Maaswerk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Diverse traceringen, schematisch en uitgewerkt
Maaswerk in twee vensters van de Domkerk te Utrecht

Maaswerk, traceerwerk of tracering is de stenen versiering in geometrische patronen in het boogveld van gotische vensters en nissen. Soms is ook een muurvlak van maaswerk voorzien, bijvoorbeeld de topgevel boven een gotisch venster. Ook op luchtbogen en spitsen komt men dit a-jour traceerwerk tegen.

Men onderscheidt in raamtraceringen:

Al deze vormen kunnen ook voorkomen in een blinde variant, hetgeen dan blindtracering wordt genoemd.

Na ongeveer 1100 begint men het raamwerk te verdelen, aanvankelijk met smalle lancetbogen, maar al vrij snel verschijnen in de overgangstijd van het romaanse naar het gotische, meer traceerwerk. Eerst geometrisch, dan kruisend, netvormig en kromlijnig. De ramen worden tegelijkertijd groter en voorzien van decoraties (glas in lood). In het laatgotische en renaissance (Engeland: perpendiculair) bouwtijdperk wordt het maaswerk echt fijn en lijkt het op kantwerk in steen vertaald.

Onder het maaswerk in een venster kan het maaswerk zowel worden gedragen door een deelzuiltje als door een montant, of meerdere van deze.

Literatuur[bewerken]

  • H.J. Tolboom: Venstertraceringen in Nederland. Rijksdienst voor de Monumentenzorg, Zeist, 1998/SDU Uitgevers, Den Haag. ISBN 90 12 08605 1
  • Traceringen