Macht (sociale wetenschappen)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Macht is volgens Max Weber het vermogen van personen of groepen om andere personen, groepen of zaken de wil op te leggen, eventueel tegen de wensen of belangen van die anderen in. Het onderscheidt zich van gezag doordat gezag gelegitimeerd is. Daarnaast is ook sprake van definitiemacht waarbij bepaald wordt welke betekenis wordt gegeven aan een verschijnsel.

Een machtsrelatie is steeds asymmetrisch, maar kan wisselend zijn, zoals bij economische macht waar op de markt andere aanbieders en vragers gevonden kunnen worden, zolang deze de perfecte markt benadert. Bij politieke macht kan evenwel sprake zijn van een overwicht waaraan men zich niet kan onttrekken. Andere vormen zijn culturele macht en sociale macht. Ook binnen persoonlijke relaties kan sprake zijn van macht, zelfs binnen liefdesverhoudingen of anarchistische bewegingen.

Macht kan onder meer fysiek, economisch, ideologisch, mentaal of relationeel worden uitgeoefend. Om macht te beperken zijn er diverse mechanismes. Politiek kan dit door democratisering, economisch door regulering.

Sociale psychologie[bewerken]

Binnen de sociale psychologie worden macht op verschillende wijze onderscheiden op basis van de manier waarop de machthebbende zijn macht zal verkrijgen.[1]

De eerste vorm van macht die kan onderscheiden worden is de positiemacht. Hier zorgt de positie of de functie van een persoon voor zijn gezag. Dit impliceert dat wanneer een persoon zijn functie verliest, hij onmiddellijk gezag verliest.

Een tweede vorm is de referentiemacht. Sommige personen stemmen hun gedrag vrijwillig af op iemand die ze erg bewonderen. Die persoon haalt zijn macht dan uit zijn charisma of uit het feit dat de anderen zich met hem identificeren of er zich verbonden mee voelen. Deze vorm van macht is vooral gebaseerd op emoties. Bij deze vorm van macht bestaat de mogelijkheid dat de machthebber geen kritiek meer krijgt, waardoor hij de absolute macht heeft.

Ten derde bestaat deskundigheidsmacht. Dit gaat opnieuw over toegekende macht. Personen kennen macht toe aan mensen die meer deskundigheid hebben. Deze machthebbers, zullen alleen gezag hebben op het deskundigheidsvlak. Deze vorm van macht is gebaseerd op feiten.

Een vierde vorm van macht is de informatiemacht. Hier wordt men beïnvloed door de informatie zelf. Als iemand kan aantonen dat een ene verzekering beter is dan een andere, dan zal daar rekening mee gehouden worden. Deze vorm van macht verschilt van de deskundigheidsmacht, omdat deze vorm volledig onafhankelijk is van de persoon die de informatie levert.

Een laatste vorm van macht is de middelenmacht. Dit is het geval wanneer mensen afhankelijk zijn van iemand om iets te ondernemen. Wanneer een persoon middelen nodig heeft om een bepaald doel te bereiken, dan heeft diegene die de middelen bezit macht over de andere persoon. Deze macht geldt vooral wanneer er weinig andere alternatieven beschikbaar zijn.

Michel Foucault[bewerken]

Ook de filosoof Michel Foucault heeft zich in zijn werk uitvoerig beziggehouden met het begrip macht. In boeken zoals Surveiller et punir: Naissance de la prison (1975) en Histoire de la sexualité I: La volonté de savoir (1976) zet hij zich fel af tegen de centrale ideeën die volgens hem in andere machtsopvattingen vervat zitten en stelt hij er een eigen alternatief tegenover. Historisch vertrekken analyses van de rol van macht bij fenomenen zoals uitgesloten groepen (zoals waanzinnigen of gevangenen) of seksualiteit vaak vanuit wat Foucault noemt de 'repressiehypothese': de voornaamste rol die macht speelt op deze gebieden is die van uitsluiting, verbod en censuur. Deze visie is volgens Foucault echter inadequaat om macht geheel te begrijpen.

De repressiehypothese[bewerken]

De klassieke analyses van de manier waarop macht omgaat met (onder meer) de seksuele lusten is een negatieve analyse: ze verbiedt, weigert of blokkeert. De macht zegt wat niet mag. Ook wordt dit in de eerste plaats opgevat als een opstellen van de wet: macht verbiedt via het onderscheid tussen toelaten en verbieden. Macht heeft hier een drievoudige en uniforme taak: het stelt dat iets niet toegelaten is; het zorgt ervoor dat er ook niet over gesproken wordt; en ontkent ten slotte ook dat het bestaat. Dit doet zij op alle niveaus, van relaties tussen twee personen tot het hele sociale systeem. Hoogstens verschilt zij kwantitatief tussen niveaus en instellingen. "Het is een macht die enkel de kracht van het negatieve aan zijn kant heeft, de macht om nee te zeggen; niet in staat om zelf te produceren, enkel in staat om grenzen te postuleren, is ze in de eerste plaats een anti-energie. [...] Ze is niet in staat om iets te doen, behalve hetgeen dat ze domineert onbekwaam te maken om ook iets te doen, behalve datgene wat deze macht het toelaat te doen."[2]

