Manie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap4.svg     Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.

Een manie is een ernstige stemmingsstoornis die wordt gekenmerkt door heftige gemoedsbewegingen. Ze gaat gepaard met overmatige vreugde, boosheid, hyperactiviteit en impulsiviteit en een sterke ongeremdheid in tal van psychische functies. Een manie is gewoonlijk een uiting van een bipolaire stoornis. Een lichte vorm van manie wordt hypomanie genoemd.

Iemand in een manische toestand gedraagt zich sterk naar buiten gericht. Men uit zich wisselend uitgesproken opgewekt of erg prikkelbaar, is zeer ongeduldig en wordt snel boos. In ernstige gevallen kan er sprake zijn van hallucinaties of wanen. Bij vrijwel iedere lijder ontstaan er vroeg of laat conflicten met de omgeving.

Inhoud

[bewerken] Manische episode

Een manische episode is een stemmingsstoornis gekenmerkt door minstens één week van abnormale en voortdurende verhoogde, expansieve of prikkelbare stemming, en minstens drie van volgende kenmerken:

  • overdreven vergroot gevoel van eigenwaarde
  • afgenomen behoefte aan slaap
  • toegenomen spraakzaamheid
  • gedachtevlucht
  • verhoogde afleidbaarheid
  • toegenomen activiteit en opwinding
  • overmatig bezig zijn met aangename activiteiten

[bewerken] Gedrag

Een manie begint vaak geleidelijk, maar soms ook acuut. Gedurende een manische periode kan een patiënt roekeloos zijn en het gevoel hebben alles aan te kunnen. Daardoor kan hij voor zichzelf of anderen gevaarlijk gedrag vertonen.

Bij een manie zit er achter het vrolijke en drukke gedrag een innerlijke ontreddering waar men zich eigenlijk niet goed van bewust is en waar men geen raad mee weet. Het ongeremde functioneren komt vooral tot uiting in het gevoelsleven, de gedachtegang, het bewegen en een verminderd normbesef. Gevoelens laat men de vrije loop, waardoor ook de diepere gevoelens en gedachten worden uitgedragen en men zich erg 'blootgeeft'. Het ingrijpende van deze stoornis is vaak dat een lijder het eigen functioneren zo slecht in de hand kan houden.

Door versterkte gewaarwording wordt op vrijwel elke zintuiglijke prikkel gereageerd. De gedachtegang kan dit niet bijhouden, wordt erg snel en raakt in de war. Het denken sluit daardoor niet meer aan bij de realiteit. Door het opvangen van alle prikkels en de snelle gedachtegang worden ook het bewegen en handelen ontremd. Deze ongeremdheid is vaak zo hevig dat men, soms dagenlang, niet tot rust kan komen.

Omdat hij zich in ernstige mate overschat, merkt een patiënt niet dat er te veel van zijn lichaam wordt gevraagd waardoor een ernstige uitputtingstoestand kan ontstaan. Door de onrust en het gebrekkige concentratievermogen dat een manie kenmerkt, gunt men zich geen tijd om voldoende te eten en te drinken, wat een uitputtingstoestand in de hand kan werken. Het realiteitsbesef is sterk verminderd, wat samen met een uitputtingstoestand tot een levensbedreigende situatie kan leiden. Iemand in een dergelijke toestand moet zowel lichamelijk als psychisch als een zeer ernstig zieke worden gezien.

[bewerken] Een vergelijking

Bij een manische periode heeft de patiënt veelal het gevoel om alles te kunnen en vertoont daardoor roekeloos gedrag. Dit kan in sommige gevallen leiden tot de dood. Een voorbeeld: een manische patiënt probeert een trein tegen te houden of de patiënt denkt te kunnen vliegen en vertrekt vanaf een flat van 13 hoog. Dit kan niet worden geclassificeerd onder suïcide. Vaak wordt zo'n geval wel zo gezien, waardoor een verkeerd beeld ontstaat. Uitputtingsverschijnselen die leiden tot de dood kunnen worden gezien als suïcide. Patiënten met een manie zijn vaak rustig, aan het begin, geleidelijk aan wordt er een toename van de combinatie angst en destructief gedrag waargenomen. Dit verschijnsel is bij iedere patiënt een absolute zekerheid. Destructief gedrag is het onvermijdelijke gevolg van stresssituaties. Gevoelens van verlatenheid leiden eveneens tot destructief gedrag voor zijn omgeving en tenslotte zichzelf.

