgeschoten om contact te maken met het zusterschip Breskens, maar zonder resultaat. (Hendrick Cornelisz Schaep landde op tien juni 1643 op de kust bij Yamada. De bemanning is met een list (een bezoek aan courtisanes) van boord gelokt, gevangengenomen en naar Edo getransporteerd).

De Vries besloot door te zeilen en bracht de kustlijn van het noordelijke Japanse eiland Hokkaido in kaart, evenals Oeroep, een onderdeel van de Koerilen, en Sachalin, waar hij als eerste Europeaan voet aan wal zette. Ze maken contact met de Aino-bevolking.

Als het jacht de Breskens is weggevaren uit Yamada en op zoek gaat naar de goud- en zilvereilanden komt het op negen november de Castricum op haar terugreis tegen en horen het verhaal van schipper Schaep, de koopman en wiskundige Willem Bijlevelt (circa 1619-1654), twee jongens en zes matrozen. Op achttien november 1643 lopen beide schepen veilig de haven van Tayouan binnen.

Helemaal perfect was zijn werk niet. Korea wordt op zijn kaarten als vreemd gevormd eiland afgebeeld. Ook mist hij de zeestraat tussen Hokkaido en Sachalin. In 1646 werd hij benoemd als commandeur in een vijftal expedities naar Manilla, maar de aanslag op de stad mislukte. Er werden een kerk en een klooster veroverd en twee Dominicaneer geestelijken zijn naar Java gebracht. Bij de laatste expeditie ontsnapten de drie schepen vanwege een gunstige wind. Er waren 600 zieken aan boord, waaronder De Vries, die aan het einde van het jaar stierf en mogelijk een zeemansgraf kreeg.

Het verslag van zijn reis, opgetekend door de stuurman Coen uit Hoorn, is bewaard gebleven bij de familie Huydecoper, en gebruikt door Nicolaes Witsen (1641-1717) voor het maken van kaarten van Tartarije. Adam Johann von Krusenstern (1770-1846) was de volgende en belangrijk onderzoeker die het NO-deel van Siberië in kaart bracht.

Bronnen


Noot

  1. Als weduwnaar (van Josina Vreese) trouwde hij op 19 januari 1647 met Catharina van Goch in Batavia. Een jaar later was zij weduwe.