Mandaeërs

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Mandaeërs (ook gespeld als mandaeën of mandeeën) zijn de aanhangers van een oude godsdienst die voornamelijk in het grensgebied tussen Iran en Irak wonen. Hun aantal is kleiner dan 100.000; waarschijnlijk slechts enkele duizenden. Na de Tweede Golfoorlog en de daarop volgende Iraakse burgeroorlog alsook drooglegging van de Iraakse moerassen is het aantal mandaëers in Irak sterk teruggelopen.[1][2][3][4] In Irak zijn de mandaëers traditioneel onderdeel van de Moerasarabieren.

De term "mandaeërs" is afgeleid van menda, het mandaïsche woord voor 'kennis'. Bedoeld wordt: kennis van God. Op grond hiervan worden de mandaeërs wel als gnostici gezien.

Tesamen met een aantal andere, inmiddels uitgestorven religieuze gemeenschappen worden ze in de islamitische literatuur ook wel Sabiërs genoemd. De benaming "Sabiërs" is volgens sommigen afgeleid van saba, het mandaeïsche woord voor 'dopen', volgens anderen van Sabeërs, de bewoners van Saba.

De mandaeïsche religie is dualistisch van aard en schrijft de doop, het gebed, het vasten en het geven van aalmoezen voor. Het mandaisme wordt veelal ook als een syncretische religie gezien.

De Mandaeërs erkennen een aantal profeten, waaronder Adam, Seth, Sem en (boven al) Johannes de Doper. De taal van de mandaeërs, het Mandaïsch, is een tak van het Aramees. Alle religieuze mandaeën-manuscripten werden geschreven in deze taal. Het belangrijkste heilige boek van de mandaeërs is de Ginza Raba ofwel "De Grote Schat", ook bekend als het "Boek van Adam".

Bronnen, noten en/of referenties