Magnus Forteman

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Magnus op het zegel van de samenkomst te Wons in Westergo uit 1270

Magnus of Magnus Forteman is de naam van de legendarische Friese vaandeldrager uit de 9e eeuw, onder wiens aanvoering de Friezen de stad Rome voor Karel de Grote veroverd zouden hebben. Aanleiding voor deze verovering zou een opstand van Romeinse edelen zijn waarbij de ogen van Paus Leo III, volgens de sage de broer van Karel de Grote, waren uitgestoken en de paus de stad was uitgezet.[1].

Volgens de Magnussage zouden Romeinse edelen een uitval hebben gedaan maar door de Friezen teruggeslagen zijn. De Friezen bleven doorvechten en veroverden zelfs de hele stad Rome. Nadat de Friezen de stad veroverd hadden zouden ze de poorten dicht hebben gedaan en de stad bezet houden. Karel de Grote stond met zijn leger buiten de poorten en stond nu tegenover vastberaden Friezen die, volgens gestuurde ijlboden, verklaard zouden hebben 'Karel, de goede koning, dat zij de stad te nimmer zouden overgeven aleer hij hen van de banden bevrijdde en daarenboven moest hij hun zoveel vrijheid geven als zij zelf wilden hebben opdat zij vrij van schande konden trekken naar hun landen'. Karel de Grote wilde de bezetters overladen met goud en zilver maar de Friezen eisten vrijheid. Karel de Grote beloonde de Friezen voor de verovering met een uit zeven artikelen bestaand privilege (Magnuskerren), dat hen vrij maakte (Friese Vrijheid), alsmede 17 Keuren en 24 Landrechten. Paus Leo III stichtte, na zijn bevrijding, dicht bij het Vaticaan de Kerk der Friezen voor de eeuwige herinnering aan de Friezen. De huidige Friezenkerk dateert uit de 12e eeuw.

De wonderdoende banier van Magnus (zie Magnusvaan) zou volgens de fantasierijke geschriften Thet Freske riim en Tractatus Alvinus (rond 1500) afkomstig zijn van Friso, de legendarische stamvader der Friezen. Volgens deze geschriften lag dit vaandel eeuwenlang begraven op een geheime plek aan de oevers van de Eems, maar kon het op aanwijzing van de heilige Willibrord ongeschonden worden teruggevonden. Nadat het vaandel was geborgen, begonnen de zeven dorre bomen die op de vergaderplaats van de Opstalboom stonden, spontaan weer uit te botten. Onder Magnus' leiding werden de Deense bezetters verjaagd en werd het kasteel Gronenburg bij de stad Groningen geslecht.

De figuur van Magnus heeft zijn oorsprong in de heilige Magnus van Trani, sinds het midden van de 12e eeuw een der beide patroonheiligen van de Kerk der Friezen (samen met de aartsengel Michaël). Dit nadat men eerder zijn relieken hierheen had overgebracht. De Friezen hadden ze graag willen meenemen naar het noorden, maar dit werd door een wonder verhinderd. Een deel van de arm van de heilige ging wel mee. Hij werd in 1153 bewaard in een kostbare schrijn in de kerk van Esens in Oost-Friesland en de inzet van een bloedige oorlog. De keuze voor een heilige met deze naam was mogelijk tevens een eerbetoon aan Karel de Grote (Carolus Magnus ).[2] Tegelijkertijd werd een oudere legende, die verhaalde hoe het lichaam van de heilige in de 9e eeuw was overgebracht van Fondi naar Anagni herschreven, waardoor Friese krijgers die tegen de Saracenen vochten hierin een hoofdrol kregen. Zo kon men tevens aannemelijk maken dat de relieken van de heilige zich daadwerkelijk in Rome en niet in Anagni bevonden. De achtergrond hiervoor was waarschijnlijk politiek: de bisschopsstad Anagni was één van de belangrijkste steunpunten van de paus in diens strijd met de Duitse koning, aan wie de Friezen loyaal waren.[3] De Friese Magnussage lijkt dan ook gemodelleerd te zijn naar een anekdote uit de Kaiserchronik, die de heldendaden van de nieuwe koning Koenraad III en zijn voorgeslacht verheerlijkt.

