Mandibula (gewervelden)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Mandibula (anatomie))
Ga naar: navigatie, zoeken
Onderkaak
Mandibula
Gray184.png
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De onderkaak[1] of mandibula[2] is in het algemeen een beweegbaar lichaamsdeel aan de onderzijde van de kop van verschillende diergroepen, bedoeld om voedsel te grijpen. Bij gewervelden wordt met mandibula in het bijzonder het bot of de botten in de onderkaak aangeduid, vaak de grootste en sterkste in de kop. De onderkaak is bij de gewervelden beweeglijk ten opzichte van het cranium, de schedel in engere zin, en houdt vaak een onderste rij tanden op hun plaats.

Bij mensen bestaat de onderkaak uit een gebogen, horizontaal gedeelte en twee loodrechte gedeelten.

De onderkaak vormt bij mensen een gewricht met het os temporale (slaapbeen). Het achterste loodrechte gedeelte draait in het os temporale. Het uiteinde van dit stuk van de onderkaak is rondvormig en wordt het caput mandibulae genoemd. Deze kop van de articulus temporomandibularis (kaakgewricht) draait en glijdt in het deel van het os temporale, dat de fossa mandibularis genoemd wordt. Tussen deze kop en kom in dit gewricht zit een gewrichtsschijf.

De gewervelden hadden oorspronkelijk geen kaken; toen die uit kieuwbogen evolueerden, ontstond meestal een situatie waarin er links en rechts een aparte onderkaak aanwezig was. Dit geldt nog steeds voor de meeste vissen, amfibieën en reptielen. Bij verschillende groepen hebben deze gepaarde onderkaken vooraan een gezamenlijke vergroeiing, een verbeende symphysis mandibulae, zodat er functioneel één enkel element ontstaat, de mandibula. Dit geldt onder andere voor de vogels en zoogdieren. Bij zoogdieren bestaan de onderkaken uit twee vergroeide botten, de dentaria. Bij andere groepen gewervelden bestaan de onderkaken meestal uit meerdere botten per zijde.

Zie ook[bewerken]

Literatuurverwijzingen[bewerken]

  1. Pinkhof, H. (1923). Vertalend en verklarend woordenboek van uitheemsche geneeskundige termen. Haarlem: De Erven F. Bohn.
  2. His (1895). Die anatomische Nomenclatur. Nomina Anatomica. Der von der Anatomischen Gesellschaft auf ihrer IX. Versammlung in Basel angenommenen Namen. Leipzig: Verlag von Veit & Comp.