Madoera-affaire
De Madoera-affaire was de arrestatie (augustus 1942) en executie (februari 1944) van 62 kaderleden van de Zoutregie en de Stoomtram Maatschappij op het eiland Madoera door de Japanners tijdens de Japanse bezetting van Nederlands-Indië.
Beschrijving [bewerken]
In augustus 1942 werden 62 kaderleden van de Zoutregie en de Stoomtram Maatschappij op Madoera opgepakt en in februari 1944 geëxecuteerd.
Begin augustus 1942 was door een Japanse patrouille een "verdwaalde" goederenwagon van de Madoera Stoomtram Maatschappij aangetroffen, die bestemd was geweest voor het Indische leger en die beladen was met munitie; deze wagon was op het emplacement te Ngawi aangetroffen. Door een lek werd bij de Kempeitai een lijst met namen bekend van het vernielingskorps, dat kort voor de bezetting van het eiland zware schade aan belangrijke installaties van het eiland had aangericht; ook was er een plan van chemici van de Zoutregie bekend geworden om via een scheikundig proces uit het afgevoerde vocht van opgehoopt zout springstoffen te maken en als laatste was er bij de Japanners het vermoeden dat er radiocontacten waren met geallieerden of infiltranten.
Op verdenking aldus van ondergrondse, illegale en anti-Japanse activiteiten werd vervolgens het gehele (Indische) kader van genoemde ondernemingen gearresteerd en later ook geëxecuteerd. Het gearresteerde administratieve personeel zou geïnterneerd blijven. Gedurende de daarop volgende maanden van de oorlog bleef men over het lot van de 62 kaderleden in het ongewisse tot in 1948 tijdens de behandeling van één van de zaken tegen leden van het hoofdkwartier van de Kempeitai een chauffeur verklaarde op de hoogte te zijn van massa-executies in Bodjonegoro. Dit vormde de aanleiding de gearresteerde en verantwoordelijk geachte Kempeitai-leden, die in afwachting van hun berechting in de Tjipinang-gevangenis zaten, hiermee te confronteren. Pas na meerdere verhoren werd een bekentenis afgelegd en werd bevestigd dat begin februari 1944, na de terdoodveroordeling door de Militaire Krijgsraad, de executie van de 62 stafleden had plaatsgevonden in de djatti-bossen aan de rand van Bodjonegoro. De executies waren uitgevoerd door de leden van het Soerabaja Bewakings Peloton onder leiding van kolonel Ohara, naar wie dat peloton ook wel werd genoemd: Ohara-eenheid. De resident van Madoera, J.E.V.A. Slors, die eerder was gearresteerd, werd door de Kempeitai toegevoegd aan de 62 stafleden; hij overleed echter, evenals enkele andere kaderleden, aan de gevolgen van martelingen tijdens zijn gevangenschap.
Namenlijst geëxecuteerden [bewerken]
|
|
|
|
| Portaal KNIL |
Bronnen, noten en/of referenties
|