Al vrij snel ging men de heilige Magnus identificeren met de Friese vaandeldrager. De oudste afbeelding van hem dateert uit 1270 en toont een ridder met een schild, waarop het keizerlijke wapen staat afgebeeld. Mogelijk was er sprake van verwarring met de soldatenheilige Magnus van Cuneo, een van de leden van het Thebaanse Legioen, die op zijn beurt weer werd verwisseld met de heilige Magnus van Füssen uit Zwaben. Ook heeft men hem mogelijk verward met koning Magnus I van Zweden, dan wel andere Scandinavische vorsten. Het fictieve wapen van de koningen van Friesland (met pompeblêden), dat sinds de veertiende eeuw in wapenboeken opduikt, vertoont een opvallende gelijkenis met de wapens van het Zweedse koningshuis.

Volgens Thet Freske ríím en Tractatus Alvinus was Magnus een voorname ridder van Friese afkomst, die eerder in dienst van de heidense koning van Denemarken stond. Hij resideerde op het Kasteel Bentheim. Nadat Willibrord hem had gedoopt met water uit een heilige bron die hier spontaan ontsprong, werd hij verkozen tot vaandeldrager van de Friezen. Eenmaal teruggekeerd uit Rome, werd hij door keizer Karel benoemd tot opperrechter van de Zeven Friese Zeelanden en tot graaf van Bentheim.

Er wordt wel gedacht dat deze verhalen dateerden uit de tijd van graaf Everwijn II, die van 1509 tot 1515 stadhouder van Friesland was. Maar sommige verhaalelementen kunnen evengoed veel ouder zijn. Al in 1209 vernielden Friese krijgers de burcht van Bentheim, nadat graaf Otto I was overleden.[4] Met name in het Groningerland hadden de graven van Bentheim rond 1300 oude rechten; ze beschouwden zich de leenheren van Scharmer en omstreken. De Magnussage lijkt dan ook de neerslag te zijn van verschillende verhaalcycli, die achteraf in één tijdskader zijn geplaatst.

Door apocriefe Friese geschiedschrijvers is - met politieke bedoelingen - een heel geslacht Forteman om hem heen geconstrueerd.[5] Zijn vader was dan Gustavus Forteman die in 777 de eerste kerk in Friesland zou hebben gesticht, de dom van Almenum, die net als de Friezenkerk in Rome was gewijd aan de aartsengel Michaël. Magnus zou zijn gesneuveld in de strijd tegen de Saracenen en daarna heilig verklaard. Zijn rechterarm zou volgens sommige berichten samen met de Magnusvaan zijn ingemetseld in een afgesloten nis in de kerk van Almenum.

Waar de heilige Magnus begraven ligt, is onduidelijk. Niet alleen de Kerk der Friezen in Rome, ook de parochie van Anagni beweert zijn graf te bezitten.

Algemeen beschouwt men de Magnussage als een legende en het Karelsprivilege als een vervalsing.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Literatuur[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Ook volgens Einhard waren de ogen uitgestoken, Vita Caroli Magni 28, maar in feite was dit niet meer dan een poging geweest
  2. Iets dergelijks wordt ook verteld over koning Magnus de Goede (ca. 1024-1047) van Noorwegen en Denemarken.
  3. F.W.N. Hugenholtz, Historici over heiligen, Amsterdam 1986 (= Mededelingen KNAW 50, 1986, nr. 5, pp. 163-185. Dit in tegenstelling tot Van Buijtenen, De grondslag van de Friese vrijheid.
  4. AGN, dl. 2, p. 352. W. Ehbrecht, Landesherrschaft und Klosterwesen im östlichen Fivelgo, 1972, p. 125.
  5. Van Zeeburgh