Maas

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
Maas
Lengte 925 km
Hoogte van de bron 409 m
Debiet 230 m³/s
Stroomgebied 36 000 km²
Van Plateau van Langres, Frankrijk
Naar Bergsche Maas/Heusdensch Kanaal (Afgedamde Maas)
Stroomt door Vlag van Frankrijk Frankrijk
Vlag van België België
Vlag van Nederland Nederland
Locatiemaas2.GIF
Locatie van de Maas

Meuse, in the french ardennes2.JPG
Meanderen in de Franse Ardennen
MaasCrèvecoeur.jpg
De Maasvallei te Bouvignes, nabij Dinant
Maas.jpg
De Maas nabij Maastricht

Maasbron 1 te Pouilly
Maasbron 2 te Pouilly
Maas bij Grave
Maas vanaf Kennedybrug met uitzicht op St. Servaasbrug

De Maas (Frans: Meuse) is een rivier in West-Europa. Doordat ze voornamelijk door regenwater gevoed wordt kan het waterpeil sterk variëren. De rivier stroomt door Frankrijk, België en Nederland. In Nederland is de Maas de zuidelijkste van de grote rivieren.

Inhoud

[bewerken] Loop van de Maas

[bewerken] In Frankrijk en België

De Maas ontspringt in Frankrijk te Pouilly-en-Bassigny op het Plateau van Langres, een belangrijke waterscheiding; de bronnen van de Seine en de Marne liggen hier ook. De rivier doorkruist de Franse en Belgische Ardennen in noordelijke richting. Hierbij passeert ze Verdun en Sedan, vanaf waar ze bevaarbaar is. In Givet, ten zuiden van Dinant passeert ze de grens met België.

De Maas buigt bij Namen, waar de Samber in de Maas vloeit, af naar het oosten en bereikt via Andenne en Hoei de grootste stedelijke concentratie aan haar loop: Luik. Voorbij Wezet bereikt de Maas de Nederlandse grens en tussen Eijsden-Maastricht en Smeermaas-Kessenich vormt ze zelf de grens (de Grensmaas) tussen Belgisch Limburg en Nederlands Limburg. Maastricht, na 's-Hertogenbosch de grootste Nederlandse stad aan de Maas, ligt op beide oevers, maar de oude stadskern bevindt zich op de linker.

De hier sterk meanderende Maas wordt hier voor de scheepvaart afgesneden door het Julianakanaal op de Nederlandse en door de Zuid-Willemsvaart op Belgische kant. Door dat meanderen en bij overstromingen heeft ze ook vaak haar bedding verlegd. Oude Maasarmen zijn onder andere terug te vinden bij Leut, Stokkem en Rotem. Daardoor behoort het gehucht Boyen nu tot Stokkem en Uikhoven, dat vroeger deel uitmaakte van de Nederlandse gemeente Geulle, nu tot Maasmechelen. Hetzelfde gebeurde met Kotem en Boorsem. Ook heeft de Maas bij het meanderen veel grind afgezet, die een grootschalige ontginning op gang heeft gebracht. De duidelijke sporen daarvan zijn de uitgestrekte Maasplassen. Voorbij Maaseik is ze weer bevaarbaar. Zo'n 5 km verder stroomt ze Nederlands gebied binnen.

[bewerken] In Nederland

De eerste grote stad die hier volgt is Roermond, op de rechter- (oost-)oever. Bij Maasbracht mondt het Julianakanaal uit in de Maas; het wordt daar verder gezet door het kanaal Wessem-Nederweert en het Lateraalkanaal dat de grote meander tussen Heel en Buggenum afsnijdt. Toch is vanaf hier ook de Maas zelf gekanaliseerd.

Het Maastraject volgt vervolgens min of meer de grens met Duitsland, die de rivier tot op enkele kilometers nadert. Hier ligt Venlo, na 's-Hertogenbosch en Maastricht de grootste Nederlandse stad aan de Maas. De meest oostelijke Maasbocht ligt bij het plaatsje Arcen. Vanaf Geijsteren gaat de Maas de grens met Noord-Brabant vormen, en vanaf Mook ligt niet Limburg, maar Gelderland op de rechteroever. Bij Boxmeer worden nog twee bochten van de Maas rechtgetrokken; daarna maakt ze een zeer ruime bocht naar links richting het westen.

Via het hier gelegen Maas-Waalkanaal kan de Waal bij Nijmegen bereikt worden. Vroeger stonden deze rivieren in verbinding met elkaar bij het gehucht Sint Andries, maar tegenwoordig worden beide rivieren van elkaar gescheiden door de Heerewaardense Afsluitdijk. Wel is het Kanaal van Sint Andries gegraven dat beide rivieren verbindt. Dit is voorzien van een schutsluis. Op 's-Hertogenbosch na liggen er geen grote steden, wel een aantal oude vestingstadjes: Grave, Ravenstein, Megen en Heusden.

Bij Heusden splitst de Maas zich in tweeën: de Afgedamde Maas (nog steeds de Brabants-Gelderse provinciegrens) vormde ooit de verbinding met de Merwede en daarmee met de Nieuwe Maas en de Nieuwe Waterweg resp. de Oude Maas. Tegenwoordig stroomt het Maaswater vanaf Heusden in westelijke richting via de Bergsche Maas en de Amer naar het Hollandsch Diep, een voormalige zeearm.

[bewerken] Stroomgebied

[bewerken] Belangrijke plaatsen aan de Maas

Verdun, Sedan, Charleville-Mézières, Dinant, Namen, Hoei, Luik, Maastricht, Maaseik, Roermond, Venlo,'s-Hertogenbosch, Heusden.

