Mainframe

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een Honeywell-Bull DPS 7-mainframe uit 1981

Een mainframe is een centrale computer uit de tijd dat bedrijven nog maar één computer hadden, of hoogstens enkele computers. Oorspronkelijk werden de gegevens in een mainframe ingevoerd met gegevensdragers als ponskaarten en magnetische tapes (oorspronkelijk ook wel met ponsbanden). Pas in de jaren '70 werden op enige schaal terminals aan mainframes aangesloten, aanvankelijk schrijfmachineterminals (teletype), later ook beeldschermen. Na de opkomst van de personal computer in de jaren '80 zou het nog jaren duren voordat deze als "clients" werden aangesloten aan mainframes als "servers".

In hun glorietijd waren de grotere mainframes reusachtige, soms zelfs watergekoelde machines. De capaciteit van deze machines was echter beperkt in vergelijking zelfs met hedendaagse laptops.


Geschiedenis[bewerken]

De eerste mainframes stammen uit de jaren 50. In die tijd werden opdrachten nog via ponskaarten ingevoerd. In het midden van de jaren 60 kwam er besturingssoftware die het mogelijk maakte dat deze meerdere taken tegelijk uitvoerden, zogenaamde multitasken. Van een werkelijk gelijktijdige verwerking was overigens geen sprake: de software verdeelde de capaciteit van de (ene) processor van de computer door de verschillende taken afwisselend aan de beurt te laten maken, waarbij een slim gebruik werd gemaakt van het feit dat een computer duizenden instructies kan uitvoeren voor één toepassing in de tijd dat een andere toepassing wacht op invoer van, of uitvoer naar de mechanische, en daardoor relatief veel langzamere randapparaten.

Herkomst van de naam[bewerken]

De term mainframe is waarschijnlijk afgeleid van de grote metalen kast waarin de computers geplaatst waren. De benaming kwam in zwang toen er in de jaren 70 ook andere computers kwamen, met name minicomputers, zoals de PDP van DEC, en later personal computers.

Producenten[bewerken]

De bekendste bouwer van mainframes is IBM, deze beheerst 90% van de markt. Andere bedrijven die actief zijn op deze markt zijn Unisys (voorheen Burroughs), UNIVAC), Bull, Fujitsu en Hitachi. De twee laatstgenoemde bedrijven legden zich toe op de fabricage van "plug compatible" mainframes, waarmee op compatibiliteit met IBM mainframes werden gedoeld. Hoewel de IBM mainframes (anders dan de latere IBM PC) niet als "open" serie waren bedoeld, trad IBM destijds niet juridisch op tegen deze namaak, omdat het grote marktaandeel van IBM gepaard ging met voortdurende klachten over vermeende onrechtmatige monopolistische activiteiten. Wel ging IBM er toen toe over, de kosten van de systeemsoftware afzonderlijk in rekening te brengen. Tot in de jaren '70 was daar geen reden toe, omdat IBM software alleen op IBM computers draaide. Inmiddels zijn de verhoudingen in de computerindustrie drastisch gewijzigd, en treedt IBM wel juridisch op tegen namaak.

Mainframes vs. supercomputers[bewerken]

Mainframes mogen niet worden verward met supercomputers. Beide hebben een grote verwerkingscapaciteit, maar bij supercomputers is die vooral gericht op piekprestaties op het gebied van berekeningen, terwijl een mainframe wordt gekenmerkt door optimalisatie van I/O operaties en betrouwbaarheid. Een supercomputer is bijvoorbeeld geschikt voor het doorberekenen van complexe simulaties terwijl een mainframe de transacties van een bank verwerkt. Een mainframe kan jarenlang storingsvrij doorwerken en service kan worden verricht terwijl het systeem doordraait.