Magnetische permeabiliteit

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De (absolute) permeabiliteit μ van een medium is de mate waarin het medium een magnetisch veld geleidt. Letterlijk betekent het doordringbaarheid. Meer bepaald is het de verhouding tussen de magnetische fluxdichtheid B en het magnetisch veld H. Het geeft aan, in welke mate een materiaal magnetisch polariseert, dus zich richt naar het magneetveld en het zo versterkt.

De absolute permeabiliteit van vacuüm is de magnetische veldconstante μ0, exact gelijk aan 4π × 10-7 N/A2. Hieruit volgt de definitie van de ampère: Door twee lange rechte geleiders vloeit een stroom van 1A als ze op een afstand van 1 meter een kracht uitoefenen van 2 × 10-7 N/m.

De relatieve permeabiliteit μr van een materiaal is een dimensieloos getal, zijnde de absolute permeabiliteit van het materiaal gedeeld door die van het luchtledige.

De relatieve permeabiliteit is 1 plus de magnetische susceptibiliteit.

Simpel gezegd drukt de relatieve permeabiliteit van een materiaal uit hoeveel keer liever de magnetische veldlijnen door dat materiaal gaan dan door een vacuüm.

De permeabiliteit hangt af van de temperatuur van het medium en de frequentie waarop het magnetisch veld oscilleert.

De meeste niet-metalen vertonen diamagnetisme en hebben een relatieve permeabiliteit iets onder 1. De meeste metalen zijn paramagnetisch en hebben een relatieve permeabiliteit iets boven 1. De relatieve permeabiliteit kan hoge waarden aannemen bij ferromagnetisme in metalen die ijzer, nikkel en kobalt bevatten. Het is daar zelfs een functie van de geschiedenis van het materiaal: er treedt hysterese op.

Zie ook[bewerken]