Maarten Knottenbelt

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Maarten Knottenbelt

Maarten Jan Knottenbelt (Batavia, 3 december 1920Den Haag, 19 augustus 2004) was verzetsstrijder tijdens de Tweede Wereldoorlog en reserve eerste luitenant van het Wapen der Infanterie. Later werd hij overtuigd pacifist.

Op het moment dat de Tweede Wereldoorlog uitbrak was Knottenbelt student aan de Universiteit van Oxford. Hij was volledig Engels opgevoed (kostschool Eton) en heeft zijn hele leven een licht Engels accent gehouden. In zijn omgangsvorm is hij steeds een erudiet en welbespraakt 'gentleman of leisure' gebleven. Hij heeft geen kinderen gehad. Hij was de oudste zoon van een gezin van vier. De familie was zeer gefortuneerd door de handel in suiker, waardoor hij zich over geldzaken weinig bekommernis hoefde te maken.

Commando[bewerken]

1942: Na de val van Frankrijk in juni 1940 besluit Winston Churchill tot oprichting van Commando’s. Op 22 maart 1942 vertrekken 8 officieren, 17 onderofficieren, 4 korporaals en 19 soldaten van de Prinses Irene Brigade naar Schotland om als vrijwilligers deel te nemen aan een commandotraining in het "Commando Basic Training Centre" in Achnacarry gelegen bij Spean Bridge in het westen van het Schotse Crampian gebergte.

Het opleidingscentrum staat onder leiding van luitenant-kolonel C.E. Vanghan, OBE. De opleiding wordt door 25 man voltooid, die op 29 juni 1942 naar no.4 Commando in Troon worden overgeplaatst. Hier wordt no.2 (Dutch) Troop gevormd. De eerste commandant wordt 1e luitenant P.J. Mulders met als toegevoegde officieren de res. 2e luitenants J. Linzel, Maarten Knottenbelt en C.J.L. Ruysch van Dugteren. Op 16 juli worden ze overgeplaatst naar Porthmadog in Noord-Wales waar zij bij no.10 (Inter Allied) Commando wordt ingedeeld. Als er enkele maanden later nog een groep opgeleide commando's bijkomt, zijn ze klaar om uitgestuurd te worden.

Op 6 december kwam Prins Bernhard naar Portmadoc om hen een Nederlandse vlag te brengen.
1943: Op 31 mei 1943 verhuizen no.2 Dutch Troop en no.10 Commando naar Eastbourne, hun nieuwe thuisbasis. In oktober worden ze voor een training naar de bergen bij Braermar gestuurd, een dorp in Noord-Schotland. Op 11 december vertrekt no.2 Dutch Troop, o.a. op verzoek van Prins Bernhard, met een Britse commandobrigade aan boord van de SS Streadhead vanuit Gourock, en komt op 15 januari in Bombay aan. Bij Poona wordt Dutch Troop in een tentenkamp ondergebracht.

Birma[bewerken]

Als eenheid worden ze niet ingezet, maar commando's worden apart ingezet bij Britse onderdelen. Zo worden vijf Nederlandse commando's geloot die naar Birma gaan, Knottenbelt en Van der Veer van de 44ste en G. Ubels, Blatt en Koning van de 5de Marine Commando. Ubels krijgt onderweg malaria en wordt in een hospitaal opgenomen, de ander vier commando's vervolgen hun weg. Zij vechten tegen de Jappen.

Linzel wil met Dutch Troop terug naar Europa om tegen de Duitsers te vechten, en bepleit dit o.a. bij Admiraal Mountbatten in Kandy op Ceylon. Op 18 juli 1944 wordt Dutch Troop in Bombay ingescheept en naar Eastbourne teruggebracht. Daar horen ze dat de Irene Brigade bij D-Day heeft meegedaan. Dutch Troop wordt ingezet voor Operatie Market Garden, en wordt verspreid toegewezen aan de US Airborne Divisions en British Airborne Corps. Knottenbelt meldde zich ondertussen vrijwillig aan bij het Bureau Bijzondere Opdrachten. Een week voor Market Garden wordt hij bij de Jedburghs gedetacheerd en toegevoegd aan Jedbugh-team Claude. Maarten Knottenbelt en Arnoldus Wolters, beiden verbonden aan de 1st Airborne Division, zochten vrijwilligers bij elkaar.

