Maatschappelijke stage

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een maatschappelijke stage is een stage voor scholieren uit het voortgezet onderwijs in Nederland, waarbij ze door het doen van onbetaald vrijwilligerswerk kennismaken met het dragen van verantwoordelijkheid voor maatschappelijke belangen.

Toekomst[bewerken]

De maatschappelijke stage is voor alle niveaus verplicht geworden. Dus voor het vmbo, havo en vwo. De stage bedraagt gemiddeld 12 uur per leerjaar. Het doen van maatschappelijke stage is een voorwaarde voor het behalen van het diploma.

Op 5 juli 2011 is een wetsvoorstel aangenomen, waardoor alle scholieren in het voortgezet onderwijs vanaf september 2011 minimaal 30 uur maatschappelijke stage moeten lopen.[1] In het regeerakkoord van kabinet Rutte II is opgenomen dat de wettelijk verplichte maatschappelijke stages per 2015 worden afgeschaft. [2]

Wetgeving[bewerken]

De maatschappelijke stage wordt wettelijk vormgegeven door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Doelen[bewerken]

Waar reguliere stages vooral beroepsvormend zijn, hebben maatschappelijke stages vooral karaktervorming tot doel.

Maatschappelijke stage is een vorm van leren waarbij leerlingen in het voortgezet onderwijs vanuit school door middel van het doen van vrijwilligerswerk kennismaken met en een onbetaalde bijdrage leveren aan de samenleving.

Soms wordt een combinatie gezocht met andere soorten leerdoelen zoals het bevorderen van ondernemerschap. In dat geval ondernemen bijvoorbeeld scholieren iets voor een goed doel.

In samenspraak en samenwerking met LNV wordt ook gewerkt aan de verwezenlijking van 7500 groene maatschappelijke stageplaatsen, om leerlingen zonder agrarische achtergrond kennis te laten maken met dier en natuur.

De stage heeft niet tot doel het onderwijs te veranderen of de last van docenten te verhogen. De maatschappelijke stage wordt opgenomen binnen het curriculum. Dit is een eis die gesteld wordt vanuit het Rijk. De vereiste opname in het curriculum heeft tot doel dat school, docenten en leerlingen niet extra belast worden.

Een variant op maatschappelijke stage is service learning waarbij concrete leerdoelen worden gerealiseerd door een koppeling te maken met vakinhouden van de school.

De praktijk[bewerken]

Scholen mogen zelf bepalen of ze de stage al dan niet onder schooltijd plaats laten vinden. Maar vaak hebben scholen hun roosters al vastgesteld voor het hele jaar en moet het buiten schooltijd om plaatsvinden, omdat er geen ruimte is voor Maatschappelijke stage binnen de schooltijd.

De maatschappelijke stage kan verschillende vormen aannemen bijvoorbeeld in de vorm van een project op school. Bijvoorbeeld eerst een voorlichting krijgen over Amnesty en daarna brieven schrijven aan gevangenen. Ook een project over afval: Eerst de school van binnen aanvegen en kijken hoe groot de afvalberg is. Het lijkt erop dat er nog veel vrijheid is in de uitwerking.

Deelname[bewerken]

In het voortgezet onderwijs zijn zo'n 481 middelbare scholen en 7 agrarische opleidingscentra begonnen aan een of andere vorm van de stage. Steeds meer beroepsopleidingen verplichten studenten een maatschappelijke stage te doen, vooral in het eerste jaar van de studie. Vaak moeten de studenten dan vrijwilligerswerk zoeken met een link naar hun toekomstig beroep. Na instemming van de Tweede Kamer, is nu ook de Eerste Kamer akkoord met de invoering van maatschappelijke stage. Op 5 juli 2011 heeft de Eerste Kamer een wetsvoorstel hierover van minister Marja van Bijsterveldt (Onderwijs) aangenomen. Hierdoor is maatschappelijke stage officieel een feit. Alle scholieren in het voortgezet onderwijs moeten vanaf september minimaal 30 uur maatschappelijke stage lopen.

Financiering[bewerken]

De maatschappelijke stage wordt bekostigd door het Ministeries van OC&W en VWS. Voor de scholen zit een vergoeding in de lumpsumfinanciering. Voor gemeenten (voor de het vormgeven van de maatschappelijk makelaarsfunctie) zit een vergoeding in het gemeentefonds.

Geschiedenis[bewerken]

In 2011 moet het concept maatschappelijke stage zijn gefinaliseerd, en moet het concept een integraal onderdeel vormen van het curriculum van de leerling. Oorspronkelijk had men voor ogen dat deze stage in totaal 3 maanden zou moeten duren, echter vanwege praktische bezwaren die gesteld werden vanuit het onderwijsveld heeft men hier van af gezien.

Weerstand[bewerken]

Regelmatig wordt de suggestie gewekt dat deze verandering bij veel leerlingen stuit op weerstand. Uit onderzoek blijkt dat 68% van de scholieren die een maatschappelijke stage hebben gelopen, dit beoordeelt als een waardevolle ervaring. [3]

Wel geven 26% van de scholieren die een maatschappelijke hebben gelopen aan dat de begeleiding van de school beter kan.

Ruim één op de vijf (21%) scholieren zegt na de stage nog vrijwilligerswerk te zijn blijven doen; nog eens 21 procent overweegt dat.

Ook blijkt uit onderzoek dat 53% van de scholieren het een slechte zaak vindt dat de maatschappelijke stage niet langer verplicht wordt door het kabinet Rutte II. [4] Twee derde van de 1100 jongeren uit het onderzoek die zelf de stage hebben gelopen, vinden het zonde dat andere scholieren deze ervaring niet meekrijgen.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Rijksoverheid.nl. Maatschappelijke stage vanaf nieuw schooljaar een feit. 05-07-2011.
  2. Regeerakkoord 2012 - Bijlage A, D onderwijs, 20. Afschaffen wettelijk verplichte maatschappelijke stages 29-10-2012.
  3. onderzoek 1 vandaag, Jongerenpanel [1] 22 09 12
  4. onderzoek 1 vandaag, Jongerenpanel [2] 09 11 12