Madame de Maintenon

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Madame de Maintenon, geschilderd in 1694

Françoise d'Aubigné, marquise de Maintenon (Niort, 27 november 1635 - Saint-Cyr-l'École, 15 april 1719), beter bekend als Madame de Maintenon, was de tweede echtgenote van Lodewijk XIV van Frankrijk.

Françoise d'Aubigné was een kleindochter van de schrijver Théodore Agrippa d'Aubigné, een vriend van Hendrik IV van Frankrijk en een bekend hugenoot. Zij werd echter katholiek opgevoed en bracht haar jeugd door op Martinique. In 1652 trouwde ze met de veel oudere dichter Paul Scarron. Via hem kwam ze in contact met belangrijke schrijvers en denkers uit haar tijd. Ook na zijn dood in 1660 bleef ze in Parijs literaire salons organiseren. Zij was evenwel straatarm en op de uitkijk naar inkomsten.

In 1669 werd zij gevraagd om gouvernante te worden van de kinderen van Lodewijk XIV en diens maîtresse Madame de Montespan. Toen de koning deze kinderen erkende en aan het hof te Versailles liet komen, kwam zij steeds meer in contact met hem. Ze kreeg veel invloed op Lodewijk. Hij schonk haar in 1674 het kasteel van Maintenon, ten westen van Parijs, als markiezaat.

Vanaf ongeveer 1680 was Madame de Maintenon de maîtresse van Lodewijk XIV. Na het overlijden van koningin Maria-Theresia, trouwde Lodewijk XIV in oktober 1683 in het geheim met Madame de Maintenon. Het was een morganatisch huwelijk dat door François d'Aix de La Chaise werd ingezegend. Ze heeft vermoedelijk grote invloed op de politiek van de koning gehad. Ze kreeg gedaan dat de koning zijn bastaardkinderen (die zij had grootgebracht) in rang verhief boven de hertogen, en verwierf voor één van hen, de Hertog van Maine, belangrijke benoemingen in Lodewijks testament, waardoor de positie van de latere regent Filips van Orléans uitgehold werd; Maintenons invloed ná de dood van de koning moest hierdoor bestendigd worden.

Ze was de eerste dame aan het hof en duldde geen rivalen. Zo had ze een hekel aan de 17 jaar jongere Palatine; deze geeuwde tijdens de preek, zong te luid tijdens processies, schreef kwaad over haar in haar brieven (die Maintenon liet openen), en las, als voormalig protestantse, Duitse bijbels. Madame la Palatine had haar invloed niet aan haar uiterlijk te danken, vandaar de hevige strijd tussen de twee dames.

Na Lodewijks dood kon ze, toen Hertog van Maine in 1715 ten val kwam, het ergste vrezen wegens haar intriges, maar Filips van Orléans vereffende geen rekeningen. Zij mocht zich terugtrekken in Saint-Cyr-l'École, waar ze in 1685 een kostschool had gesticht voor meisjes uit verarmde adellijke families (zoals zijzelf). Ze overleed er in 1719 op 83-jarige leeftijd.