Macro-economie
| Economie |
Dit artikel maakt deel uit van de serie: |
|
|
|
|
Portaal |
Macro-economie is het onderdeel van de economische wetenschap dat zich bezighoudt met de bestudering van economische systemen als geheel. Meestal zal de macro-economie de economische samenhangen van een land (de "volkshuishouding") bekijken. Men beschouwt dan de consumptie van alle gezinnen in een land samen, of de bestedingen die de ondernemingen in een bepaald land gezamenlijk doen voor het kopen van machines en materialen. Er wordt dus geen onderscheid gemaakt tussen de afzonderlijke producten of diensten.
Inhoud |
[bewerken] Het object van de macro-economie
De macro-economie bestudeert 'geaggregeerde grootheden': grootheden die door samenvoeging, optelling tot stand zijn gekomen waarbij individuele eigenschappen buiten beschouwing worden gelaten. Voorbeelden van zulke grootheden zijn: het nationaal inkomen, de werkgelegenheid, de nationale consumptie, de investeringen en het algemeen prijsniveau (of prijspeil).
De centrale vraag in de macro-economie is welke factoren de welvaart in een volkshuishouding als geheel bepalen. Hoe deze welvaart wordt gerealiseerd, verdeeld, gehandhaafd, en hoe deze zich zal ontwikkelen.
Behalve de macro-economie bestaat er ook de micro-economie. Macro stamt van het Griekse macros, dat groot betekent; micros staat voor klein. In de micro-economie staat de prijsvorming op afzonderlijke markten centraal: wat verklaart de hoogte van de prijs van een bepaald product (gegeven een aantal (ceteris paribus-)voorwaarden)? Daarbij is ook de prijsvorming van productiefactoren (kapitaal, arbeid, natuur en ondernemerschap) op een bepaalde markt van belang. Prijzen van productiefactoren zijn de inkomens voor de aanbieders van de productiefactoren.
Terwijl dus de macro-economie grootheden op internationaal niveau of wereld(deel)niveau bestudeert, en de micro-economie de prijsvorming op afzonderlijke markten, is er ook nog een meso-niveau ('meso' staat voor midden): het niveau van de bedrijfstak(ken) en sectoren, zoals de meso-agrarische of de industriële sector. Men beschouwt niet het gedrag van afzonderlijke bedrijven op een markt, maar men beschouwt de ontwikkeling van de bedrijfstak als geheel (t.o.v. andere bedrijfstakken).
[bewerken] Macro-economie en economische politiek
De praktische doelstelling van macro-economisch onderzoek is vooral om bij te dragen aan het economisch beleid van de overheid. Daarbij wordt getracht een of meer van de volgende doelstellingen te realiseren:
- volledige werkgelegenheid
- stabiel prijspeil
- evenwicht op de lopende rekening van de betalingsbalans
- evenwichtige economische groei
- zorg voor het milieu
- redelijke inkomensverdeling
Overigens is de macro-economie ook van groot praktisch belang voor economisch analisten bij banken en internationale ondernemingen.
[bewerken] Geschiedenis van de macro-economie
Tot kort na de 19e eeuw bestond er geen onderscheid tussen micro- en macro-economie. De ideeën van de Engelse econoom John Maynard Keynes brachten hier in de jaren dertig van de 20e eeuw verandering in. Tijdens de Grote Depressie bleek hoezeer het zgn. 'klassieke' economische instrumentarium volgens Keynes tekortschoot. Ondanks verwoede pogingen van toenmalige regeringen om de lonen en prijzen laag te houden, groeide de werkloosheid tot enorme hoogten. Keynes kwam met een radicaal andere benadering. In het kort komt die erop neer dat hij de ontwikkeling van het nationaal inkomen op de korte termijn verklaart op grond van de effectieve vraag. Via 'deficit spending' (openbare werken gefinancierd met leningen) zette de overheid werkloze mensen aan het werk waardoor het nationaal inkomen meer dan evenredig toenam, o.a. door het multipliereffect.
Het is echter gebleken dat de Keynesiaanse aanpak ook serieuze terkortkomingen vertoont. Een bron van veel kritiek op het Keynesiaans economisch beleid vindt men bij de Oostenrijkse School.
[bewerken] Twee stromingen
De klassieke benadering heeft ook onder hedendaagse economen nog belangrijke aanhangers. De nadruk op de aanbodzijde (supply-side) als uiteindelijke verklarende factor in de economische ontwikkeling vinden we bij aanhangers van het klassieke denken, maar ook bij de neoklassieken en de monetaristen.
Daartegenover benadrukken keynesianen en neo-keynesianen het belang van de vraagzijde in het economisch proces.
[bewerken] Literatuur
- Paul A. Samuelson – Handboek Economie; o.a. uitgegeven als Aula pocket / paperback (Utrecht / Antwerpen 1969 / 1978)