Macrobiërs

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De wereld oikoumenè zoals bekend bij Herodotus in de 5e eeuw v. chr. met de woonplaats van de Macrobiërs in het uiterste zuiden

De Macrobiërs (Μακροβίοι) waren in de oudheid een legendarisch volk en koninkrijk in de Hoorn van Afrika. Ze worden genoemd door Herodotus, Ctesias en Plinius. Het is een van de legendarische volkeren aan de grenzen van de voor de Grieken bekende wereld Iοἰκουμένη, oikoumenè dat wil zeggen "de bewoonde wereld". In dit geval in het extreme zuiden vanuit Grieks perspectief zoals de Hyperboreeërs in het extreme noorden.

Hun bekendheid in de oudheid kwam vooral door hun veronderstelde lange levensduur die de Macrobiërs bereikten van gemiddeld 120 jaar.[1] Verder worden ze beschreven als 'de mooiste en langste van alle mensen'.[2] Ook worden ze beschreven als verschillend van uiterlijk en levenswijze van de andere volkeren van Afrika ten zuiden van de Sahara[3]

Volgens Herodotus stuurde de Perzische heerser en veroveraar van Egypte, Cambyses II, ambassadeurs naar de Macrobiërs om hun onderwerping aan hem te eisen. De Macrobische koning eiste als tegenprestatie dat de Perzische ambassadeurs een Macrobische ongespannen boog moesten opspannen. Als ze daarin slaagden zouden de Macrobiërs zich onderwerpen maar als ze faalden moesten de Perzen blij zijn dat de Macrobiërs nooit plannen hadden gekoesterd om het Perzische Rijk te veroveren.[2][4]

Verder vermeldt Herodotus dat de Macrobiërs experts waren in het mummificeren van hun overledenen en ook was hun land zo rijk aan goud dat hun gevangenen gouden ketenen droegen.[4] [5]

Sommige 19de eeuwse schrijvers probeerden de Macrobiërs van Herodotus te linken met bekende Afrikaanse volkeren in de regio van de Hoorn van Afrika,[6] zoals de Makaberabstam van Atbarah (woonachtig in tegenwoordig Noordoost Soedan).[7]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. The Geography of Herodotus: Illustrated from Modern Researches and Discoveries by James Talboys Wheeler pg 528. The British Critic, Quarterly Theological Review, And Ecclesiastical Record Volume 11 pg 434
  2. a b Wheeler pg 526
  3. John Kitto, James Taylor, The popular cyclopædia of Biblical literature: condensed from the larger work, (Gould and Lincoln: 1856), pp.275-276.
  4. a b John Kitto, James Taylor, The popular cyclopædia of Biblical literature: condensed from the larger work, (Gould and Lincoln: 1856), p.302.
  5. Society of Arts (Great Britain), Journal of the Society of Arts, Volume 26, (The Society: 1878), pp.912-913.
  6. Rennell, James, The Geographical System of Herodotus, 1830, p. 333
  7. Reclus, Elisée, The Earth and Its Inhabitants, D. Appleton and Company, 1886, p. 252