Magge

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Magge
IUCN-status: Niet geëvalueerd
Tanglake ugglan.gif
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Actinopterygii (Straalvinnigen)
Orde: Perciformes (Baarsachtigen)
Familie: Zoarcidae (Puitalen)
Geslacht: Zoarces
Soort
Zoarces viviparus
(Linnaeus, 1758)
Afbeeldingen Magge op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vissen

De magge of puitaal (Zoarces viviparus) is een straalvinnige vis. De soort wordt in het Nederlands ook wel magaal of moeraal genoemd.

Beschrijving[bewerken]

De magge behoort tot de familie van puitalen (Zoarcidae) en valt onder de orde van de baarsachtigen (Perciformes). De maximale lengte is 52 centimeter en het hoogste gewicht is 510 gram. De hoogst vastgestelde leeftijd is 10 jaar. Het lichaam is slangvormig met een brede bek en een grote kop zonder zichtbare schubben. De brede rugvin loopt tot aan de staartaanzet en heeft vlak voor het einde een kenmerkende inkeping.

Biotoop en leefwijze[bewerken]

De magge komt voor in zout en brak water in een gematigde klimaatzone. De vis houdt zich over het algemeen op van de oppervlakte tot 40 meter diepte, maar meestal tussen de 2 en de 20 meter. Hij is geen stroomzwemmer, maar houdt zich op wachtend op zijn prooi op zand- of modderbodems, tussen het zeewier of stenen en ook in riviermondingen. Hij kan korte tijd op het 'droge' (dat wil zeggen tussen nat wier in drooggevallen getijdenpoelen) doorbrengen daar hij in staat is adem te halen op het land. De magge jaagt op slakken, kreeftachtigen, muggenlarven, eieren en kleinere vissen. Er wordt niet specifiek op de magge gevist door de mens, de soort is voor de beroepsvisserij van marginaal belang. De vis staat als bevisbaar in de Nederlandse Visserijwet.

Voortplanting[bewerken]

In de nazomer vindt de paai plaats gevolgd door een inwendige bevruchting in het lichaam van het vrouwtje. De vis is eierlevendbarend; na een zwangerschap van 120 dagen bevalt het vrouwtje van tussen de 25 en 400 jongen die bij de geboorte 4 centimeter lang zijn. De jongen zijn veel smaller van bouw dan volwassen dieren en lijken op een glasaal.

Verspreiding[bewerken]

Wereldwijd[bewerken]

De magge komt voor in het noordoosten van de Atlantische Oceaan, de Witte Zee, de kust van Moermansk, de Barentszzee, de Engelse Kanaalkust, de oostkust van Schotland, de Ierse Zee, de Orkney-eilanden, de Shetlandeilanden, de Noordzee en de Oostzee.

Nederlandse kust[bewerken]

De puitaal of magge komt langs de kust en in de zeegaten algemeen voor.[1] Trends in het voorkomen van de puitaal worden sinds 1994 door de stichting ANEMOON met behulp van waarnemingen door sportduikers in de Oosterschelde en het Grevelingenmeer bijgehouden.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. H.Nijssen & S.J. de Groot, 1987. De vissen van Nederland. KNNV uitgeverij Utrecht/Zeist