Droppings[bewerken]

17 september 1944[bewerken]

Knottenbelt werd op zondag 17 september, D-Day, in de buurt van Renkum gedropt in een zweefvliegtuig samen met Dutch Troop militairen M. van Barneveld, A.J.P. Beekmeier, korporaal A.H.T. Italiaander, sergeant De Waard, en commano's Beekmeyer, Gobetz, Gubbels, Helleman, Van Barneveld, Van der Meer, A. Wolters en August M. Bakhuis-Roozeboom, die gedood wordt. Bij de landing raakt Knottenbelt, die slechtziende is, zijn bril en reserve bril kwijt.

Knottenbelt en commando Van Barneveld staken in die tijd regelmatig de Rijn over om contact te maken met de in Driel, in de Betuwe, gelande Poolse parachutisten. Die konden, door hevige Duitse tegenstand, niet over de weg verplaatsen om de Britten te versterken aan de noordelijke Rijnoever, wat de geplande luchtlandingslocatie van de Polen was.

Toen de Duitsers steeds verder oprukten nam Knottenbelt het bevel op zich over een detachement van ongeveer 25 Britse militairen van de 'West Yorks' waarmee hij een voor het gevecht belangrijke huizengroep in Oosterbeek verdedigde. De Duitse bevelhebber werd door hem in een hinderlaag gedood in zijn dienstwagen. Zelf raakte Knottenbelt op 22 september 1944 bij een actie gewond. Hij zwom de Rijn over (waarna men de epaulet van de Duitse bevelhebber in zijn zak terugvond) en ontsnapte naar Londen.

7 november 1944[bewerken]

Knottenbelt, hersteld van zijn verwondingen, en A. van Creveld worden vanuit Londen gedropt boven bevrijd Nederland. Zij vinden ruim 107 vrijwilligers die no.2 Dutch Troop willen versterken, en neemt hen via Oostende met de MS Lady of Man mee naar Southampton. Na een eerste opleiding in Petworth werden ze naar Schotland gebracht om de zware commando opleiding te krijgen. Slecht 70 ronden de opleiding met goed gevolg af en worden toegevoegd aan Dutch Troop in Eastbourne.

3 april 1945[bewerken]

Knottenbelt en Ruysch van Dugteren worden in de nacht van 3 op 4 april 1945 bij Heerde gedropt in de buurt van het Apeldoorns Kanaal om aldaar het verzet te helpen bij het opblazen van bruggen. Hij zou worden opgevangen door de gebroeders Van Apeldoorn (De Klok Zeepfabriek) uit het verzet, maar deze worden door een Duitse patrouille ontdekt. De Duitse patrouille vindt Knottenbelt, die zich onder een bosje heeft verstopt, niet. Als repercussie worden enkele burgers en boeren uit de omliggende huizen en boerderijen tegen de muur gezet; een houten kruis herinnert nog hieraan. Knottenbelt weet naar Barneveld te ontkomen, waar hij wordt opgevangen door de verzetsstrijdster mevrouw W.J. Looijen-Van de Woerd.[bron?]

Knottenbelt werd op 10 juli 1946 eervol ontheven uit zijn functie en vervolgens op 1 oktober 1960 eervol ontslagen uit de militaire dienst.

Onderscheidingen[bewerken]

MWO.4

Knottenbelt ontving de Militaire Willems-Orde wegens het zich in de strijd onderscheiden hebben door uitstekende daden van moed, beleid en trouw tijdens de strijd tegen de Japanners in Birma in maart 1944, tijdens Operatie Market Garden (de landing bij Arnhem van de Britse Airborne Division in september 1944) en na per valscherm ingezet te zijn op 3 april 1945 in de omgeving van Barneveld als commandant van een ongeoefende afdeling Binnenlandse Strijdkrachten.

De uitreiking vond plaats op 7 okt 1948 op de Sonsbeekseweide in Arnhem. Koningin Juliana beëdigde haar moeder Prinses Wilhelmina en daarna respectievelijk oud-stuurman der koopvaardij Bartele Broer Bakker, Ritmeester der Cavalerie Garrelt van Borssum Buisman, Kolonel der Cavalerie Willem van Lanschot, Kapitein der Artillerie Hendrik Geert de Jonge, Maarten Knottenbelt, Cornelis Pieter van den Hoek, line-crosser Jan de Landgraaf en Gerrit Menne Hendrik Veeneklaas. Knottenbelt kwam pas na het begin van de ceremonie op de locatie aan (op het moment van de decoratie van Prinses Wilhelmina ontbreekt hij). Hij werd door prins Bernhard alsnog naar het einde van de rij opgestelde te decoreren militairen opgesteld. Koningin Juliana liet hem bij de decoratie weten, dat zij dit gedrag geen pas vond.

Externe link[bewerken]