[bewerken] Zijrivieren

Frankrijk: Vrigne, Goutelle, Audry, ManisesChiers, Bar, Semois
België: Bocq, Semois, Viroin, Lesse, Samber, Mehaigne, Hoyoux, Ourthe, Berwijn, Jeker, Voer, Geul
Nederland: Jeker, Voer, Geul, Roer, Swalm, Niers, Dieze, Raam, Itterbeek
Duitsland:Roer, Swalm, Niers

[bewerken] Maaswerken

De Maas is vanouds een belangrijke scheepvaartweg, hoewel de bevaarbaarheid van de Maas soms problematisch was. De situatie verslechterde toen de Belgen vanaf 1843 het kanaal Bocholt-Herentals aanlegden. Via de Zuid-Willemsvaart werd het kalkrijke Maaswater afgetapt om daarmee de onvruchtbare gronden in de Kempen te bevloeien. Dit waren de zogenaamde vloeiweiden.

Om deze moeilijkheiden het hoofd te bieden werd in 1863 een verdrag tussen Nederland en België gesloten, waarin de wateronttrekking werd geregeld. Dit verdrag loste de problemen echter niet op. Dit was de reden waarom in 1915 in Nederland een wet werd aangenomen om de Maasverbeteringswerkzaamheden uit te voeren. Het voorzag in de bouw van stuwen, de aanleg van kanalen, en de afsnijding van Maasbochten. De werkzaamheden duurden tot 1942. In 1994 werd het Maasverdrag gesloten, om gezamenlijk tot een beter waterbeheer te komen. Niet alleen de bevaarbaarheid, maar ook de kwaliteit van het water, speelden hierin een belangrijke rol.

[bewerken] Overstromingen

De Maas is een regenrivier waarvan het peil sterk afhankelijk is van regen. Daardoor staat de Maas 's winters metershoog, terwijl ze 's zomers vaak bijna droog staat. De meeste regen komt uit de Franse en Belgische Ardennen. De laag op de ondergrond van het Maasgebied is niet dik genoeg om veel water te kunnen bergen. In de winter houdt de vegetatie bovendien weinig water tegen. Het vocht verdampt vrijwel niet, waardoor alle water wegstroomt. Het reliëf van het Maasbekken is groot, zodat het water met grote snelheid wordt afgevoerd. Een combinatie van deze factoren kan tot een watervloed leiden en overstromingen veroorzaken.

In 1926 werd Limburg getroffen door een watersnoodramp. Begin januari stond de Maas, gemeten bij de Sint Servaasbrug te Maastricht, 46,92 meter boven NAP. Dit was de hoogste waterstand van de 20e eeuw.

In december 1993 en januari 1995 brak de Maas door haar dijken, met een enorme overstroming tot gevolg. Beide situaties waren voorafgegaan door een lange periode (ruim een maand) gestage en soms hevige regen, die de "druppel die de emmer deed overlopen" waren. De natte periode, die eind januari 1995 tot overstromingen leidde, begon een maand eerder en in totaal viel 350 mm, ruim twee keer zoveel als normaal. Op enkele dagen kreeg het stroomgebied van de Maas gemiddeld meer dan 30 mm in één etmaal en plaatselijk 70 mm. In 1995 regende het vooral vanaf 21 januari hard: in Wallonië viel 300 mm in tien dagen, drie keer de normale hoeveelheid. In het begin van de regenval was de bodem in Hoog België nog bevroren, waardoor het water extra snel werd afgevoerd. Bovendien kwam door de dooi veel smeltwater vrij van de massa's sneeuw die begin januari 1995 waren gevallen. Een wel zeer ongelukkige samenloop van omstandigheden.

[bewerken] De Maas als grens

De monding van de Maas en de Rijn

In tegenstelling tot tegenwoordig heeft de Maas in het verleden zelden gefungeerd als grens. Zo woonden de Eburonen, de Romeinen, de Franken en andere volken aan beide kanten van de rivier. Ook in de middeleeuwen hadden de vele graafschappen, hertogdommen en heerlijkheden in het Maasland gebieden op beide oevers van de Maas. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog heeft de Maas zo af en toe als grens gediend, maar meestentijds ook niet. Vanaf de vrede van Münster (1648) behoorde de noordoever van de Maas grotendeels tot de Spaanse (Zuidelijke) Nederlanden. Onder Napoleon Bonaparte liep de Maas dwars door het Departement Nedermaas, en ze vormde dus ook toen geen grens. In het Congres van Wenen (1815) wilde Pruisen de Maas als oostgrens nemen van het nieuwe Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, maar de grens werd getrokken tussen Maas en Rijn. Het departement werd omgevormd tot de provincie Limburg, waar de Maas nog steeds dwars doorheen liep. De Maas werd niet beschouwd als een barrière. Zo had bijna ieder dorp een veerboot. Doordat er zoveel contact was tussen de bewoners van beide oevers is hun dialect hetzelfde. Toen in 1830 de Belgen in opstand kwamen tegen Nederland, werden uit heel Limburg de Noordelijke troepen verdreven. In 1839 werden echter delen van de provincies Limburg en Luxemburg teruggegeven aan Nederland. Vanaf dat moment vormt de Maas een grens tussen Nederland en België, en dat is ze gebleven tot vandaag de dag.

[bewerken] Zie ook

[bewerken] Externe links

[bewerken] Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:

  • De tekst op deze pagina, een eerdere versie daarvan of een deel van de tekst is afkomstig van de website van het KNMI.
Persoonlijke instellingen