Malthusiaans plafond

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het malthusiaans plafond is een uitvloeisel van de theorie van Thomas Malthus (1766-1834) die stelt dat er een grens is aan de groei van de bevolking door de gelimiteerde beschikbare hoeveelheid land.

Strekking en invloed[bewerken]

De econoom en demograaf Thomas Malthus beschreef in 1798 in het pamflet An Essay on the Principle of Population dat de bevolkingsgroei van nature exponentieel verloopt, maar de groei van de ontgonnen hoeveelheid land slechts lineair. Dit zou er volgens hem uiteindelijk leiden tot de beschikbaarheid van steeds minder land, en dus voedsel en energie, per mens en dus een daling van de mogelijkheid tot bestaan. De bevolking zou bij ongehinderde groei dus een maximale omvang, het malthusiaans plafond, bereiken op basis van de totale hoeveelheid beschikbare middelen; land, grondstoffen, energie en dergelijke. De bevolking kan deze omvang niet straffeloos overschrijden, gebeurt dit wel dan zou een malthusiaanse catastrofe het gevolg zijn.

In de pre-industriële samenleving was er maar één relevant productiemiddel; land. Landgebruik is onderling exclusief, oftewel het gebruik van land voor bosbouw sluit het gebruik voor akkerbouw of veeteelt en dergelijke uit. Het energieaanbod werd dus bepaald door de hoeveelheid land die ter beschikking was. Economische groei als product van een intensivering van het landgebruik zou worden opgegeten door een steeds grotere bevolking. De groei zou totaal stagneren wanneer een maximale houdbare bevolkingsomvang (het malthusiaans plafond) is bereikt.

In de hedendaagse economie en sociologie houdt men buiten de beschikbare hoeveelheid land ook rekening met bijvoorbeeld grondstoffen, energie, werkgelegenheid, onderwijs, gezondheid en vrede. Bij het overschrijden van het plafond ontstaat de malthusiaanse catastrofe, waarbij de overbevolking zichzelf terug in evenwicht brengt via een verhoogde mortaliteit door hongersnood, schaarste, werkloosheid, ziekte en oorlog.

Het plafond verhoogd[bewerken]

Door de ontwikkeling van de stoommachine, in de 18e eeuw, werd het plafond als het ware verhoogd. De energie die steenkool leverde ging niet ten koste van ander gebruik van het land; daarbij was deze geconcentreerde brandstof (in vergelijking met bijvoorbeeld turf of hout) ruim voorradig. Met de explosieve groei van het energieaanbod deed de industriële samenleving haar intrede. Door de ontwikkeling van machines kwam belangrijk deel van de beroepsbevolking in de landbouw vrij voor andere beroepen. Daarbij kon men in fabrieken de bewerking van allerlei grondstoffen tot economisch waardevolle goederen veel efficiënter en massaler doen dan ooit tevoren mogelijk was. Met de opkomst van de industriële samenleving kwamen er nog veel meer nieuwe vindingen in gebruik zoals kunstmest. Dit maakte de hoeveelheid land secundair aan de industriële productiemiddelen.

Vanaf deze industriële revolutie groeit het aantal mensen op aarde explosief. Het vervangen van steenkool door aardolie en kernenergie als energiedragers zorgde nogmaals voor een spectaculaire verhoging van het plafond. Moderne transportmethoden en informatie- en communicatietechnologie stellen landen in staat om goedkoop aan kapitaal en grondstoffen te komen waardoor het malthusiaans plafond nog weer verder is verhoogd; dit leidt echter wel tot de zogenoemde backwash effects. Bovendien zou de bevolkingstoename iedere ruimte weer in kunnen vullen. Uitputting van voornoemde energiebronnen zou uiteindelijk nog steeds wereldwijd tot een malthusiaanse catastrofe kunnen leiden. Dit kan volgens sommigen alleen voorkomen worden door het gebruik van alternatieve duurzame energiebronnen en duurzame grondstoffen, samen met een stop van de economische groei en een wereldwijde bevolkingsafname.

Andere beperkende factoren[bewerken]

Malthus nam als beperkende factor de hoeveelheid land, maar ook andere beperkende factoren zijn in zijn theorie mee te nemen. Dit maakt de theorie ruimer toepasbaar. Beperkende factoren voor de (groei van de) bevolking in een bepaald gebied en tijd kunnen ook zijn; de hoeveelheid water, zonlicht, grondstoffen, voedsel en bijvoorbeeld werkgelegenheid en huisvesting.

Zie ook[bewerken]