Foucault wil zelf het tegenovergestelde verdedigen: macht die ook positief kan optreden. Echter, hij wil niet enkel stellen dat de negatieve analyse fout (of eenzijdig is), maar ook verklaren hoe het komt dat macht zo vaak in de vorm van de repressiehypothese of via het 'juridisch-discursieve machtsmodel' wordt beschreven. Hij geeft hier twee verklaringen voor: enerzijds is deze visie aanlokkelijk omdat de grote machthebbers, de staat en de monarchie, vaak macht zelf op deze wijze geformuleerd hebben. Macht werd door hen beschouwd als het opleggen van de wet aan hun onderdanen en hun bepaalde dingen verbieden en toelaten. Foucault noemt deze machtstheorie dan ook wel de 'soevereiniteitstheorie'. Er is echter, volgens Foucault, ook nog een tweede reden waarom macht steeds als repressie wordt opgevat. Dit komt omdat de moderne vormen van macht zelf steunen om een gedeeltelijke onzichtbaarheid (zie onder). Net door zich zo hard te profileren als 'macht via de wet' bleven de andere, modernere vormen van machtsuitoefening verborgen.

De productieve macht[bewerken]

Belangrijk voor Foucault zelf is dat hij nooit de intentie had gehad een echte machtstheorie op te stellen, die het wezen van de macht zou moeten blootleggen. "Het doel van deze onderzoeken die volgen is niet zozeer om tot een 'theorie' van de macht te komen, maar eerder een 'analytiek' van de macht".[3] Het draait dus niet om de vraag: 'Wat is macht?', maar eerder om de vraag 'Hoe werkt macht?'. Binnen het werk van Foucault zelf hebben zich enkele verschuivingen plaatsgevonden betreffende zijn analyse van macht. In Surveiller et punir focust hij zich voornamelijk op macht als 'discipline'. Vroeger strafte men in de eerste plaats door tekens aan te brengen op het lichaam van de veroordeelde (via martelingen, brandmerken, enzovoort) omdat deze misdadiger de soevereiniteit van de heerser geschonden zou hebben. Het was op het moment dat er gestraft moest worden dat de machthebber volledig in het zicht kwam, bijvoorbeeld via publieke terechtstellingen. Vanaf de 17e eeuw ziet Foucault de eerste tekenen naar voren komen van de disciplinemaatschappij: straffen is niet meer gericht op het tekens aanbrengen op het lichaam, maar op de disciplinering van ditzelfde lichaam. Het gaat om de ontdekking dat men het lichaam ook kan inzetten als iets productiefs. Straffen wordt gericht op het verbeteren en bijsturen van de veroordeelde: via een reeks instituten zoals de school, de gevangenis en de fabriek worden de lichamen van mensen gedisciplineerd om gehoorzaam mee te draaien in de maatschappij. Centraal, volgens Foucault, is de ontdekking van het 'panopticum. De rollen tussen de macht en de veroordeelde worden omgedraaid: waar vroeger de machthebber degene was die zichtbaar is wanneer hij straft, wordt de macht nu onzichtbaar en permanent. De veroordeelde daarentegen, die vroeger net onzichtbaar was (bijvoorbeeld door hem in een vergeetput te gooien), wordt nu net volledig zichtbaar: er ontstaan allerlei menswetenschappen de zich gaan toeleggen om het beschrijven van zijn conditie.

In zijn Histoire de la sexualité voegt Foucault hier een nieuwe dimensie aan toe. Er ontstaat volgens hem in de 18e eeuw een tweede reeks strategieën om macht uit te oefenen, namelijk de biopolitiek. Onder biopolitiek verstaat Foucault een vorm van macht die wordt uitgeoefend op de hele soort: de bevolking. Via wetenschappen zoals de statistiek en demografie wordt het mogelijk kennis te verkrijgen over gehele bevolkingen en er actief macht op uit te oefenen. Men gaat op die manier het leven van de mensen binnen de macht brengen: de macht gaat onder meer proberen het geboortecijfer en het aantal huwelijken te beïnvloeden. Uiteindelijk komen deze twee vormen, biopolitiek en discipline, samen in wat Foucault soms typeert als biomacht. Centraal staat hierin de seksualiteit, wat dit bevindt zich op de grens tussen beide vormen van machtsuitoefening: ze bevat zowel individuele gedragingen die gedisciplineerd kunnen worden, maar staan ook in verband met het voortleven van de bevolking (via seksuele reproductie).

Bronnen, noten en/of referenties
  • Devos, Rob, Macht en verzet: het subject in het denken van Michel Foucault, Pelckmans/Klement, Kapellen/Kampen, 2004.
  1. Craeynest, Pol, Sociale Psychologie: een inleiding, Acco, Leuven, 2010, pp. 283-316.
  2. Foucault, M. & Hurley, R. (vertaling), The History of Sexuality - Volume I: An Introduction, Pantheon Books, New York, 1978, p. 85.
  3. Foucault, M., The History of Sexuality, p. 82.