Maine Coon

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Maine Coon
Kattenras
Maine Coon kater
Maine Coon kater
Basisinformatie
Oorsprong Verenigde Staten
Fokstandaarden CFA, ACFA, TICA, CCA, ACF, FIFe, NOK
Lijst van kattenrassen

De Maine Coon is een van de grootste oorspronkelijke gedomesticeerde kattenrassen. Ze worden gekenmerkt door een imposant voorkomen en rustig en stabiel karakter.

Geschiedenis[bewerken]

Maine Coon kat Cosey, winnaar op de kattenshow in New York in mei 1895

De Maine Coon komt als fenotype van de huiskat al eeuwen voor in New England, nl. in Maine en omliggende staten in het noordoosten van de Verenigde Staten.

Er zijn veel verhalen over de oorsprong van dit ras. Een populair broodjeaapverhaal is dat de Maine Coon een kruising zou zijn tussen een lynx en een wasbeer.

Een ander, veel romantischer verhaal gaat over kapitein Samuel Clough uit Maine, de Franse Koningin Marie-Antoinette en haar katten. Er zijn documenten bewaard gebleven dat de kapitein tijdens de Franse Revolutie meegewerkt zou hebben aan een plan om de koningin naar de Verenigde Staten te helpen ontsnappen. Wat blijkbaar mislukt is, maar er kwamen zes koninklijke langharige katten met het schip mee naar Maine, die door sommigen worden gezien als de voorouders van de Maine Coon.

Maar in werkelijkheid stamt de Maine Coon af van een aantal langharige huiskatten die het gen voor langhaar droegen en die al vroeg door kolonisten uit Europa naar Amerika werden meegenomen. Het klimaat met vaak koude winters geeft het langharige fenotype daar een voordeel zodat er relatief veel langharige dieren in de huiskattenpopulatie voorkomen.

Uiterlijk[bewerken]

De Maine Coon is een grote kat met een halflangharige vacht, een stevig skelet en een lange volle staart. Op latere leeftijd kan het ras vooral in de winter een imposante kraag rondom de kop en een langere beharing op de achterkant van de achterpoten ("broek") ontwikkelen. Veel dieren bezitten ook de recessieve eigenschap voor oorpluimpjes, iets dat door liefhebbers gewaardeerd wordt. Dit maakt de Maine Coon tot een imposante verschijning. Maine Coons zijn seksueel actief vanaf een maand of zes maar zijn pas volledig lichamelijk uitgegroeid na ongeveer vier jaar. De kat weegt dan gemiddeld tussen de 5 en 9 kilo voor katers en 4 tot 6 kilo voor poezen.

Karakter[bewerken]

Ondanks het imposante voorkomen van de Maine Coon is het een rustige maar energieke kat met een goed sociaal besef naar andere huisdieren en mensen toe. Het humeur is over het algemeen vrij evenwichtig en stabiel, speels en tolerant. Het zijn aanhankelijke katten die niet goed als enige kat in een huishouden gehouden kunnen worden. De kat beschouwt zich als onderdeel van het gezin en is altijd van een kleine afstand betrokken bij wat er gebeurt in huis. Het zijn geen echte schootkatten en de meeste liggen liever naast of in de buurt van de eigenaar. Het stemgeluid is gematigd en ze zijn niet bijzonder vocaal.

Maine Coon-kitten

Fokstandaard en fokgegevens[bewerken]

Er kunnen tot op de dag van vandaag nieuwe katten aan het fokbestand van de Maine coon worden toegevoegd, met als voorwaarde dat deze kat daadwerkelijk uit Maine komt en aan de rasstandaard voldoet. Uniek voor het ras is dat het compleet gedocumenteerd wordt via een internationaal onderhouden online stambomendatabase zodat iedere eigenaar de afstamming tot de eerste "foundation" dieren in Maine en omstreken kan terugherleiden. Ook kan hiermee de inteeltcoëfficiënt berekend worden zodat de fok gerichter kan plaatsvinden.

Gezondheid en erfelijke afwijkingen[bewerken]

Door zijn formaat is het ras mogelijk gevoeliger dan andere rassen voor het voorkomen van patellaluxatie en heupdysplasie. Verantwoorde fokkers laten dan ook hun fokdieren via onderzoek nakijken of respectievelijk de knieschijf een goede groef heeft en goed aangehecht is en de heupkom goed gevormd. Ook komt bij het ras een autosomaal dominante vorm van hartfalen voor, hypertrofische cardiomyopathie (HCM). Voor een tweede erfelijke afwijking, cystenieren (PKD) laat men een echografisch onderzoek verrichten. Fokkers laten dus hun dieren zowel op PKD en HCM testen bij een erkende veterinaire radioloog (Nederland) of veterinaire cardioloog (België). Ook zijn er voor deze afwijkingen momenteel DNA-testen beschikbaar. Een andere niet direct gezondheidaantastende erfelijke afwijking die incidenteel voorkomt is polydactylie. Dit betreft een autosomaal dominante eigenschap waardoor de dieren een of meer extra tenen aan een of meer voeten bezitten. Deze afwijking is niet toegestaan op tentoonstellingen.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]