Maleise civetkat

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Maleise civetkat
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2008)
Malaiische Zibetkatze.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Mammalia (Zoogdieren)
Orde: Carnivora (Roofdieren)
Familie: Viverridae (Civetkatachtigen)
Geslacht: Viverra (Civetkatten)
Soort
Viverra tangalunga
Gray, 1832
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Zoogdieren

De Maleise civetkat of Oost-Indische civetkat (Viverra tangalunga) is een civetkat die voorkomt in Zuidoost-Azië.

Kenmerken[bewerken]

De vacht is bedekt met rijen vlekken en een opvallend witte kraag, een witte buik, zwarte poten en ongeveer 15 ringen om de staart. De lichaamslengte bedraagt 62 tot 66 cm, de staartlengte 28 tot 35 cm en het gewicht 3,5 tot 4,5 kg.

Verspreiding en leefgebied[bewerken]

Maleise civetkatten komen voor op het schiereiland Malakka, diverse Indonesische eilanden en de Filipijnen. Ze zijn in diverse leefomgevingen, zoals bossen, kreupelhout of grasland, te vinden. Alleen 's nachts komen deze dieren in open gebieden. Ze leven voornamelijk op de grond, maar kunnen ook klimmen.[2]

Voedsel[bewerken]

Maleise civetkatten zijn solitaire roofdieren. Ze zijn nachtactief en eten kleine zoogdieren, vogels, slangen, kikkers en insecten, zoals miljoenpoten en reuzenduizendpoten. Daarnaast eten ze ook eieren en fruit.

Voortplanting[bewerken]

Maleise civetkatten kunnen maximaal vier jongen krijgen tot maximaal twee maal per jaar. De jongen komen ter wereld in dichte begroeiing of holen in de grond. Ze kunnen 11 jaar worden.

Wetenswaardigheden[bewerken]

De civetkat wordt 'gebruikt' voor de productie van kopi luwak. Dit is een speciaal soort koffie, waarvan de bonen gegeten wordt en gefermenteerd worden door de civetkat.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. (en) Maleise civetkat op de IUCN Red List of Threatened Species.
  2. Nowak, R., J. Paradiso. 1983. Carnivora; Viverridae; Genus VIVERRA. Pp. 1023 in Walker's Mammals of the World. Baltimore: The Johns Hopkins University Press.