Magadha

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
मगध
 Seleucidische Rijk 500 v. Chr.–321 v. Chr. Mauryadynastie 
Kaart
5e eeuw v. Chr.
5e eeuw v. Chr.
Algemene gegevens
Hoofdstad Rajgir, later Pataliputra
Talen Prakrit
Religie(s) Hindoeïsme, Boeddhisme, Jodendom
Munteenheid Pana
Regering
Dynastie Nanda's, Maurya's, Sunga's, Kanva's

Magadha (Sanskriet: मगध, Magadha) is een historisch koninkrijk in het zuiden van Azië, dat overeenkomt met het huidige Bihar, Jharkhand, Bengalen en het oosten van Uttar Pradesh. Magadha is een van de zestien mahājanapada's ("grote koninkrijken") die in oude Indische bronnen genoemd worden, zoals de Atharvaveda, Ramayana, Mahabharata, de Purana's maar ook vroege boeddhistische en jaïnistische teksten. De hoofdstad van Magadha was eerst Rajagriha (tegenwoordig Rajgir) en later Pataliputra (tegenwoordig Patna). Beide steden lagen in het gebied in Bihar ten zuiden van de Ganges.

Magadha was gedeeltelijk de geboorteplaats van twee religies: het boeddhisme en het jaïnisme. Daarnaast waren de dynastieën die twee van de machtigste rijken uit de Indiase geschiedenis stichtten oorspronkelijk afkomstig uit Magadha: die van de Maurya's (4e tot 3e eeuw v.Chr.) en de Gupta's (4e tot 6e eeuw n.Chr.).

Geschiedenis[bewerken]

Oudheid en vroege klassieke periode[bewerken]

De vroegste verwijzing naar de naam Magadha komt uit de Atharvaveda (12e tot 10e eeuw v.Chr.). Desondanks is weinig bekend over gebeurtenissen uit de Vedische periode. De eerste koning, Brihadratha genaamd, zou volgens de Purana's een zoon zijn geweest van een heerser over de Indo-Arische Kuru's verder naar het westen. In de Mahabharata wordt de heldhaftige koning Jarasandha van Magadha genoemd, een bondgenoot van de Pandava's. Volgens Patanjali, een schrijver uit de 2e eeuw v.Chr., viel Magadha in die tijd nog niet in het brahmanistisch gebied (Aryavarta, het "land van de Indo-Ariërs" en het centrum van de Vedische cultuur). In plaats daarvan had het gebied een eigen cultuur en religie, waaronder een geloof in reïncarnatie, karma en het idee dat zelfkennis tot bevrijding van de ziel kan leiden. Deze religieuze overtuigingen hebben waarschijnlijk een belangrijke invloed op het ontstaan van zowel boeddhisme als jaïnisme gehad.[1]

Volgens de vroege boeddhistische en jaïnistische teksten werd Magadha vanaf de 7e eeuw v.Chr. geregeerd door de Haryankadynastie. Koning Bimbisara zou het naburige koninkrijk Anga (in het tegenwoordige West-Bengalen) hebben veroverd. Zijn zoon Ajatashatru zou de Licchavi's ten noorden van de Ganges hebben onderworpen, waarbij hij gebruik maakte van nieuwe wapens, zoals bepantserde strijdwagens en katapulten. Deze koning was ook de stichter van de stad Pataliputra.

Siddharta Gautama (ongeveer 563 - 483 v.Chr.), die later door zijn volgelingen de boeddha genoemd werd, zou door Magadha gereisd hebben. Veel van de belangrijkste gebeurtenissen en daden uit zijn leven vonden plaats in Magadha. Rond 500 v.Chr., in de tijd van zowel Siddharta Gautama als de jaïnistische leraar Mahavira, vond de tweede grote urbanisatiegolf van het zuiden van Azië plaats. De nieuwe stedelijke elite van handelaren was gevoeliger voor de doctrines van de "nieuwe" godsdiensten, zodat deze zich konden verspreiden ten koste van de oude, Vedische, religie.

Stèle die de koning en koningin verbeeldt. Shungaperiode, 1e eeuw v.Chr., West-Bengalen.

Nanda's en Maurya's[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Nandadynastie en Mauryarijk voor de hoofdartikelen over dit onderwerp.

Rond 413 v.Chr. vond een opstand plaats, waarbij de Haryankadynastie werd opgevolgd door de Shishunagadynastie. Ten tijde van deze dynastie werd de hoofdstad verplaatst van Rajagriha naar Pataliputra. De Shishuna's werden halverwege de 4e eeuw v.Chr. op hun beurt opgevolgd door de Nanda's. De eerste Nandakoning, Mahapadma Nanda, ondernam een serie militaire campagnes naar de Gangesdelta en de westelijke delen van de Gangesvlakte. Hij werd door zijn veroveringen de stichter van het eerste grote rijk in de Indische geschiedenis en maakte daarmee een einde aan het systeem van de door kshattriya's (krijgerskaste) geregeerde mahājanapada's. Niet alleen vormden Mahapadma's veroveringen een breuk met de traditionele staatskunde van het noorden van India omdat hij alle koninkrijken van het noorden van India wist te verenigen, maar ook omdat zijn moeder volgens jaïnistische bronnen een shudra (lage kaste) geweest was.[2] Het laatste feit was wellicht cultureel gezien het meest schokkende. Mahapadma's regering wordt in de Purana's bijvoorbeeld beschreven als een teken van Kali Yuga (het aanbreken van een tijdperk van "chaos").