Een kind dat zijn onzekerheid en angst verbergt achter druk en overmatig vrolijk gedrag benadert die van een manie. Bij een manie zit er achter het vrolijke en drukke gedrag een innerlijke ontreddering waar men zich eigenlijk niet goed van bewust is en waar men geen raad mee weet. Het ongeremde functioneren komt vooral tot uiting in het gevoelsleven, de gedachtegang, het bewegen en een verminderd normbesef. Gevoelens laat men de vrije loop, waardoor ook de diepere gevoelens en gedachten worden uitgedragen en men zich erg 'blootgeeft'. Het aangrijpende van deze stoornis is dat een mens het eigen functioneren zo slecht in de hand kan houden.

Door de optredende versterkte gewaarwording wordt op vrijwel elke zintuiglijke prikkel gereageerd. De gedachtegang kan dit niet bijhouden, wordt erg snel en raakt in de war. Het denken sluit daardoor niet meer aan bij de realiteit. Door het opvangen van alle prikkels en de snelle gedachtegang worden ook het bewegen en handelen ontremd. Deze ongeremdheid is vaak zo hevig dat men, soms dagenlang, niet tot rust kan komen. Mede omdat men zichzelf in ernstige mate overschat, merken zij niet dat er te veel van het lichaam wordt gevraagd waardoor een ernstige uitputtingstoestand kan ontstaan. Door het slechte concentratievermogen dat bij een manie optreedt, gunt men zich geen tijd voor eten en drinken, wat een uitputtingstoestand nog meer in de hand werkt. Het realiteitsbesef is sterk verminderd, wat samen met een uitputtingstoestand tot een levensbedreigende situatie kan leiden. Iemand in een dergelijke toestand moet zowel lichamelijk als geestelijk als een zeer ernstig zieke worden gezien.

[bewerken] Hulp

Iemand met een manie hulp bieden is geen eenvoudige zaak. Het gedrag kan zo onrustig en zo ongrijpbaar zijn dat men wellicht het gevoel krijgt van 'waar moet ik beginnen'. Enerzijds zal men getroffen worden door de ontreddering, anderzijds kan het gestoorde gedrag sterke gevoelens van irritatie oproepen omdat het niet meer voldoet aan elementaire regels en normen. Door ongeremdheid en onvermogen zich te verplaatsen in de positie van de ander kan een patiënt zeer kwetsend zijn ten opzichte van hen die hulp aanbieden. Daar komt nog bij dat ook sterke prikkelbaarheid zal optreden. Een hulpverlener zal steeds rekening dienen te houden met het onvermogen van de patiënt om de realiteit te zien.

De sterke prikkelgevoeligheid vraagt om een rustige omgeving. In contacten dient men zich niet mee te laten slepen door het drukke en overopgewekte gedrag. Tijdens de heftigste fase van een manie zal men relationeel niet veel meer kunnen doen dan een begrijpend gedrag tonen waardoor de patiënt blijft ervaren dat hij wordt geaccepteerd.

In verband met de sterke onrust en de ongeremdheid en de neiging zichzelf te verwaarlozen dient er extra aandacht te zijn voor de lichamelijke verzorging. Door de onrust wordt veel energie verbruikt, zodat veel drinken en voldoende goede voeding erg belangrijk zijn.

Rustgevende en stemmingsstabiliserende medicijnen zijn als regel onmisbaar om de toestand te verbeteren. Maar de uitzondering bevestigt de regel. Met voldoende inzicht in een opkomende manie en de manieren waardoor deze versterkt kan worden, kan er controle verworven worden over de manie. Dit moet in een erg vroeg stadium gebeuren, anders gaat de manie een eigen leven leiden.

Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen