Maneblusser
Maneblusser is een populaire bijnaam voor een inwoner van Mechelen. Ook in andere steden komt deze naam terug als spotnaam voor de inwoners, maar de associatie met Mechelen wordt het meest gemaakt.
Volgens geschiedschrijvers gebeurde het in de nacht van 27 op 28 januari 1687. Die nacht was het volle maan en stond er een lage bewolking. Een man die uit een kroeg stapte dacht dat de toren in brand stond en sloeg onmiddellijk alarm. Buren, uit hun diepste slaap opgeschrikt, trokken hun vensters open en konden alleen hetzelfde vaststellen. In een mum van tijd stond de hele stad in rep en roer en werd de noodklok geluid. Het stadsbestuur, de burgemeester op kop, snelde naar de plaats van het onheil en begon in ijltempo de blussingswerken te organiseren. Langs de torentrap gingen emmers water als een ketting van hand tot hand, maar nog vóór de top werd bereikt, schoof de maan door de nevel en moesten de moedige Mechelaars toegeven, dat ze slechts de rossige nevelgloed van de maan hadden gezien. Het maanlicht scheen immers doorheen de ramen van de kathedraal en de lage bewolking stond ter hoogte van de klokkenramen in de St.-Romboutstoren waardoor er een indruk ontstond dat er rook uit de toren kwam.
Hoewel ze probeerden de zaak stil te houden, konden de Mechelaars niet verhinderen dat er zelfs over de landsgrenzen hartelijk om werd gelachen. De spotnaam maneblussers zouden de Mechelaars voor altijd bewaren. Om vrijwel dezelfde reden worden ook de Middelburgers zo genoemd.
Ook in Tienen ging het op dezelfde manier: in december 1772 schreeuwden enkele dronken Sint-Eligiusvierders in de straten dat de Sint-Germanustoren in brand stond. Iets voor middernacht gingen zij bij de Minderbroeders aankloppen die op hun beurt het gemeentelijke pompierkorps alarmeerden. Het volk kwam in rep en roer in de straten. Nergens was er brand te bespeuren. De zattekullen hadden de vuurrode maan achter de kerktoren voor vlammen aangezien.
De legende vermeldt zelfs dat de Mechelaars een proces inspanden wegens eerroof.