Na Mahapadma's dood bevochten zijn zoons elkaar om de macht. Uiteindelijk was het een buitenstaander, de militair Chandragupta Maurya, die rond 321 v.Chr. de laatste Nandaheerser afzette en een nieuwe dynastie stichtte: de Maurya's. Chandragupta Maurya breidde het rijk nog verder uit door veroveringen in de Punjab, het tegenwoordige Afghanistan en naar het zuiden in de Deccan. Het rijk bereikte zijn grootste omvang onder keizer Asoka Maurya (regeerde 268-233 v.Chr.), die vrijwel het gehele Indisch Subcontinent in zijn macht had. De Hellenistische koningen van het Seleucidenrijk en Egypte zonden ambassadeurs naar het Mauryahof in Pataliputra en Griekse bronnen melden dat het leger van Chandragupta (Grieks: Sandrocottus) uit 600.000 voetsoldaten, 30.000 ruiters en 9.000 olifanten bestond. De mate van centraal gezag in het Mauryarijk wordt echter betwijfeld door moderne historici. Het rijk bestond uit een netwerk van handelswegen waarmee enkele kerngebieden zoals Magadha of Gandhara met elkaar verbonden waren. Tussen deze kerngebieden in bleven lokale heersers vrijwel autonoom, zij het dat ze het gezag van de Mauryakeizer erkenden.[3]

Asoka was van grote invloed op de cultuurgeschiedenis van Azië, omdat hij zich tot het boeddhisme bekeerde en de Vedische riten afschafte. Hij liet door zijn rijk heen zuilen oprichten waarin de leer van het boeddhisme gebeiteld stond, de zogenaamde edicten van Asoka. Dankzij deze patronage verspreidde het boeddhisme zich richting Centraal-Azië en Sri Lanka, van waaruit het later in respectievelijk China en Tibet en Zuidoost-Azië zou arriveren.

Gupta's[bewerken]

De Mauryadynastie werd in 185 v.Chr. omver geworpen. Daarop heersten de Shungadynastie (185 - 75 v.Chr.) en de Kanvadynastie (75 - 26 v.Chr.). De Shunga's waren brahmins die de Vedische riten opnieuw invoerden. Onder beide dynastieën was de macht van Magadha weer teruggebracht naar het kerngebied in het oostelijke Gangesbekken. Onder de latere Shunga's werd de hoofdstad verplaatst naar Vidisha in de buurt van het huidige Bhopal. Pataliputra zelf werd bedreigd en veroverd door achtereenvolgens binnenvallende Indo-Grieken, Shaka's, Kalinga's, Satavahana's en Kushana's. De laatste Kanvakoning werd in 26 v.Chr. door de Satavahana's gedood. In de daarop volgende eeuwen vormde Magadha het toneel van strijd tussen verschillende rijken en een uitwisseling van culturen.

Aan die situatie kwam een einde met de stichting van het Guptarijk. De Gupta's waren oorspronkelijk lokale heersers, maar onder Chandragupta I (regeerde ± 319 - 335 n.Chr.) wisten ze hun macht over Magadha, Bengalen en aangrenzende gebieden te vestigen. Zijn opvolger Samudragupta (± 335 - 380) regeerde over een rijk van de Narmada in het zuiden tot de Himalaya in het noorden en van de Yamuna in het westen tot de Gangesdelta in het oosten. Koning Chandragupta II (± 380 - 413) versloeg onder andere de Westelijke Satrapen van Gujarat en Malwa en vestigde een tweede hoofdstad in Ujjain.

De Guptaperiode werd door vroeg 20e eeuwse historici gezien als een gouden eeuw, een klassieke periode waarin zowel in cultureel-religieus, staatkundig als maatschappelijk opzicht de basis voor latere middeleeuwse rijken. De Gupta's patroniseerden zowel de brahmins als de handelsgildes ("sreni's"). Maatschappelijk gezien leidde dit tot de versteviging van het kastenstelsel. Onder de Gupta's ontstond de filosofie en vorm van geloofsbelijdenis van het moderne hindoeïsme, dankzij filosofen en schrijvers als onder andere Vātsyāyana (in het Westen vooral bekend van de Kama Sutra). In de Guptaperiode kregen ook teksten als de Vishnu Purana en Markandeya Purana hun uiteindelijke vorm. Zich baserend op de oude Vedische teksten, beschreven ze de verering van goden als Shiva en Vishnu. Het werk van de toneelschrijver Kālidāsa wordt gezien als een hoogtepunt in het Sanskriet en de wetenschap kwam tot bloei dankzij wiskundigen als Aryabhata en Varāhamihira.

Het Guptarijk besloeg gedurende de 5e eeuw het gehele noorden van Zuid-Azië. Aan het einde van die eeuw begon de macht van de Gupta's af te brokkelen als gevolg van uit het noordwesten binnenvallende Witte Hunnen (Huna's) en een opeenvolging van zwakke heersers. Rond 530 wist Narasimhagupta tijdelijk iets van de voormalige macht te herstellen. Een paar decennia na zijn dood kwam er echter definitief een einde aan het Guptarijk.

Bronnen en verwijzingen
  1. Bronkhorst (2007)
  2. Stein (2010), p 69-70
  3. Stein (2010), p 74
  • (en) Bronkhorst, J., 2007: Greater Magadha, Studies in the Culture of Early India, Brill Academic Publishers Inc., Handbook of Oriental Studies, section 2, South Asia Series, ISBN 9004157190.
  • (en) Stein, B., 2010: A History of India (2nd ed.), Wiley-Blackwell, ISBN 978-1-4051-9509-6.