Maatsoort

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Diverse maatsoort-aanduidingen

De maatsoort is de soort maat van een muziekstuk. Men onderscheidt enkelvoudige maatsoorten en samengestelde. De enkelvoudige maatsoorten zijn de tweedelige of tweetels- en de driedelige of drietelsmaat. Tweetelsmaten vindt men bijvoorbeeld in marsen, en drietelsmaten in walsen. Een samengestelde maatsoort is samengesteld uit twee of meer enkelvoudige maatsoorten en heeft dus vier of meer tellen in een maat.

De maatsoort wordt genoteerd aan het begin van elk muziekstuk met behulp van twee boven elkaar genoteerde getallen. Het bovenste getal geeft het aantal tellen in een maat aan en het onderste getal wat de teleenheid is. Het bovenste getal is daarbij dus bepalend. Het onderste, de eenheid, is eigenlijk voor het metrum niet van belang, maar geeft slechts een indicatie van het tempo. Buiten de notenbalk worden de getallen die de maatsoort bepalen, genoteerd in de vorm van een breuk.

Voor twee bijzondere gevallen is een eigen symbool gebruikelijk. Voor de vierkwartsmaat ('gewone' maat, 'common meter') is dat het symbool Commontime.svg. Voor muziek in 2/2-maat (alla breve) wordt wel de notatie Allabreve.svg ('divided common meter') gebruikt; men zegt wel: 4/4 met 'dubbel metrum'.

regelmatig enkelvoudig binair 2/4, 2/2, 2/8
regelmatig enkelvoudig ternair 3/4, 3/8, 3/16
regelmatig samengesteld binair (2+2) 4/4, 4/2, 4/8 (3+3) 6/8, 6/16
regelmatig samengesteld ternair (2+2+2) 3/2 (3+3+3) 9/8
onregelmatig samengesteld binair (2+3) 5/4, 5/8, (3+2) 5/8
onregelmatig samengesteld ternair (3+2+2) 7/8, 7/16, (2+2+3) 7/8 7/16, (3+3+2) 8/8
onregelmatig samengesteld quaternair (2+2+2+3) 9/8, (3+2+2+3) 10/8, enz.

Men moet de als breuk geschreven aanduiding van de maatsoort niet interpreteren als breuk. Men zou beter van "drie-kwartenmaat" in plaats van driekwartsmaat en zes-achtstenmaat in plaats van zesachtstemaat kunnen spreken. Dan was duidelijk dat een 3/4-maat uit drie tellen van een kwartnoot bestaat en een 6/8-maat uit zes tellen van achtste noten. Een 3/4-maat is dus een oneven maatsoort met hoofdaccent op de eerste tel. Een 6/8-maat daarentegen is een even maatsoort, samengesteld uit twee drietelsmaten, dus met hoofdaccent op de eerste achtste tel en een nevenaccent op de vierde tel. Een 2/4-maat met twee triolen is ritmisch geheel gelijk aan een 6/8, zodat men een 6/8-maat, zeker bij hoge tempi, in tweeën telt.

Voorbeelden[bewerken]

Een maatsoort die wordt aangeduid met een 3 boven een 4 heet een driekwartsmaat. Deze heeft 3 tellen in de maat, en de kwartnoot duurt één tel (wals, mazurka, menuet, levenslied)

Een zesachtste (6/8) maatsoort bestaat uit zes tellen in de maat en een achtstenoot duurt één tel. Er passen evenals in een 3/4 maat 3 kwartnoten in iedere maat, maar het metrum van een 6/8 maat is anders dan van een 3/4 maat. Vaak wordt een 6/8 maat in tweeën geteld, met twee 'tellen' van 3/8, waaruit duidelijk het verschil met een 3/4 maat blijkt.

Onregelmatige maatsoorten[bewerken]

Onregelmatige maatsoorten worden veel gebruikt in Bulgaarse volksmuziek. Maatsoorten als 22/16 zijn geen zeldzaamheid: 9+9+4 ofwel (2+2+2+3)+(2+2+2+3)+(2+2). In grote delen van de Balkan is een 7/8 maatsoort (aksakritmiek) veelvoorkomend. Maar ook in de jazz zijn onregelmatige maatsoorten gebruikelijk. Bekende werken in een onregelmatige maatsoort zijn Take Five van Dave Brubeck in 5/4 maat, en All You Need Is Love (nummer) van de Beatles en Money van Pink Floyd in 7/4 maat.

In moderne muziek treft men ook complexere maatsoortnotaties aan, zoals een 4/5 maat (de lengte van 4 kwintoolkwartnoten per maat), of een 2/12 maat (dat is 2 trioolachtstennoten per maat). Voorbeelden zijn te vinden in o.a. partituren van componist Brian Ferneyhough.

Zie ook[bewerken]